vrijdag 21 december 2012

Als je schildklier te veel hormoon maakt

Bij hyperthyreoïdie maakt de schildklier te veel schildklierhormoon. De oorzaken verschillen. Hyperthyreoïdie wordt behandeld met:

Het is belangrijk dat je arts goede uitleg geeft over de behandelingen. De bedoeling is dat je daarna samen met de arts en afhankelijk van de oorzaak van de hyperthyreoïdie kan kiezen voor een behandeling. Voor- en nadelen van de behandelingen zijn een grote kans op terugkomst van hyperthyreoïdie bij schildklierremmers, grote kans op hypothyreoïdie bij radioactief jodium en operatie, en risico’s bij een operatie.

maandag 17 december 2012

Overzicht leveringsproblemen Thyrax

In februari 2012 werden de eerste problemen gemeld rond de levering van Thyrax. Dat gebeurde door patiënten op het Hypoforum en door de KNMP op de site Farmanco. Pas op 26 oktober 2012 kwam eindelijk het bericht dat Thyrax weer voldoende beschikbaar was.

vrijdag 14 december 2012

Empowerment en schildklier

Belangrijk is dat je als schildklierpatiënt leert wat de schildklier doet, wat je zelf kunt doen en wat een schildklieraandoening betekent. Kennis maakt je weerbaar en je wordt een gelijkwaardiger gesprekspartner van je arts. Het kan bijdragen aan een betere kwaliteit van leven. In het Engels noem je dat: empowerment. (Helaas is er geen mooie vertaling ...)

Amerikaanse websites besteden er veel aandacht aan. Mogelijk dat je aan de aanpak en stijl moet wennen. Maar het neemt niet weg dat je er veel van kunt leren. Informatie is er van makkelijker tot moeilijker. Je kunt uitzoeken wat voor jou belangrijk is. En dat kun je downloaden en printen.

Op deze site is eerder al aandacht besteed aan de aanpak van de American Thyroid Association (ATA). Nu wil ik je wat laten zien van de AACE met hun website Empower your health - about your thyroid. En dan met name enkele magazines die je online kunt lezen.

donderdag 13 december 2012

Preferentiebeleid ongewenst bij medicijnen schildklier

Geneesmiddelsubstitutie wordt gezien als middel om kosten te besparen in de gezondheidszorg. Generieke substitutie is het onderling vervangen van geneesmiddelen met dezelfde werkzame stof, dezelfde sterkte en dezelfde farmaceutische vorm. Meestal gaat het om het vervangen van het merkproduct of spécialité door een generiek of parallel-geïmporteerd product. De handleiding van de KNMP gaat over generieke substitutie.


maandag 10 december 2012

Schildklier en hart - hoger overlijdensrisico bij lagere TSH-waarde

Hoe lager de TSH-waarde, hoe hoger de kans op atriumfibrilleren. Het risico op atriumfibrilleren blijkt echter ook verhoogd bij een subklinische hyperthyreoïdie, aldus een Deense cohortstudie door Christian Selmer e.a.

Eind november 2012 is de Deense studie gepubliceerd.

Vaker atriumfibrilleren bij lager TSH
Sophie Broersen | Medisch Contact

The spectrum of thyroid disease and risk of new onset atrial fibrillation: a large population cohort study
Christian Selmer e.a | BMJ

Sterfte bij subklinische hyperthyreoïdie
Lily Kessel | Medisch Contact

vrijdag 7 december 2012

Wanneer slik jij je schildklierhormoon?

Waar voel jij je ’t prettigst bij? Wat past het beste in jouw leven? En op welke manier vergeet jij je schildklierhormoon niet? Is dat als je je levothyroxine kort voor het ontbijt slikt? Of is dat als er meer dan 30 minuten tussen slikken of ontbijt zit? Of slik jij je pilletje middenin de nacht? Of komt het jou het beste uit als je je pilletje slikt voordat je naar bed gaat?


donderdag 6 december 2012

Kwaliteitscriteria schildklierzorg vanuit patiëntenperspectief

Een keer per jaar verschijnt ThyroWorld, het blad van Thyroid Federation International. Bij de TFI zijn allerlei schildklierorganisaties aangesloten. (SON is ook lid.) Lees in ThyroWorld onder meer over het TRUST-project (pagina 13), over kwaliteitscriteria schildklierzorg (pagina 14 en 15) en over problemen rond de samenstelling en levering van Eltroxin (pagina 18 en 19). Meer daarover is hieronder te lezen.

ThyroWorld Newsletter
uitgave 2012

woensdag 5 december 2012

TRUST: onderzoek naar behandeling met levothyroxine bij ouderen met subklinische hypothyreoïdie

TRUST is een onderzoeksproject onder ouderen met een licht verminderde schildklierwerking gehouden door vijf Europese universiteiten. Het resultaat is weinig hoopgevend voor ouderen.

Thyroid Hormone Replacement for Subclinical Hypo-Thyroidism Trial (TRUST)

Zinloze vragenlijsten: hypo-ouderen blijven moe
Schildklierforum

TRUST-project
Schildkliertje

zondag 2 december 2012

Over te veel en te weinig schildklierhormoon

De schildklier maakt hormonen die belangrijk zijn bij de stofwisseling van alle weefsels in het lichaam. Bij volwassenen beïnvloedt de stofwisseling zaken als gewicht, concentratie, hartritme, energie en geestelijke stabiliteit. Bij kinderen heeft de stofwisseling invloed op de geestelijke ontwikkeling en groei.

Voldoende schildklierhormoon - dus niet te veel en niet te weinig - is ook heel belangrijk voor de vruchtbaarheid van mannen en vrouwen en tijdens de zwangerschap.


Lang niet iedereen heeft alle klachten. Veel klachten zijn aspecifiek en komen ook voor bij andere aandoeningen. Dit maakt het voor de arts moeilijk een diagnose te stellen op basis van de klachten. Als meer van de genoemde klachten aanwezig zijn, is er wellicht sprake van een schildklieraandoening. Het is dan aan te raden bloedonderzoek te laten doen. Dat onderzoek geeft het beste aan of de schildklier de oorzaak is van deze verschijnselen.

Ook bij de behandeling van schildklieraandoeningen kan bloedonderzoek meer vertellen over klachten en symptomen.


maandag 26 november 2012

Over schildklier, spieren en sport ...

Een schildklieraandoening kan voor beperkingen zorgen bij het beoefenen van sport. Reden genoeg om stil te staan bij aandoeningen van de schildklier, het klachtenpatroon en de relatie met sporten.

Aandoeningen van de schildklier kunnen verschillende klachten geven. Een aantal van deze klachten kunnen invloed hebben op het beoefenen van sport, zoals spierklachten, een veranderde hartslag en een verminderd inspanningsvermogen. Hierdoor moeten veel schildklierpatiënten (tijdelijk) minderen of stoppen met sporten. Na een goede instelling op medicatie is beweging vaak weer mogelijk.

dinsdag 20 november 2012

Met stamcellen een nieuwe schildklier kweken

De schildklier doet mee. Belgische wetenschappers hebben het orgaan toegevoegd aan het rijtje weefsels dat uit embryonale stamcellen gekweekt kan worden. Hiermee hopen ze de weg te bereiden voor de behandeling van congenitale hypothyreoïdie met stamceltherapie.

Stamcel pakt trage schildklier aan
NEMO Kennislink

Generation of functional thyroid tissue from stem cells
Science Daily

donderdag 15 november 2012

Over rechten en plichten van arts en patiënt

Hoe kunnen schildklierpatiënten zich misschien prettiger voelen? Wat kan er beter in het contact tussen arts en patiënt? Hoe is het een en ander nu geregeld? Wat is er mogelijk? Wat vertellen arts en patiënt elkaar? Welke rechten en plichten hebben zij? Allemaal vragen en hopelijk vind je hier een antwoord.

Aan de orde komen: wat vertellen de arts en de patiënt elkaar, vier leestips, het consult en de second opinion.

donderdag 8 november 2012

Over schildklier en een ontstoken brein

De psychiatrie kijkt niet alleen meer naar de geest, maar ook naar het lichaam. Misschien is een overactief immuunsysteem wel de bron van sommige psychiatrische ziekten. De tv-uitzending Een ontstoken brein van Labyrint besteedde daar aandacht aan.

Een ontstoken brein
Kennis van nu

Met je schildklier naar de psychiater
Milou van Hintum

Wat is een kraambedpsychose?
Website over kraambedpsychose

woensdag 7 november 2012

De schildklier maakt te veel hormoon ... zoek de verschillen

Bij hyperthyreoïdie maakt de schildklier te veel schildklierhormoon. Er zijn verschillende vormen van hyperthyreoïdie:
  • ziekte van Graves (50%)
  • toxisch multinodulair struma (ziekte van Plummer) (35%)
  • toxisch adenoom (5%)
  • thyreoïditis (9%)
  • en de ziekte van Quervain (± 1%)

vrijdag 2 november 2012

IEMO 80+ Schildklier Studie

Een licht verminderde werking van de schildklier kan vele klachten veroorzaken, variërend van vermoeidheid en depressie tot hartritmestoornissen. Uit sommige studies blijkt dat het bij ouderen zorgt voor een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Maar andere studies laten zien dat het bij ouderen juist zorgt voor een grotere overleving. Het is dus niet duidelijk of de aandoening bij ouderen moet worden behandeld.


In de IEMO 80+ Schildklier Studie wordt het effect onderzocht van behandeling met schildklierhormoon bij ouderen (80 jaar of ouder) met een licht verminderde werking van de schildklier. Gedurende vier jaar worden 450 deelnemers vervolgd om te kijken wat het effect is op hart- en vaatziekten, kwaliteit van leven, sterfte en andere uitkomsten. Vervolgens kan een duidelijk antwoord worden gegeven op de vraag of ouderen met een licht verminderde werking van de schildklier moeten worden behandeld.

De studie wordt uitgevoerd in zes Nederlandse UMC's: AMC, Erasmus MC, LUMC, UMCG, UMC St. Radboud en VUmc. Het LUMC treedt namens de deelnemende UMC's op als penvoerder. De studie wordt gecoördineerd door het Instituut voor Evidence-Based Medicine voor Ouderen | IEMO.


dinsdag 30 oktober 2012

ThyPRO, over de inzet van kwaliteit van leven-vragenlijsten

Artsen en patiënten hechten een andere waarde aan bepaalde klachten en symptomen. Bij een afspraak met een patiënt kunnen ThyPRO-vragenlijsten een rol spelen. Circa drie weken voor een afspraak wordt een vragenlijst gestuurd naar een patiënt. Een ingevulde vragenlijst is op die manier een hulpmiddel voor de arts bij het spreekuur. Een vragenlijst is niet bedoeld als hulpmiddel voor de patiënt, iets wat je wel zou verwachten.

