woensdag 28 maart 2012

Over gewichtsverlies en hypothyreoïdie

What is the study about?

The thyroid gland controls the body's energy levels. In hypothyroidism, energy levels slow down and patients frequently gain weight. This is assumed to be an increase in the body fat mass, as opposed to muscle mass (lean body mass). Treatment with thyroid hormone returns energy levels to normal and often results in some degree of weight loss, again the decrease is thought to be from the body fat mass. Hypothyroid patients also retain fluid and thyroid hormone treatment increases fluid excretion. Total body fluid is accounted for when muscle mass is measured. This study was performed to discover how weight loss occurs during the treatment of hypothyroidism by measuring changes in fat mass and muscle mass.

Possible mechanisms of weight loss during treatment of hypothyroidism
Clinical Thyroidology for Patients - Heather Hofflich, MD

What was the aim of the study?

The goal of this study was to determine the cause of weight changes associated with hypothyroidism.

Who was studied?

Participants in the study were referred to the Endocrine clinic in Denmark and were newly diagnosed with autoimmune hypothyroidism (Hashimoto's thyroiditis). There were 12 patients included in this study.

How was the study done?

Each participant had a physical examination, measurement of body composition (fat and muscle mass) and resting energy levels. They had their physical activity levels evaluated before starting thyroid medication and again periodically over 1 year. Thyroid function levels were measured (TSH and free T4) to check their thyroid function at baseline and at 1 year. They measured physical activity levels with a questionnaire and pedometers.

Weight Loss after Therapy of Hypothyroidism Is Mainly Caused by Excretion of Excess Body Water Associated with Myxoedema
Karmisholt J et al., J Clin Endocrinol Metab 2010

What were the results of the study?

Body weight decreased an average of 4.3 kg after 1 year of levothyroxine therapy, which was caused by a significant decrease of 3.8 kg in muscle mass. An insignificantly small decrease was observed in the body fat mass. Resting energy levels increased by 11.6%.

How does this compare with other studies?

There are not many other studies that looked into the mechanisms of body weight changes in hypothyroidism and treatment with levothyroxine. This is the first study to examine changes in body composition in this way.

What are the implications of this study?

The results show that weight loss due to levothyroxine treatment in hypothyroid patients is due to a decrease in muscle mass which results from a decrease in total body fluid. Total fat mass was unchanged. Further, these results show that levothyroxine treatment in hypothyroid patients increases energy levels.

maandag 26 maart 2012

Narrow individual variations in serum T4 and T3 in normal subjects

High individuality causes laboratory reference ranges to be insensitive to changes in test results that are significant for the individual. We undertook a longitudinal study of variation in thyroid function tests in 16 healthy men with monthly sampling for 12 months using standard procedures. We measured serum T4, T3, free T4 index, and TSH. All individuals had different variations of thyroid function tests around individual mean values (set points).

Narrow Individual Variations in Serum T4 and T3 in Normal Subjects: A Clue to the Understanding of Subclinical Thyroid Disease
Stig Andersen, Klaus Michael Pedersen, Niels Henrik Bruun and Peter Laurberg

The width of the individual 95% confidence intervals were approximately half that of the group for all variables. Accordingly, the index of individuality was low: T4 = 0.58; T3 = 0.54; free T4 index = 0.59; TSH = 0.49.

The distribution of 12 monthly measurements of total T4 in 15 healthy men (□) and in one individual, number 11 (▪). The distribution in one individual is about half the width of the distribution in the group.

One test result described the individual set point with a precision of plus or minus 25% for T4, T3, free T4 index, and plus or minus 50% for TSH. The differences required to be 95% confident of significant changes in repeated testing were (average, range): T4 = 28, 11–62 nmol/liter; T3 = 0.55, 0.3–0.9 nmol/liter; free T4 index = 33, 15–61 nmol/liter; TSH = 0.75, 0.2–1.6 mU/liter.

A test result within laboratory reference limits is not necessarily normal for an individual

Serum TSH, total T3, total T4, and FTI in 16 normal subjects taken monthly for 12 months. Each dot represents a monthly measurement and horizontal bars indicate individual parametric means. Participants are sorted by increasing mean. Laboratory reference ranges are: TSH, 0.3–5.0; T3, 1.2–2.7; T4, 60–140; and FTI, 70–140. Large differences were seen between individual set points, and unpredictable differences were seen in variations within individuals for all thyroid function tests.

Our data indicate that each individual had a unique thyroid function. The individual reference ranges for test results were narrow, compared with group reference ranges used to develop laboratory reference ranges. Accordingly, a test result within laboratory reference limits is not necessarily normal for an individual. Because serum TSH responds with logarithmically amplified variation to minor changes in serum T4 and T3, abnormal serum TSH may indicate that serum T4 and T3 are not normal for an individual.

A condition with abnormal serum TSH but with serum T4 and T3 within laboratory reference ranges is labeled subclinical thyroid disease. Our data indicate that the distinction between subclinical and overt thyroid disease (abnormal serum TSH and abnormal T4 and/or T3) is somewhat arbitrary. For the same degree of thyroid function abnormality, the diagnosis depends to a considerable extent on the position of the patient’s normal set point for T4 and T3 within the laboratory reference range.

In conclusion

In conclusion, we found that individual reference ranges for serum T3 and T4 are about half the width of population-based reference ranges. Hence, a test result within the laboratory reference limits is not necessarily normal for the individual. Serum TSH outside the population-based reference range indicates that serum T3 and serum T4 are not normal for the individual.

zaterdag 24 maart 2012

THEA-score voorspelt Hashimoto of Graves

Bij het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam zijn in 2008 de resultaten bekend geworden van een AITD-Cohort studie naar het risico om een auto-immuun schildklierziekte (AITD) te krijgen. Voor dit onderzoek werden gezonde vrouwen gevolgd met familieleden die een AITD hadden (ziekte van Graves of Hashimoto). De onderzoekers wilden kijken of deze vrouwen een verhoogd risico liepen om ook een AITD te ontwikkelen. Daarvoor werd de groep vijf jaar lang gevolgd