Validity and reliability of the novel thyroid-specific quality of life questionnaire, ThyPRO
Torquil Watt, Laszlo Hegedüs, Mogens Groenvold, Jakob Bue Bjorner, Åse Krogh Rasmussen, Steen Joop Bonnema and Ulla Feldt-Rasmussen

Is thyroid autoimmunity per se a determinant of quality of life in patients with autoimmune hypothyroidism?
Torquil Watt, Laszlo Hegedüse, Jakob Bue Bjorner, Mogens Groenvold, Steen Joop Bonnema, Åse Krogh Rasmussen, Ulla Feldt-Rasmussen

Confirmatory factor analysis of the thyroid-related quality of life questionnaire ThyPRO
Torquil Watt, Mogens Groenvold, Nina Deng, Barbara Gandek, Ulla Feldt-Rasmussen, Åse Krogh Rasmussen, Laszlo Hegedüs, Steen Joop Bonnema, Jakob Bue Bjorner

maandag 22 oktober 2012

Beginstadia autoimmuun schildklierziektes: vervolg Amsterdam AITD cohort

Bij patiënten met een auto-immuun schildklierziekte valt het eigen afweersysteem de schildklier aan. Auto-immuun schildklierziekten zijn te beschouwen als een complexe aandoening waarbij het samenspel tussen genetische factoren en omgevingsfactoren leidt tot het manifest worden van de ziekte: of als de ziekte van Hashimoto (hypothyreoidie) of als de ziekte van Graves (hyperthyreoidie).

Early stages of thyroid autoimmunity: follow-up studies in the Amsterdam AITD cohort
Proefschrift Grigoris Effraimidis (met Nederlandse samenvatting)

zondag 21 oktober 2012

Omgevingsfactoren en autoimmuun schildklierziektes

De ziekte van Graves, de ziekte van Hashimoto en een verstoorde schildklierfunctie na de bevalling hebben een autoimmuun oorsprong en worden daarom autoimmuun schildklierziekten genoemd.

Het ontstaan van die autoimmuunziekten (AITD) heeft verschillende oorzaken. Erfelijke factoren spelen een belangrijke rol. Maar ook omgevings- en hormonale factoren zijn van invloed. Zo ontwikkelt een autoimmuun schildklierziekte zich niet altijd bij beide individuen van een eeneiige tweeling. Daarnaast krijgen emigranten, afkomstig uit landen waar weinig auto-immuunziekten voorkomen, deze wel als in hun nieuwe land dergelijke ziekten vaak voorkomen.

The environment and autoimmune thyroid diseases
Mark F. Prummel, Thea Strieder en Wilmar M. Wiersinga
Academisch Medisch Centrum in Amsterdam
European Journal of Endocrinology (2004) 150 605-618

donderdag 18 oktober 2012

Hoe oud was jij met de diagnose schildklier?

Van half september tot half oktober konden bezoekers van Schildkliertje aangeven op welke leeftijd bij hen de diagnose schildklier werd gesteld. Van die gelegenheid is goed gebruik gemaakt: 215 mensen vulden de enquête in.


zondag 7 oktober 2012

Secundaire hypothyreoïdie en behandeling met schildklierhormoon

Bij secundaire hypothyreoïdie maakt de schildklier te weinig of geen hormoon doordat de schildklier geen seintje krijgt van de hypofyse. De hypofyse maakt bij deze aandoening geen of te weinig TSH. De behandeling van secundaire hypothyreoïdie bestaat uit schildklierhormoon: T4-hormoon (Thyrax, Euthyrox) plus eventueel T3 (Cytomel).


dinsdag 2 oktober 2012

Ongerustheid rond levering Thyrax

In februari 2012 werden de eerste problemen gemeld rond de levering van Thyrax. Dat gebeurde door patiënten op het Hypoforum (SON) en door KNMP op de site Farmanco. Zoals in het bericht van Farmanco te lezen is, is de levering van Thyrax nog steeds niet in orde. Het is bijna 10 maanden verder. Er is een beperkte levering van Thyrax tablet 0,1 mg. De datum waarop het product weer voldoende beschikbaar zal zijn, is nog onbekend.

vrijdag 28 september 2012

Cognitief functioneren bij behandeling hypothyreoïdie met levothyroxine

Dit is een onderzoek dat neuro-cognitief functioneren evalueert na langdurige LT4-behandeling (gemiddelde behandelingstijd 5,5 jaar). Daarnaast werd onderzocht of psychologisch welzijn in deze patiëntengroep verschilde met gezonde personen. Hypothyreoïdie wordt in verband gebracht met een verminderde functie van het geheugen, de concentratie, de psychomotorische snelheid, visuele waarneming en constructieve vaardigheden (handigheid).

Cognitive functioning and well-being in euthyroid patients on thyroxine treated replacement therapy for primary hypothyroidism
EM Wekking, BC Appelhof, E Fliers, AH Schene, J Huyser, JGP Tijssen, WM Wiersinga

zaterdag 22 september 2012

Wat arts en patiënt elkaar vertellen ...

Patiënten kunnen heel goed meepraten over de kwaliteit van de communicatie in de spreekkamer en hebben voor zowel artsen als patiënten stevige tips. In de spreekkamer praten twee partijen met elkaar: arts en patiënt. Opmerkelijk genoeg worden patiënten zelden systematisch betrokken bij de vraag wat goede communicatie is. Communicatietrainingen worden ontwikkeld door en voor professionals. Maar is dat wel terecht? Waarom zou je niet aan patiënten zelf vragen wat zij belangrijk vinden in de communicatie met hun arts?

Er is weinig reden patiënten níet systematisch te betrekken bij de beoordeling van de kwaliteit van zorg, betoogt Jozien Bensing van het NIVEL. Zij begon daarom de GULiVER-study, een internationaal project met onderzoekers uit België (Gent), Nederland (Utrecht), Engeland (Liverpool) en Italië (Verona), waarin burgers gevraagd werd video’s van medische consulten te beoordelen en hun oordeel van commentaar te voorzien. En waarom zijn er geen communicatietrainingen voor patiënten?

Lees ook





donderdag 20 september 2012

Hoge ouderdom en lage activiteit schildklier

Een lage schildklieractiviteit is één van de erfelijke factoren die bijdraagt aan het bereiken van een zeer hoge ouderdom volgens een groep Leidse onderzoekers. Zij menen hiervoor opnieuw aanwijzingen gevonden te hebben met behulp van gegevens uit de ‘Leiden Lang Leven Studie’, meldden zij in Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism.

woensdag 19 september 2012

Stoppen met roken en ziekten van de schildklier

Current smoking is associated with a low prevalence of thyroid auto-antibodies. On the other hand, smoking withdrawal enhances thyroid autoantibody level and may be a risk factor for development of hypothyroidism. Aim of the study was to assess the association between smoking habits (smoking cessation in particular) and development of autoimmune hypothyroidism.

dinsdag 18 september 2012

Welke schildklieraandoening heb jij?

Afgelopen maand kon je een enquête invullen over welke schildklieraandoening jij hebt. En daar hoort een uitslag bij!

Resultaten

In totaal hebben 92 mensen gestemd.

  • Hypothyreoïdie 59 (64%)
  • Hyperthyreoïdie 9 (9%)
  • Nodus / Cyste 10 (10%)
  • Schildklierkanker 17 (18%)
  • Oogziekte van Graves 4 (4%)

Let op

Deze cijfers zeggen alleen iets over bezoekers van Schildkliertje en mensen die gestemd hebben. De uitslag heeft dus geen enkele wetenschappelijke waarde.

Ervaringen delen?





dinsdag 11 september 2012

Levothyroxine innemen met koffie: een goed idee?

Several drugs inhibit the intestinal absorption of levothyroxine (L-T4) when taken simultaneously with the thyroid hormone or shortly later. Recently, in a study on 8 women, coffee has been reported to reduce the intestinal absorption of L-T4, so that L-T4 was added to the list of the medications whose intestinal absorption is decreased by coffee.

maandag 10 september 2012

Inzicht in schildklierhormoon: slechts het begin, niet het einde

In 2004 en 2005 verschenen twee artikelen van onder meer P. Saravanan en C. M. Dayan op de site Hot Thyroidology van de European Thyroid Association en in The Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism. Beschreven werd hoe in die jaren het inzicht van de werking van schildklierhormoon en de effecten van vervangend schildklierhormoon in feite slechts aan het begin stond. Met alle ontwikkelingen in de laatste jaren en nu zelfs met de publicatie van een (experimentele) Europese richtlijn voor de behandeling met L-T4 en L-T3, is er alle reden om aandacht te besteden aan deze artikelen. Zoals Saravanan en Dayan stelden: het was geen einde, maar een begin.

Understanding thyroid hormone action and the effects of thyroid hormone replacement – Just the beginning not the end
P Saravanan en CM Dayan

Partial substitution of thyroxine (T4) with tri-iodothyronine in patients on T4 replacement therapy: results of a large community-based randomized controlled trial
P Saravanan, DJ Simmons, R Greenwood, TJ Peters en CM Dayan

donderdag 6 september 2012

Schildklierkanker en medicijnen

Na de operatie en behandeling met radioactief jodium

Tijdens en na de behandeling van schildklierkanker worden de volgende medicijnen gebruikt:
  • recombinant humaan TSH
  • levothyroxine
  • tyrosine kinase remmers (sorafenib en vandetanib)

Recombinant humaan TSH

Bij schildklierkanker wordt als middel wel recombinant humaan TSH (rhTSH of Thyrogen®) gebruikt.

Ablatie

Bij schildklierkanker wordt de schildklier met een operatie verwijderd. Na deze operatie worden patiënten (meestal) behandeld met radioactief jodium om restweefsel van de schildklier te vernietigen (= ablatie).

Nacontroles

Aangezien de schildklierkanker in bepaalde gevallen kan terugkeren is regelmatig nazorgonderzoek (follow-up) van belang. Deze follow-up bestaat uit een bloedtest waarbij Tg (thyreoglobuline) wordt gemeten. Vaak wordt er ook een lichaamsscan gemaakt met radioactief jodium.

Recombinant humaan TSH kan gebruikt worden bij de eerste behandeling met radioactief jodium na de operatie. En het kan ook gebruikt worden bij de bloedtest en lichaamsscan bij de follow-up van schildklierkanker.

Wanneer de patiënt een verhoogde TSH-waarde heeft (een hormoon dat de schildklier stimuleert), kan de hoeveelheid Tg nauwkeuriger gemeten worden. Met injecties recombinant humaan TSH (rhTSH) kan de hoeveelheid TSH kunstmatig verhoogd worden. Uit onderzoek blijkt echter dat dit de diagnostische opbrengst van de Tg-meting amper verbetert.

Als de patiënt rhTSH gebruikt, hoeft hij voor de nacontrole niet met levothyroxine te stoppen. Voordat dat rhTSH op de markt kwam, moest de patiënt met levothyroxine stoppen en kreeg hij klachten door een flinke hypothyreoïdie. Bij het gebruik van rhTSH wordt die hypothyreoïdie voorkomen.

Levothyroxine

Wanneer de schildklier verwijderd is met een operatie, ontstaat hypothyreoïdie. Er is geen schildklier meer die hormoon maakt. De arts schrijft bij hypothyreoïdie levothyroxine voor. Tabletten levothyroxine (T4-hormoon) zijn verkrijgbaar als Thyrax®, Euthyrox® en Eltroxin®. De tabletten vervangen de hele schildklier (= substitutie).

De TSH-waarde wordt bij patiënten na schildklierkanker vaak laag gehouden. Het vrije T4 (FT4) is dan vaak hoog. Dat heeft een reden. TSH is schildklier stimulerend hormoon. Het stimuleert schildkliercellen om te werken. Na schildklierkanker wil je juist niet dat (mogelijk) achtergebleven schildkliercellen gaan werken.

Tips bij het gebruik van levothyroxine/T4-hormoon

Lees verder bij praktische tips voor het sikken van levothyroxine. Na schildklierkanker krijgt iemand vaak een iets hogere dosis levothyroxine om de tsh-waarde onderdrukt te houden. Op die manier worden mogelijk achtergebleven schildkliercellen niet gestimuleerd om te werken.

Tyrosine kinase remmers (sorafenib en vandetanib)

Uitzaaiingen worden ook meestal met radioactief jodium behandeld; soms met een operatie. Niet alle uitzaaiingen nemen radioactief jodium op, dan kan operatie of bestraling mogelijk nodig zijn. Maar ook enkele nieuwe geneesmiddelen kunnen wellicht nieuwe behandelingsopties bieden voor deze patiënten. Het gaat hier om tyrosine kinase remmers (tyrosine kinase inhibitors) zoals sorafenib en vandetanib. In enkele klinische studies bij progressief schildkliercarcinoom werd daar onderzoek naar gedaan.

Meer informatie over onderzoek naar sorafenib vind je op deze pagina onder het kopje Onderzoek.

maandag 3 september 2012

Over gezondheidszorg, democratie en zorgconsumenten

Mensen krijgen met de ontwikkeling naar vraaggestuurde zorg en marktwerking een actievere rol. Van de patiënt of 'zorgconsument' wordt verwacht dat hij of zij zichzelf beter kan informeren over goede zorg, waar dat wel en niet te verkrijgen is en over nut en noodzaak van behandelingen. Verwacht wordt dat ze zelf kiezen naar welk ziekenhuis of welke specialist zij gaan. Op deze manier zouden ze zorgaanbieders dwingen goede kwaliteit te leveren tegen een scherpe prijs.
Leestips

zaterdag 1 september 2012

September = aandacht voor schildklierkanker

Thyroid Cancer Awareness Month

De maand september staat helemaal in het teken van schildklierkanker. Het is de thyroid cancer awareness month. Deze awareness ofwel dat bewustzijn is nodig. Het aantal patiënten met schildklierkanker groeit namelijk wereldwijd. Informatie over schildklierkanker is nodig en patiënten willen hun ervaringen delen.

Informatie op Schildkliertje


Ervaringen delen


Informatie op websites







dinsdag 28 augustus 2012

Richtlijn behandeling T4+T3 bij hypothyreoïdie

Al jaren een wens van patiënten en nu is hij verschenen: de richtlijn voor de behandeling van L-T4 (Thyrax / levothyroxine / Euthyrox) met L-T3 (Cytomel / liothyronine). Voor de behandeling van mensen met hypothyreoïdie betekent deze ETA-richtlijn een enorme vooruitgang. ETA staat voor European Thyroid Association.

2012 ETA Guidelines: The Use of L-T4 + L-T3 in the Treatment of Hypothyroidism
Wilmar M. Wiersinga, Leonidas Duntas, Valentin Fadeyev, Birte Nygaard, Mark P.J. Vanderpump

De richtlijn behandelt de overwegingen om L-T3 bij de L-T4 voor te schrijven. Aan bod komen eerdere onderzoeken, argumenten, wanneer wel en wanneer geen combinatietherapie en hoeveel L-T3 toegevoegd kan worden aan L-T4. Er is rekening gehouden met de uitscheiding en verhouding van T4 en T3 van een gezonde schildklier. Aan bod komen natuurlijk ook de lange halfwaardetijd van L-T4 van 7 dagen tegenover de korte halfwaardetijd van L-T3 van 19 uur. En het feit dat van een pilletje L-T4 ongeveer 65-75% wordt opgenomen, terwijl L-T3 bijna helemaal (66-99%) wordt opgenomen. De aanbevolen verhouding L-T4:L-T3 is: van 13:1 tot 20:1.


maandag 27 augustus 2012

Wanneer laat jij je bloed prikken?

Wanneer je schildklierhormoon slikt, luidt het advies: laat iedere keer rond hetzelfde tijdstip onder dezelfde omstandigheden je bloed prikken bij hetzelfde lab. Op die manier kun je de TSH- en fT4 waarde goed met elkaar vergelijken.



De ene keer 's ochtends laten prikken en de andere keer later op de dag geeft een vertekend beeld. Dat geldt zowel voor mensen die geen schildklierhormoon slikken als voor mensen die wel hormoon slikken. De TSH-waarde kent immers een dagelijks ritme. (1)


TSH-waarde

De hypofyse scheidt TSH uit in een vast dagelijks ritme. Over het algemeen is de TSH op z’n hoogst vroeg in de morgen en lager in de late middag en avonduren. Voor een diagnose: één TSH-meting geeft geen nauwkeurig beeld van jouw TSH. Pas bij herhaalde metingen rond hetzelfde tijdstip, ontstaat een juist beeld van jouw TSH-waarde.

De grafiek toont de TSH-waarde van gezonde mannen en vrouwen. (2)



FT4-waarde

Aan te raden is om - als je levothyroxine slikt – er rekening mee te houden dat de fT4-waarde de eerste 2 tot 4 uur na inname van het schildklierhormoon (T4) extra verhoogd is, en gedurende ongeveer 6 uur boven normaal blijft. (3)

Voorbeeld

De tabel laat zien hoeveel schildklierhormoon in het bloed is wanneer je alleen T4 (levothyroxine) slikt. Voor inname (= basistijd) en na inname.

----------------------Basistijd---na 1.5 uur-----na 3 uur-----na 6 uur-----na 9 uur
lab T4----------------8.5-----------9.1------------9.7----------9.0----------8.4


Wat kun je doen?

Wanneer meer levothyroxine jou zou kunnen helpen, laat dan je bloed prikken 's ochtends vroeg vóór het slikken van je schildklierhormoon. Je TSH-waarde is dan iets hoger, je fT4-waarde is nog niet verhoogd.


Bronnen

  1. Clinical Significance of TSH Circadian Variability in Patients with Hypothyroidism. MA Sviridonova, VV Fadeyev, YP Sych, GA Melnichenko. Endocr Res 2012 Aug 2.
  2. Thyrotropin Secretion Profiles Are Not Different in Men and Women. F Roelfsema, AM Pereira, JD Veldhuis, R Adriaanse, E Endert, E Fliers en JA Romijn
  3. Pharmacology of thyroid hormone replacement preparations. WM Wiersinga. Adult Hypothyroidism, Thyroid Disease Manager.



maandag 20 augustus 2012

T4 plus T3: naar een persoonlijke behandeling met schildklierhormoon ...

Levothyroxine therapy is the traditional lifelong replacement therapy for hypothyroid patients. Over the last several years, new evidence has led clinicians to evaluate the option of combined T3 and T4 treatment to improve the quality of life, cognition, and peripheral parameters of thyroid hormone action in hypothyroidism. The aim of this review is to assess the physiological basis and the results of current studies on this topic.

Combination Treatment with T4 and T3: Toward Personalized Replacement Therapy in Hypothyroidism?
Bernadette Biondi and Leonard Wartofsky

maandag 13 augustus 2012

Innerlijke onvolkomenheden van endocriene suppletietherapie

In 2003 verscheen het artikel Intrinsic imperfections of endocrine replacement therapy van JA Romijn, JWA Smit en SWJ Lamberts. Voor veel mensen betekende het artikel een erkenning voor hun ervaringen met een hormoontherapie met z’n tekortkomingen. Ook zorgde het artikel voor begrip.

Intrinsic imperfections of endocrine replacement therapy
J.A. Romijn, J.W.A Smit en S.W.J. Lamberts

donderdag 9 augustus 2012

Tijd van inname levothyroxine beïnvloedt TSH-waarde

Uit dit onderzoek bleek dat inname van schildklierhormoon nuchter na vasten (dus ruim voor het ontbijt) stabielere TSH- en FT4-waarden gaf. Inname kort voor of bij de maaltijd of voor het slapen gaf bij dit korte onderzoek hogere en meer wisselende waarden.

Timing of Levothyroxine Administration Affects Serum Thyrotropin Concentration
T-G Bach-Huyng, B. Nayak, J. Loh, S. Soldin, J. Jonklaas, oktober 2009
Clinical Thyroidology - samenvatting en commentaar

vrijdag 3 augustus 2012

Welk medicijn slik jij?

Afgelopen maand kon je een enquête invullen over welk medicijn jij slikt. En daar hoort een uitslag bij!

Resultaten

In totaal hebben 77 mensen gestemd:
  • thyrax of euthyrox: 70
  • cytomel: 3
  • strumazol: 4
  • thyreoïdum: 0
  • anders: 2
  • geen: 2

Meer weten?

Medicijnen





donderdag 2 augustus 2012

Actieve zorgconsument laat nog op zich wachten

Bron: NIVEL

De huisarts speelt meestal nog een stevige rol bij de keuze voor een ziekenhuis of specialist. Burgers gaan weinig zelf op zoek naar keuze-informatie. Van een patiëntenorganisatie blijken ze niet zozeer lid of donateur te worden vanwege belangenbehartiging, maar verwachten ze vooral informatie en voorlichting.

Margreet Reitsma, Anne Brabers, Willem Masman en Judith de Jong:

In het nieuwe zorgstelsel wordt van burgers een actieve rol verwacht. Ze worden ‘zorgconsumenten’ die zelf kiezen naar welk ziekenhuis of welke specialist zij gaan. Op deze manier zouden ze zorgaanbieders dwingen goede kwaliteit te leveren tegen een scherpe prijs. Dit kan individueel, maar ook collectief, bijvoorbeeld in patiëntenorganisaties. Maar willen burgers actief kiezen voor een specialist of een ziekenhuis? En zo ja, hoe kiezen ze dan? Leven patiëntenorganisaties onder de bevolking? Waarom wordt een patiënt lid van een vereniging of donateur van een stichting? Een andere rol die in het nieuwe zorgstelsel van de burger wordt verwacht is die van ‘kostenbewuste zorgconsument’. De zorguitgaven zullen naar verwachting de komende jaren flink toenemen. Zijn mensen zich bewust van de kosten van de zorg die ze gebruiken?

Lees ook

Genoeg is genoeg. Over gezondheidszorg en democratie
Margo Trappenburg

Het NIVEL legde een aantal vragen voor aan het Consumentenpanel Gezondheidszorg om te weten te komen of en hoe burgers deze rollen op zich nemen.

De kiezende burger

Veel burgers zeggen niet zelf naar informatie te zoeken om te kiezen naar welk ziekenhuis of welke specialist ze het beste kunnen gaan. Als reden noemen ze vooral, dat ze toch al weten waar ze naar toe gaan. Daarnaast komt duidelijk naar voren dat ze het lastig vinden om te kiezen. Ze weten niet op basis waarvan ze moeten kiezen, hoe ze de informatie moeten beoordelen en of die wel betrouwbaar is. Dit geven ze vaker aan dan dat ze er de meerwaarde niet van inzien om keuze-informatie op te zoeken. Of burgers nu wel of geen actieve rol zeggen te spelen in de keuze voor een specialist of ziekenhuis, in beide gevallen speelt de huisarts een grote rol bij deze keuze.

Patiëntenorganisaties

Patiëntenorganisaties zijn bekend bij de panelleden. Ruim een op de tien is lid of donateur (geweest) van een patiëntenorganisatie. Informatie en voorlichting spelen een belangrijkere rol om lid of donateur te zijn dan belangenbehartiging. Burgers organiseren zich kennelijk niet zozeer om samen sterk te staan, maar lijken dit vooral te doen vanuit individuele motieven of lotgenotencontact.

De kostenbewuste burger

Burgers zien zichzelf als kostenbewuste zorggebruikers. Over andere ‘zorgconsumenten’ zijn ze minder uitgesproken, maar ze lijken toch het idee te hebben dat die minder kostenbewust zijn in hun zorggebruik dan zijzelf. Zelf betalen voor de zorg lijkt een zeker kostenbewustzijn met zich mee te brengen. Daarnaast geeft het echter ook het gevoel recht te hebben op zorg.

Onderzoek

Voor het onderzoek zijn begin maart 2011 twee vragenlijsten verspreid. Beide vragenlijsten zijn door zo’n 1500 leden van het Consumentenpanel Gezondheidszorg ingevuld. Het panel verzamelt informatie onder de algemene bevolking in Nederland over de meningen over de gezondheidszorg en de ervaringen hiermee. Het panel bestaat uit ongeveer 6.000 mensen van 18 jaar en ouder.

Over het natuurlijk beloop van subklinische hypothyreoïdie

Van 1972 tot 1974 werd in Whickham (Noordoost-Engeland) bij 2779 volwassenen een bevolkingsonderzoek verricht naar de prevalentie van struma, schildklierfunctiestoornissen, schildklierautoantistoffen en vetstofwisselingsstoornissen.

maandag 23 juli 2012

Signalement: vrouwen zijn anders

In de zorg wordt nog te weinig rekening gehouden met verschillen tussen mannen en vrouwen. Meer kennis over deze verschillen kan de gezondheid van vrouwen verbeteren, het ziekteverzuim terugdringen en maatschappelijke kosten reduceren. In het Signalement Seksespecifieke gezondheidszorg wordt op enkele plaatsen de schildklier aangekaart. Schildklierziekten komen veel vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

Vrouwen zijn anders
ZonMw-Signalement Seksespecifieke gezondheidszorg

Hoeveel schildklierpatiënten zijn er in Nederland?
Schildklierforum

dinsdag 17 juli 2012

Schildklier, halfwaardetijd en steady state

Een begrip dat je vaak tegenkomt als het over schildklierhormoon gaat is halfwaardetijd.

De biologische halfwaardetijd van een stof is de tijd die het duurt voordat de stof de helft van zijn activiteit verliest. Bij schildklierhormoon gaat het om de tijd die zit tussen de productie of opname van schildklierhormoon en de afbraak van schildklierhormoon. Het gaat om het hormoon dat de schildklier zelf maakt, en het gaat ook om het hormoon dat iemand slikt.

zondag 15 juli 2012

Ziekten van de schildklier. De feiten

Het boekje Ziekten van de schildklier. De feiten is de Nederlandse vertaling van Thyroid diseases: the facts van RIS Bayliss en WMG Tunbridge. Zij zijn twee Britse endocrinologen. De vertaling werd bewerkt door dr. JW Elte en prof. dr. AC Nieuwenhuijzen Kruseman, beiden internist.


Met de link kun je hele stukken uit het boekje lezen. Het is nu niet leverbaar, maar hopelijk komt er een nieuwe druk.

woensdag 11 juli 2012

Testing your thyroid for hypothyroidism during pregnancy

Thyroid hormone plays an essential role in the development of a baby during pregnancy. Early in pregnancy the baby gets all of its thyroid hormone from the mother, so the mother's thyroid hormone status is very important. Hypothyroidism in the mother is associated with adverse health effects in the baby and complications during the pregnancy. Because of this, many physicians advocate testing all pregnant women for thyroid problems early in pregnancy, while others recommend testing for thyroid problems only in women that have certain risk factors for thyroid problems, such as a family history or an enlarged thyroid. The goal of this study was to determine how frequently pregnant women are tested for thyroid problems using a large national sample.

National status of testing for hypothyroidism during pregnancy and postpartum
Blatt AJ et al. J. Clin. Endocrinol. Metab. 97(3): 777-784. 2012

Testing for hypothyroidism during pregnancy
Whitney Woodmansee | Clinical Thyroidology for Patients

maandag 9 juli 2012

Dejodering: omzetting van T4 in T3 ...

Het schildklierhormoon (T4 en T3) wordt in het bloed vervoerd door eiwitten, waarbij het voor meer dan 99,5% aan die eiwitten gebonden is. Het kleine vrije deel (FT4 en FT3) is in feite het actieve hormoon.

Na vervoer in de bloedbaan worden vrij T4 en T3 in de weefsels opgenomen. Het vrij T4 wordt dan voor een deel (~30%) omgezet in het actieve T3 en voor een deel (~30%) afgebroken in niet-actief hormoon (= rT3). Het afgebroken, niet-actieve schildklierhormoon komt terecht in de (darm-lever) kringloop.

maandag 2 juli 2012

Gluten-intolerantie en opname levothyroxine

Coeliakie is een aandoening waarbij de patiënt chronisch overgevoelig is voor gluten. Je noemt coeliakie daarom ook wel gluten-intolerantie. Gluten zijn eiwitten en komen voor in bepaalde graansoorten. Een overgevoeligheidsreactie leidt tot afbraak van de darmplooien in de dunne darm. Het gevolg hiervan is dat voedingsstoffen niet meer goed worden opgenomen door het lichaam.

The effect of celiac disease on the absorption of levothyroxine tablets
Clinical thyroidology for patients

Atypical Celiac Disease as Cause of Increased Need for Thyroxine: A Systematic Study
C Virili, G Bassotti, MG Santaguida, R Iuorio, SC Del Duca, V Mercuri, A Picarelli, P Gargiulo, LGargano and M Centanni

woensdag 27 juni 2012

Selenium en schildklier / thyroid

The recent recognition that the essential trace element selenium is incorporated as selenocysteine in all three deiodinases has decisively confirmed the clear-cut link between selenium and thyroid function. It has additionally been established that the thyroid contains more selenium than any other tissue and that selenium deficiency aggravates the manifestation of endemic myxedematous cretinism and autoimmune thyroid disease.

Selenium and the Thyroid: A Close-Knit Connection
Leonidas H. Duntas

woensdag 20 juni 2012

Mijn schildklier werkt niet goed. En nu?

Wil je een boekje lezen met veel informatie en uitleg over de werking van de schildklier, schildklieraandoeningen en hun behandelingen, dan is het boekje ‘Mijn schildklier werkt niet goed. En nu?’ een goede keus.

Online is het boekje verschenen in de reeks Spreekuur Thuis. Je kunt het ook bestellen bij de uitgever.

Dit boekje van dr. Jan Willem Elte is de geheel herziene druk van zijn voorganger Schildklierafwijkingen - diagnostiek, aandoeningen en therapie.


Omschrijving

Schildklierafwijkingen komen vaak voor, in Nederland lijden er waarschijnlijk meer dan een half miljoen mensen aan. Hoewel leeftijd bij sommige schildklieraandoeningen wel een rol speelt, komen schildklierafwijkingen op alle leeftijden voor, bij vrouwen viermaal zo vaak als bij mannen.

Omdat schildklierafwijkingen in verschillende vormen voorkomen, bestaat er ook een grote verscheidenheid aan klachten, die bovendien niet altijd gemakkelijk worden herkend. Sommige van deze klachten zijn algemeen van aard en kunnen verward worden met andere aandoeningen, die zelfs psychisch van aard kunnen zijn.

Dankzij de verbeterde laboratoriumdiagnostiek is de kennis over de schildklier in de afgelopen jaren aanzienlijk toegenomen. Wat de werking en de functie van de schildklier is, wordt helder uiteengezet. Daarnaast komen diagnostiek, aandoeningen en therapie uitgebreid aan de orde.

Over T3 (Cytomel) is het boekje heel summier: het gebruik wordt niet geadviseerd want volgens onderzoek werkt T4+T3 niet beter dan T4.


dinsdag 19 juni 2012

Klachten en symptomen schildklier vaak aspecifiek

Bron: NHG-Standaard Schildklieraandoeningen (2006)

Klachten en symptomen

Vrijwel alle patiënten met een schildklierfunctiestoornis hebben een aantal klachten en symptomen die kunnen passen bij een te traag of te snel werkende schildklier. Hypothyreoïdie kan door een verlaagd metabolisme leiden tot klachten als gewichtstoename, kouwelijkheid, obstipatie en traagheid. Hyperthyreoïdie daarentegen kan juist leiden tot klachten als gewichtsverlies, ondanks goede eetlust, diarree en hartkloppingen.

Uitgesproken beeld zeldzaam

Zowel hypo- als hyperthyreoïdie kan moeheid en menstruatiestoornissen veroorzaken. Een uitgesproken beeld met klassieke symptomen is in de praktijk echter zeldzaam. (14) De patiënt heeft meestal aspecifieke klachten en symptomen. De voorspellende waarde van klachten die met schildklierfunctiestoornissen geassocieerd zijn is laag. Dit geldt zowel voor afzonderlijke klachten als voor combinaties van klachten. (15)

Oogziekte uitzondering

Een uitzondering hierop vormt de oogziekte (oftalmopathie): deze aandoening wijst sterk in de richting van de ziekte van Graves. Bij ouderen geldt in nog sterkere mate dat een schildklierfunctiestoornis gemaskeerd kan zijn door het aspecifieke karakter van de klachten.

Grotere kans op schildklierfunctiestoornis

De huisarts houdt rekening met een grotere kans op een schildklierfunctiestoornis bij:
  • behandeling van hyperthyreoïdie met radioactief jodium of een subtotale thyroïdectomie in de voorgeschiedenis;
  • radiotherapie van het hoofd-halsgebied in de voorgeschiedenis;
  • een recente partus (korter dan een jaar geleden) of een postpartum thyreoïditis in de voorgeschiedenis;
  • aanwezigheid van een auto-immuunziekte, in het bijzonder diabetes mellitus type 1;
  • het syndroom van Down;
  • gebruik van medicamenten die de schildklier kunnen beïnvloeden (bijvoorbeeld lithium of jodiumhoudende medicamenten als amiodaron);
  • een positieve familieanamnese voor schildklierziekten.

In deze situaties is er een verhoogd risico dat de patiënt hypothyreoïdie ontwikkelt. Er is (nog) geen onderzoek waaruit blijkt dat het zinvol is door – bijvoorbeeld jaarlijkse – screening hypothyreoïdie op te sporen voordat de patiënt hulp zoekt in verband met klachten. De patiënt moet gewezen worden op het verhoogde risico en moet bij klachten contact opnemen.

Bij onbegrepen klachten en bij problemen als vermagering en gewichtstoename, hartfalen, atriumfibrilleren en dementie is onderzoek naar schildklierfunctiestoornissen geïndiceerd.


maandag 18 juni 2012

Onderzoek naar geneesmiddel voor medullaire schildklierkanker

Het middel cabozantinib (XL184) geeft veelbelovende resultaten bij medullaire schildklierkanker, een zeldzame vorm van schildklierkanker, waarvoor tot nu toe in België geen geneesmiddel beschikbaar was. Dat blijkt uit de onderzoeksresultaten die oncoloog Patrick Schöffski van de KU Leuven bekend maakte.

donderdag 14 juni 2012

Cognitief en psychologisch welbevinden bij hypothyreoïdie

Hypothyreoïdie wordt in verband gebracht met een verminderde functie van het geheugen, de concentratie, de psychomotorische snelheid, visuele waarneming en constructieve vaardigheden (handigheid).

De standaardbehandeling voor hypothyreoïdie is levothyroxine, dat biochemische euthyreoïdie effectief lijkt te herstellen. Dit is feitelijk vastgesteld doordat de TSH-, vrije T4- en de T3-concentraties binnen de normaalwaarden worden gebracht.

Cognitive functioning and well-being in euthyroid patients on thyroxine treated replacement therapy for primary hypothyroidism
Ellie M Wekking, Bente C. Appelhof, Eric Fliers, Aart H. Schene, Jochanan Huyser, Jan G.P. Tijssen, Wilmar M. Wiersinga
Eur. J. Endocrinology 2005 Dec; 153(6):747-53

Hoewel hormoonsubstitutie succesvol is toegepast om morbiditeit en mortaliteit in primaire hypothyreoïdie te verminderen, is het in de geneeskundige praktijk bekend dat een minderheid van de patiënten symptomen behoudt ondanks voldoende T4-medicatie. Dit zijn vaak vage, aspecifieke klachten zoals vermoeidheid, spierpijn, depressieve gevoelens of een verminderd geheugen.

Onderzoek AMC

Dit is een onderzoek dat neurocognitief functioneren evalueert na langdurige T4-behandeling (gemiddelde behandelingstijd 5,5 jaar). Daarnaast werd onderzocht of psychologisch welzijn in deze patiëntengroep verschilde met gezonde personen.

Tot slot

Ten slotte werd bestudeerd of de TSH-bloedwaarde een beslissende factor is voor neurocognitief prestatievermogen en welzijn.

Meer lezen



donderdag 7 juni 2012

Schildklier en zwangerschap: Generation R

Tijdens de zwangerschap is een normale schildklierfunctie van moeder en baby nodig voor de normale ontwikkeling van de hersenen van de baby. Dit is vooral belangrijk in het begin van de zwangerschap voordat de schildklier van de baby begint te werken. Tot die tijd is de baby afhankelijk van het schildklierhormoon van de moeder.

Als de moeder hypothyreoïdie heeft, kan dit van invloed zijn op de baby. Ook al is de schildklierfunctie van de baby normaal.

Maternal Early Pregnancy and Newborn Thyroid Hormone Parameters: The Generation R Study
M. Medici, Y.B. de Rijke, R.P. Peeters, W. Visser, S.M.P.F. de Muinck Keizer-Schrama, V.V.W. Jaddoe, A. Hofman, H. Hooijkaas, E.A.P. Steegers, H. Tiemeier, J.J. Bongers-Schokking en T.J. Visser

De meest voorkomende oorzaak van hypothyreoïdie is de ziekte van Hashimoto. Dit kan worden getest door het meten van de TPO-antistoffen in het bloed van de moeder. Met deze studie werd onderzocht of de schildklierfunctie van de moeder in het begin van de zwangerschap gevolgen heeft voor de schildklierfunctie van de baby bij de geboorte. De studie toonde ook hoeveel vrouwen hypothyreoïdie hadden en hoeveel TPO-antistoffen zij in hun bloed hadden.

Generation R
Het onderzoek naar de groei, ontwikkeling en gezondheid van 10.000 kinderen in Rotterdam. De kinderen worden vanaf de vroege zwangerschap tot hun jong volwassenheid gevolgd. Centraal staat de vraag waarom het ene kind zich optimaal ontwikkelt en het andere kind niet.

Samenvatting van de studie

Met deze studie werden meer dan 5000 vrouwen in Nederland onderzocht die een gezonde baby kregen tussen 2002-2006. Schildklierwaarden werden gemeten in het bloed van de moeders tijdens de vroege zwangerschap en in het navelstrengbloed van de pasgeborenen. De resultaten laten zien dat de schildklierfunctie van een pasgeborene sterk verbonden is met de schildklierfunctie van de moeder in de zwangerschap. Bijna 9% van de vrouwen had hypothyreoïdie tijdens de vroege zwangerschap. Omdat hypothyreoïdie vaak gerelateerd is aan het hebben van TPO-antistoffen in het bloed, hebben vrouwen die ooit TPO-stoffen hadden (zoals in een eerdere diagnose van de ziekte van Hashimoto) baat bij controle van de schildklierfunctie bij het plannen van een zwangerschap.

Thyroid function in newborns at birth is related to mothers' thyroid function during early pregnancy
Clinical Thyroidology for Patients

Wat zijn de gevolgen van deze studie?

Deze studie laat zien dat vroeg in de zwangerschap, de ontwikkeling van de baby direct gerelateerd is aan hun moeders schildklierfunctie. Dit is belangrijk aangezien de vroege zwangerschap een cruciale periode is in de ontwikkeling van de hersenen. De resultaten suggereren dat een normale schildklierfunctie van zwangere vrouwen, vooral tijdens het eerste trimester, van groot belang is. Dit is nog belangrijker voor vrouwen met TPO-antistoffen in het bloed, die een hoger risico hebben op het ontwikkelen van hypothyreoïdie dan vrouwen zonder TPO-antistoffen.

woensdag 6 juni 2012

Ans de Kort stelt zich voor

Bron: www.vumc.nl

Het is Ans gelukt om de benodigde 40.000 euro bijeen te brengen, waarmee VUmc een eigen PET-probe kon aanschaffen. Op zondag 29 maart 2009 overhandigde zij een cheque aan Emile Comans van de afdeling nucleaire geneeskunde. Het geld kwam van allerlei acties die zij voor dit doel op touw zette. Een sponsorloop in Noord-Brabant, de marathon in New York, de Beekse marathon, een legeflessenactie op scholen, honderd spinners in actie en een 24-uurs marathon tennissen waar ook Paul Haarhuis een bijdrage aan leverde, het is nog maar een greep van wat Ans de afgelopen jaren met één doel voor ogen organiseerde.

Ans de Kort stelt zich voor

Ans strijdt sinds 2006 tegen schildklierkanker en ze is zelf met een PET-probe geopereerd. Na drie operaties aan haar schildklier bleek dat er toch nog 'wat vlekjes' te zien waren. Een vierde operatie zou een te groot risico zijn. Als bij een wonder had VUmc op dat moment een PET-probe in bruikleen, waarmee heel gericht de kankercellen werden opgespoord. Daarna volgde de beslissing om haar toch nog een keer te opereren. "Na deze operatie kon ik me er niet bij neerleggen dat VU medisch centrum zo'n noodzakelijk apparaat niet in eigendom had."

Door schildklierkanker liet Ans zich niet uit het veld slaan

Een PET-probe is een apparaat ter grootte van een forse balpen. Een patiënt krijgt voor een operatie een licht radioactieve stof ingespoten, die zich alleen hecht aan kankercellen. De PET-probe reageert op radioactieve cellen en begint dan te piepen. De chirurgen kunnen vervolgens heel nauwkeurig het tumorweefsel verwijderen. Voor Ans betekende de aanwezigheid van de PET-probe dat haar stembanden gespaard konden worden.

zaterdag 2 juni 2012

Onderzoek naar T4 plus T3: proof of principle

De behandeling met levothyroxine bij hypothyreoïdie gebeurt op basis van laboratoriumuitslagen en klachten. Doel van de behandeling is een zo goed mogelijke regulatie van het metabolisme.

Vaak voelen patiënten zich het beste bij een TSH-waarde in het laag-normale gebied en een vrije-T4-waarde in het hoog-normale gebied. Een verklaring hiervoor is dat er extra T4 nodig is voor de omzetting in T3, dat anders door de schildklier geproduceerd wordt. Verder bevindt de TSH-waarde van de meeste gezonde mensen zich in het laag-normale gebied.

Ongeveer 15% van de patiënten met hypothyreoïdie houdt klachten. Toediening van liothyronine (T3, Cytomel) zou een oplossing kunnen bieden. T3 zorgt echter voor onnatuurlijke T3-pieken in het bloed. T3 wordt snel opgenomen in het bloed, vandaar die piek en dit is niet zoals het hoort. Dit kan voorkomen worden door toediening van T3-hormoon met vertraagde afgifte (slow-release). T3 wordt op die manier geleidelijk in het bloed opgenomen wat onnatuurlijke hormoonpieken in het bloed voorkomt.


donderdag 31 mei 2012

Twee vrouwen en hun ervaring met hypothyreoïdie

Voor mensen die schildklierhormoon slikken is een juiste dosis van groot belang. Te veel hormoon geeft klachten, net zoals te weinig hormoon. In 2013 verscheen een nieuwe huisartsenrichtlijn. Hoop was gevestigd op een betere dosering van schildklierhormoon. In de praktijk blijkt dat niet altijd goed te gaan.

woensdag 30 mei 2012

Mogelijkheden bij medullair schildklierkanker

Per jaar wordt de diagnose schildklierkanker gesteld bij ongeveer 350 patiënten. Bij 20% van die patiënten gaat het om medullair schildkliercarcinoom, afgekort MSC.

Calcitonine

In de schildklier maken de meeste cellen schildklierhormoon. Daarnaast zijn er cellen die calcitonine maken. Deze cellen noem je C-cellen. Calcitonine is een hormoon en regelt het kalkgehalte in het bloed. Medullair schildklierkanker ontstaat in de C-cellen. Van dit type kanker bestaan erfelijke vormen, namelijk het MEN 2-syndroom en het familiaire type medullaire schildklierkanker. Uit onderzoek blijkt dat een afwijking in de regeling van de celgroei in de C-cellen verantwoordelijk is voor het ontstaan van deze familiaire vorm van schildklierkanker. Het gaat om de werking van een receptor.

Receptor

Een receptor is een soort sleutelgat op de cel. Op dat sleutelgat past een sleutel. Hier is die sleutel een groeifactor, denk aan een suikerklontje. Aan de binnenkant van dit sleutelgat zit een enzym. Dat enzym maakt van het suikerklontje precies genoeg suikerkorreltjes. Hierdoor kan de C-cel gaan groeien. Bij MSC blijft het enzym werken ook als er geen suikerklontjes naar de cel komen. Het enzym blijft maar suikerkorreltjes maken. Hierdoor blijft de C-cel groeien. Er ontstaat zo kanker in de C-cel.

Vandetanib

Tot een paar jaar terug werd een patiënt met MSC geopereerd en plaatselijk bestraald. Met uitzaaiingen werd het al veel moeilijker. De farmaceutische industrie heeft nu medicijnen ontwikkeld die dat enzym, dat veel te hard werkt, kunnen remmen. Het gaat om medicijnen die als tablet zijn in te nemen. In 2008 zijn de resultaten van enkele onderzoeken van zo’n remmer gepresenteerd. Het gaat om het middel vandetanib (merknaam: Caprelsa (voorheen: Zactima)). Dit medicijn liet bij een deel van de patiënten een gunstig effect zien op de omvang van het MSC en met name ook op de vaak ernstige diarree.

Meer informatie


woensdag 23 mei 2012

Schildklier en hart - aandacht voor twee onderzoeken

Schildklieraandoeningen komen vaak voor. Of het nu gaat om hypothyreoïdie, hyperthyreoïdie, de oogziekte of schildklierkanker. Vreemd is dat er relatief weinig aandacht voor de schildklier is.

Schildklier en hart

Een schildklier die te veel of te weinig hormoon maakt, kan voor problemen zorgen. Vraag is: wat te doen? Veel is nog onbekend. Hieronder vind je aandacht voor de combinatie schildklier en hart. Wil je er nog meer over weten? Zoek dan met het woord hart met de zoekknop (zie rechtsboven).

Subklinische hyperthyreoïde en het hart

Subclinical hyperthyroidism, defined by low thyrotropin (TSH) level with normal concentrations of free thyroxine (FT4) and triiodothyronine (T3) has been associated with several biological effects on the cardiovascular system, such as increased heart rate, left ventricular mass, carotid intima-media thickness, and plasma fibrinogen levels. Observational studies have reported an association between subclinical hyperthyroidism and coronary heart disease (CHD), incident atrial fibrillation (AF), and cardiac dysfunction.

Subclinical hyperthyroidism and the risk of coronary heart disease and mortality
Collet TH, Gussekloo J, Bauer DC, et al.

Results from prospective cohort studies are conflicting, and study-level meta-analyses have reached contradictory conclusions, for example, regarding the association between subclinical hyperthyroidism and cardiovascular mortality. In fact, interpretation of these studies is hampered by several methodological factors: population heterogeneity, different thyrotropin cutoff levels for subclinical hyperthyroidism definition, different use of covariates, and different CHD definitions.

Although no large randomized controlled trials have examined the effects of treating subclinical hyperthyroidism on clinically relevant outcomes, a consensus statement and recent guidelines advocate treatment of subclinical hyperthyroidism, particularly when thyrotropin (TSH) level is lower than 0.10 mIU/L, to avoid long-term complications.

Subklinische hypothyreoïdie en het hart

Subclinical hypothyroidism is associated with an increased risk of heart disease CHD events and CHD mortality in those with higher TSH levels, particularly in those with a TSH concentration of 10 mIU/L or greater.

Subclinical hypothyroidism and the risk of coronary heart disease and mortality
Nicolas Rodondi, Wendy den Elzen, Jacobijn Gussekloo et al.

Controversy persists on the indications for screening and threshold levels of thyroid-stimulating hormone (TSH) for treatment of subclinical hypothyroidism, defined as elevated serum TSH levels with normal thyroxine (T4) concentrations. Because subclinical hypothyroidism has been associated with hypercholesterolemia and atherosclerosis, screening and treatment have been advocated to prevent cardiovascular disease. However, data on the associations with coronary heart disease (CHD) events and mortality are conflicting among several large prospective cohorts.

Three recent study-level meta-analyses found modestly increased risks for CHD and mortality, but with heterogeneity among individual studies that used different TSH cutoffs, different confounding factors for adjustment, and varying CHD definitions. Part of the heterogeneity might also be related to differences in participants' age, sex, or severity of subclinical hypothyroidism (as measured by TSH level).

One cohort study suggested particularly high risk in participants with subclinical hypothyroidism and preexisting cardiovascular disease.

maandag 21 mei 2012

When you should know your TSH level

Bron: Empower Your Health, Jeffrey R. Garber, MD, FACP, FACE

Screening

Why screen people for a medical condition when they have no symptoms, risk factors, or a finding on a physical exam? Screening is done because:
  • the condition is common
  • the condition is important
  • the condition is hard to diagnose, at least in its early stages
  • the diagnosis is easy to make
  • the diagnosis is accurate
  • treatment for the condition is effective and safe

Evidence

Though experts don’t agree about population screening for hypothyroidism, evidence supports checking your TSH if you:
  • have autoimmune disease, such as type 1 diabetes, or pernicious anemia
  • have a first-degree relative with autoimmune thyroid disease
  • have a history of neck radiation of the thyroid gland, including radioactive iodine therapy for hyperthyroidism and external beam radiotherapy for head and neck malignancies
  • have a prior history of thyroid surgery or dysfunction
  • have an abnormal thyroid examination
  • have psychiatric disorders
  • are taking medicines that may affect the function of your thyroid, such as amiodarone or lithium
  • have an elevated cholesterol level

Pregnancy

Studies are exploring whether or not universal TSH screening should be done in all women planning pregnancy or who are pregnant.

Verminderde schildklierfunctie eerder vast te stellen

Ruim twee procent van de Nederlanders is bekend met een schildklieraandoening en wordt hiervoor ook behandeld. Daarnaast blijkt ongeveer één procent van de Nederlanders een verlaagde schildklierfunctie te hebben zonder dit te weten. Dit laatste aantal is veel groter dan tot nu toe werd aangenomen. Dit blijkt uit gegevens van het grote LifeLines-onderzoek, waarin het Universitair Medisch Centrum Groningen de gezondheid van in totaal 165.000 inwoners van Noord-Nederland volgt.

dinsdag 15 mei 2012

Schildklierkanker en nucleaire geneeskunde

Schildklierkanker komt weinig voor en de sterfte eraan is laag. Het komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, net als bij andere schildklieraandoeningen. Schildklierkanker kan op alle leeftijden ontstaan. Meestal tussen het 30e en 60e levensjaar.

Bij de behandeling van schildklierkanker krijg je vaak te maken met nucleaire geneeskunde. Hieronder kun je lezen over de behandelingen en onderzoeken.


maandag 14 mei 2012

Hyperthyreoïdie en operatie

Complicaties van een operatie treden geregeld op en omvatten met name bijschildklierfalen door het wegnemen van de kleine dicht bij de schildklier gelegen bijschildklieren (er zijn er meestal 4) en heesheid. De heesheid wordt veroorzaakt door verlamming van een stemband, wat weer het gevolg is van een beschadigde zenuw, die ook vlak naast de schildklier loopt. Daarnaast kan uiteraard te veel (of te weinig) schildklierweefsel weggehaald zijn en kunnen er lokale beschadigingen optreden.

Aanbeveling

Chirurgie voor hyperthyreoїdie dient te worden uitgevoerd door chirurgen met een specifieke belangstelling en ervaring in schildklierchirurgie. Gezien de lage frequentie van thyreoïdectomie voor hyperthyreoїdie wordt verwijzing aanbevolen naar een centrum waar minimaal 20 schildklieroperaties per jaar verricht worden en dat ook anderszins voldoet aan de eisen zoals geformuleerd door de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (rapport Normering Chirurgische Behandelingen).


De tekst is letterlijk overgenomen uit de NIV-Richtlijn Schildklierfunctiestoornissen 2012 (pagina 63 en verder).

Absolute indicaties voor chirurgische behandeling van hyperthyreoïdie (d.w.z. behandeling met radioactief jodium is geen alternatief)

  • Hyperthyreoïdie in combinatie met een verdachte of maligne nodus
  • Noodzaak tot snel ingrijpen, bij ernstige mechanische bezwaren of (zeldzaam) bij grote bloedflow door de schildklier die tot ernstige shunting leidt
  • Therapieresistentie voor thyreostatica en radioactief jodium (zeldzaam)

Overige indicaties voor chirurgische behandeling van hyperthyreoïdie (d.w.z. behandeling met radioactief jodium als alternatief overwegen):

  • Ernstige allergische reactie op of intolerantie voor thyreostatica
  • Toxisch multinodulair struma of autonome toxische nodus
  • Ziekte van Graves: in geval van ernstige hyperthyreoïdie, groot struma of persisterende hyperthyreoïdie na 12-18 maanden behandeling met thyreostatica


Aanbevelingen therapie thyreotoxicose

In de Richtlijn Schildklierfunctiestoornissen uit 2012 van de Nederlandse Internisten Vereniging worden de volgende aanbevelingen gegeven voor de behandeling van thyreotoxicose. In het dagelijks gebruik wordt thyreotoxicose ook wel hyperthyreoïdie genoemd. Deze richtlijn is de revisie van de richtlijn uit 2007.

Opmerking: dit is een richtlijn door en voor artsen.
Een richtlijn gaat niet over patiëntenperspectief, wat is voor jou het prettigst.

donderdag 10 mei 2012

Hyperthyreoïdie en radioactief jodium

Hyperthyreoïdie - als je schildklier te veel hormoon maakt - kan behandeld worden met:

Samen met de arts en afhankelijk van de oorzaak van de hyperthyreoïdie kiest de patiënt voor een behandeling. Van belang is goede uitleg over voor- en nadelen van de drie behandelingen. Denk hierbij aan grote kans op terugkomst van hyperthyreoïdie bij schildklierremmers, grote kans op hypothyreoïdie bij radioactief jodium en operatie, en risico’s bij een operatie.

Ziekte van Graves

Voor veel patiënten met de ziekte van Graves is een behandeling met schildklierremmers een goede keus. Bij patiënten met een groot struma wordt, nadat de schildklier rustig is geworden, gekozen voor een behandeling met radioactief jodium. Is er geen of een gering struma, dan kan gekozen worden voor het doorzetten van de behandeling met schildklierremmers gedurende 1 à 1½ jaar. Bij veel patiënten komt de hyperthyreoïdie terug na de behandeling met schildklierremmers; het eerste jaar tot zo'n 50% en jaren daarna tot zo'n 70%. Zij worden dan alsnog behandeld met radioactief jodium.

Toxisch adenoom/toxisch multinodulair struma

Patiënten met een hyperthyreoïdie door een toxisch adenoom kunnen kiezen voor:
  • behandelen met radioactief jodium
  • een operatie

Wanneer er sprake is van een toxisch multinodulair struma, wordt bij voorkeur behandeld met radioactief jodium. Een behandeling met schildklierremmers heeft weinig zin. Zo’n behandeling zou levenslang duren. De hyperthyreoïdie keert vrijwel altijd terug na het stoppen met schildklierremmers.

Bij ouderen met een milde hyperthyreoïdie wordt soms wel gekozen voor permanente behandeling met een lage dosis schildklierremmers.

Voorbehandeling

De schildklier kan geremd worden vóór een behandeling met radioactief jodium. Dat is niet altijd nodig. Vraag het aan de arts.
  • Gekozen wordt meestal voor de schildklierremmer thiamazol (Strumazol®). Hiermee moet gestopt worden: 3-5 dagen vóór de slok t/m 3-5 dagen na de slok.
  • Als de patiënt PTU slikt, moet hiermee gestopt worden: ten minste 15 dagen vóór tot en met 3-5 dagen na de slok.
  • Bij de combinatietherapie (block/replace, schildklierremmer plus schildklierhormoon) is het voor de patiënt eenvoudiger om alle medicatie gelijktijdig te stoppen en te hervatten. Over het stoppen met levothyroxine bestaan weinig gegevens in de literatuur.

Behandeling

Radioactief jodium werkt goed en is gemakkelijk beschikbaar. Het wordt al heel lang toegepast. De patiënt krijgt het radioactief jodium in de vorm van een capsule of als vloeistof. Na inname kan 1 à 2 dagen isolatie nodig zijn; dit is vanwege onder andere de afvoer van urine en ontlasting, die tijdelijk radioactief is.

ALARA

Een geïndividualiseerde dosering voldoet aan het medisch-ethische ALARA-principe (as low as reasonably achievable), waarmee wordt aangeduid dat bij medische stralingstoepassingen de stralingsdosis zo laag moet zijn als redelijkerwijs haalbaar is, zonder dat het behandeldoel daaraan ondergeschikt wordt gemaakt (VROM, 2004). In sommige Europese landen (bijv. Duitsland) is een geïndividualiseerde dosisberekening daarom wettelijk verplicht; dit is in Nederland niet het geval.

Oogziekte van Graves

Als een patiënt de oogziekte van Graves heeft, wordt de behandeling met radioactief jodium afgeraden. Kans op verergering van de oogziekte is een aanwezig risico. Soms wordt ook bijnierschorshormoon (prednison) gegeven. Hiermee hoopt men dat de oogklachten verergeren.

Nabehandeling

De slok helpt niet direct, er kunnen 3 tot 6 maanden voor nodig zijn. Vaak krijgt de patiënt in die tijd schildklierremmers (plus levothyroxine) voorgeschreven.

Optimale dosis

Het begrip ‘optimale dosis’ wordt op twee manieren uitgelegd:
  • de dosering die na één slok de grootste kans geeft op euthyreoïdie (= gewone schildklierwerking)
  • de dosering die na één slok de grootste kans geeft om de hyperthyreoïdie te genezen. Hierbij gelden euthyreoïdie en hypothyreoïdie als gewenste resultaten

De eerste aanpak zorgt dat de hyperthyreoïdie vaker terugkomt (tot 30%).
De tweede aanpak zorgt dat meer patiënten eerder een hypothyreoïdie krijgen. Dat kan oplopen tot op den duur 90% van de patiënten. Zij moeten levenslang levothyroxine slikken. Nu is de kans sowieso groot dat dat gebeurt na de slok.

Persoonlijke of vaste dosering

In de praktijk kiest de arts tussen de:
  • persoonlijke dosering
  • vaste dosering

Bij een persoonlijke dosering wordt gemeten hoeveel een persoon (= het individu) nodig heeft om de schildklier rustiger te laten werken. Zo’n onderzoek noem je ook wel een ‘jodium-uptake’. In Nederland wordt meestal gekozen voor deze persoonlijke dosering.

De kans dat de hyperthyreoïdie terugkomt, is groter bij een groot schildkliergewicht.

Ablatieve dosis

Wanneer het de bedoeling is de schildklier snel uit te schakelen, is een ‘ablatieve dosis’ de oplossing. Hiervoor wordt een afgemeten persoonlijke dosis verdubbeld. Bij een zwangerschapswens en hyperthyreoïdie is dat een mogelijkheid. Dit gaat om een veel lagere dosis radioactief jodium dan bij schildklierkanker.


donderdag 3 mei 2012

Vraag en antwoord: bloedonderzoek TSH, T4 en T3

Analyse van het bloed in het laboratorium speelt een belangrijke rol bij het onderzoeken van schildklierklachten. Om de functie of de activiteit van de schildklier te bepalen, wordt het meeste gebruik gemaakt van meting van het TSH en het FT4 (= vrije gehalte aan T4).

Hoe komt men aan de waarden T4, T3 en TSH?

De schildklier maakt de hormonen T4 (thyroxine) en T3 (trijoodthyronine). TSH is een hormoon uit de hypofyse (hersenaanhangsel). TSH stimuleert de schildklier om hormoon te maken.

Met bloedonderzoek bepaalt men de waarden van TSH, FT4 en T3. De waarden van deze hormoonspiegels zijn niet constant, maar schommelen tussen bepaalde grenswaarden, het zogenaamde ‘normale gebied’. De TSH gebruikt tot maximaal 50% van de totale referentiewaarde, en de FT4 (vrij T4) ongeveer 25% (Andersen 2002). Deze grenswaarden zijn bepaald op grond van bevolkingsonderzoek en zijn op zo’n manier gekozen dat 95% van de gezonde mensen binnen deze grens valt. Deze TSH-curve geeft een duidelijk beeld.

Vanwege de natuurlijke schommelingen van de bevolking is het soms nodig om meer metingen te doen om een goede diagnose voor één persoon te stellen. Een nieuwe patiënt kan dus bijvoorbeeld een stijgende hoeveelheid T4 en een dalende hoeveelheid TSH hebben binnen de normale grenswaarden. Mogelijk schommelen de waarden nog meer bij patiënten die levothyroxine gebruiken, omdat hun hormoonspiegel (door thyrax / euthyrox) zich niet aanpast aan de omstandigheden.

Bij instelling van medicatie van schildklierpatiënten wordt meestal TSH en vrij T4 bepaald en zelden T3 of vrij T3 (FT3). Waarom?

Theoretisch gezien zou je het beste naar de T3-bepaling kunnen kijken, maar de werkzame hoeveelheid T3 kan heel sterk wisselen. Bij iemand die bijvoorbeeld ziek is of een paar dagen niet heeft gegeten, kan het vrije T3 sterk verlaagd zijn, terwijl het juist weer verhoogd kan zijn bij een patiënt met een geringe hypothyreoïdie. Voor de diagnostiek wordt daarom als eerste de TSH-bepaling gebruikt. Deze is ook veel gevoeliger dan het vrije T4.

Bij een abnormale schildklierfunctie gaat als eerste het TSH afwijken. Dat gebeurt bij hyper- en hypothyreoïdie. Pas later stijgt bij hyperthyreoïdie de T3-waarde. Als laatste kunnen we afwijkingen in het vrije T4 constateren. Bij hypothyreoïdie daalt eerst het T4, als laatste daalt het T3. In het begin kan de T3 zelfs iets verhoogd zijn.

De TSH-waarde bevindt zich bij goed ingestelde patiënten veelal in het laag-normale gebied (het vrije T4 is dan vaak boven het midden van het normale bereik). Een kleine verhoging van de dosering met 12,5 mcg levothyroxine, ook als de TSH- en vrij T4-waarde normaal zijn, kan ervoor zorgen dat de patiënt zich beter voelt.

De normaalwaarden verschillen per laboratorium door de verschillende bepalingsmethoden. Maar hoe zit dat met TSH? Dit lijkt overal hetzelfde. Is dit zo?

Bij de TSH-bepaling zijn de verschillen minimaal door standaardisatie van de bepalingsmethode.

Klopt het dat je zo weinig mogelijk Thyrax moet slikken, omdat er anders het risico van botontkalking bestaat?

Zoals bekend bevat levothyroxine (thyrax en euthyrox) schildklierhormoon en alleen bij te hoge dosering kan op een kunstmatige manier hyperthyreoïdie ontstaan. Deze overdosering kan op de lange termijn botontkalking veroorzaken. Het is onzin de dosering lager te houden dan de patiënt nodig heeft. Tegelijkertijd moet natuurlijk wel een overdosering worden voorkomen.




vrijdag 27 april 2012

Ziekte van de schildklier en manieren om er mee om te gaan

Iedereen heeft wel eens te maken met stress, teleurstellingen, ziekte of andere tegenslagen. Ieder mens gaat daar op zijn eigen manier mee om. Shelley Taylor beschrijft in haar boek Health Psychology (2006) op welke verschillende manieren mensen daarmee om gaan. Onderstaande is een korte samenvatting van het hoofdstuk uit haar boek over chronische ziekten (zoals een schildklierziekte) en strategieën om daarmee om te gaan.

Strategieën en een chronische ziekte

De meeste mensen met een chronische ziekte, waar ook een schildklierziekte onder valt, ondervinden psychologische effecten (bijv. stress, depressie, angst) door die ziekte. Toch zoeken ze meestal geen psychologische hulp voor hun symptomen. In plaats daarvan vinden ze vaak zelf manieren om hiermee om te gaan. Zo’n manier van omgaan ofwel benadering noem je ook wel een strategie. Grofweg worden een actieve en een passieve strategie onderscheiden. Een actieve strategie is gericht op confrontatie. Je onderneemt dan zelf initiatief om de stress te controleren zoals het zoeken naar sociale steun. Een passieve strategie is gericht op vermijden en wegvluchten van het probleem.

Actief of passief

Elk mens heeft beide strategieën tot zijn beschikking. In de praktijk heeft iedereen een aangeboren en/of aangeleerde voorkeur voor een bepaalde strategie. Meestal is iemand geneigd om op zijn eigen manier te reageren. Dat kan net de reactie zijn waar jij ’t meeste baat bij hebt. Dat werkt alleen niet altijd zo vanzelf. Niet iedereen kiest vanzelf de meest gunstige strategie.

Mensen met een chronische ziekte benaderen hun ziekte, zo blijkt uit onderzoek, op verschillende manieren:
  1. steunzoekend en/of probleemoplossend gedrag, bijvoorbeeld ‘ik praat met iemand om meer over de ziekte te weten te komen’;
  2. afstand nemen, bijvoorbeeld ‘ik laat het niet te dichtbij komen’;
  3. positief denken, bijvoorbeeld ‘ik ben uiteindelijk sterker geworden door deze ervaring’;
  4. ontsnapping en/of vermijding door gedachten, bijvoorbeeld ‘ik hoop dat mijn klachten snel overgaan’;
  5. ontsnapping en/of vermijding door gedrag, bijvoorbeeld moeite doen om niet aan de situatie te denken door overmatig eten, drinken, slapen etc.

Deze strategieën verschillen niet veel van de strategieën die mensen gebruiken in andere stressvolle situaties. Een verschil is echter dat mensen met een chronische ziekte minder vaak actief reageren door probleemoplossend en/of steunzoekend gedrag en positief denken (punt 1, 2 en 3). Zij reageren vaker passief (vermijdend) door afstand nemen, ontsnapping en vermijding (punt 4 en 5). Dit kan komen doordat chronische ziekten langdurig en oncontroleerbaar zijn. Je hebt er weinig invloed op. Een passieve reactie volgt vaker in situaties waarbij ontkomen onmogelijk is en er geen controle kan worden uitgeoefend op de dreiging.

Welke strategie is effectief?

Is er een strategie die het meest effectief is bij een chronische ziekte? Gebleken is dat een vermijdende reactie de psychologische stress verhoogt. Actieve reacties zouden een betere aanpassing aan de ziekte voorspellen. Onderzoek heeft ook aangetoond dat mensen die actieve strategieën gebruiken, minder last van stress hebben en in betere geestelijke gezondheid verkeren. Die mensen ervaren ook meer controle over hun ziekte. Een passieve strategie kan zorgen voor gevoelens van machteloosheid wat weer de nodige spanningen kan opleveren. Dit is alleen makkelijker gezegd dan gedaan. De één zal vanzelf kiezen voor een voor hem gunstige strategie, terwijl een ander daar hulp bij nodig heeft. Belangrijk is dat die hulp er dan ook is.

Lees meer ...





donderdag 26 april 2012

Hyper- en hypothyreoïdie en risico hart- en vaatklachten

Mild degrees of hyperthyroidism or hypothyroidism both appear to be associated with an increased risk of cardiovascular events [1,2]. And treatment of hypothyroidism with levothyroxine may reduce this risk, at least in younger patients. These are the conclusions of two new studies published online April 23, 2012 in the Archives of Internal Medicine, wrote Sue Hughes on www.theheart.org.

Sources

Both hyper- and hypothyroidism linked to CV events
Sue Hughes
www.theheart.org

[1] Levothyroxine treatment of subclinical hypothyroidism, fatal and nonfatal cardiovascular events, and mortality
Razvi S, Weaver JU, Butler TJ, Pearce SHS
Arch Intern Med 2012; DOI:1.1001/archinternmed.2012.1159.

[2] Subclinical hyperthyroidism and the risk of coronary heart disease and mortality
Collet TH, Gussekloo J, Bauer DC, et al.
Arch Intern Med 2012; DOI:10.1001/archinternmed.2012.402.

[3] What is the clinical importance of subclinical hyperthyroidism?
Burman KD
Arch Intern Med 2012; DOI:10.1001/archinternmed.2012.1114.

Correcting hypothyroidism reduces CV risk?

Lead author of the hypothyroidism study, Dr Salman Razvi (Gateshead Health, UK), explained to heartwire: "A number of studies have previously shown that subclinical hypothyroidism may be associated with ischemic heart disease, particularly in younger patients, but there has not yet been a study showing that cardiovascular events are reduced by correcting the condition."

Razvi and colleagues used data from the UK GP database to identify 4735 patients diagnosed with subclinical hypothyroidism in 2001 and followed them until 2009. Around half the patients were treated with levothyroxine, and the other half received no treatment. Results were analyzed with respect to age. Results showed that treatment with levothyroxine was associated with a reduced risk of cardiovascular events in younger patients, but not in older patients.

Cardiovascular events in patients with subclinical hypothyroidism

Razvi noted that subclinical hypothyroidism is very common, occurring in about 5% of the population. Thyroid-function tests are one of the most frequently conducted tests by GPs, often being requested when patients complain of tiredness or weight gain. Subclinical hypothyroidism is defined as elevation of thyroid-stimulating hormone (TSH) with normal thyroid hormone levels, and there is controversy about whether or not this mild form of the disease requires treatment.

Razvi said his results were not definitive, as this was just an observational study, and that a randomized trial is needed to confirm the findings. Speculating on the difference between the younger and older groups, Razvi said it is believed that older people may have naturally higher TSH levels than younger individuals and may need lower levels of thyroxine, and the association between mild hypothyroidism and cardiovascular events is not as strong in older patients. "Although we say these older patients have subclinical hypothyroidism because they have elevated TSH levels, this in fact may be normal for that age."

Hyperthyroidism increases CV risk too

In the second study, a team led by Dr Nicolas Rodondi (University of Bern, Switzerland) pooled individual patient data from 10 cohort studies to investigate the association between subclinical hyperthyroidism and cardiovascular events. Rodondi commented to heartwire: "The risk associated with subclinical hyperthyroidism was unclear until this study. There have been conflicting data from many studies. We have put all the data together in an individual patient meta-analysis, and we showed a clear increase in risk of atrial fibrillation and coronary heart disease mortality. We also found the level of TSH correlated with cardiovascular risk."

The researchers pooled individual data from cohort studies including 52 674 participants. Of these, 2188 patients had subclinical hyperthyroidism. In age- and sex-adjusted analyses, subclinical hyperthyroidism was associated with increased total mortality, CHD mortality, CHD events, and AF.

Hazard ratios for CV events in patients with subclinical hyperthyroidism vs those without the condition

Rodondi said: "Our results are consistent with most guidelines, which recommend that persistent subclinical hyperthyroidism be treated among the elderly and those with heart disease. The next question is whether we should screen everyone for hypo- or hyperthyroidism. The current data probably aren't enough to make recommendations on this. We need randomized controlled trials such as the ongoing TRUST study."

On the mechanisms involved in the link between thyroid disease and heart disease, Rodondi said these were clearer for hypothyroidism, which is associated with traditional cardiovascular risk factors such as increases in weight, cholesterol, and blood pressure. "The mechanisms connecting hyperthyroidism to heart disease are more complex. It could be related to a faster heart rate, as hyperthyroidism does seem to be associated with arrhythmias."

In an accompanying editorial [3], Dr Kenneth Burman (Washington Hospital Center, DC) says: "Until further data are available, the relationship between subclinical hyperthyroidism and increased mortality, CHD mortality, and atrial fibrillation [currently] provides sufficient evidence to consider treatment of subclinical hyperthyroidism, especially in elderly patients with cardiac risks, hyperthyroid symptoms, or osteoporosis."



Gewijzigd op 16 december 2018

Let op!

Raadpleeg altijd een arts als je twijfelt over je gezondheid. De informatie op dit blog kan niet worden beschouwd als vervanging van een consult of een behandeling.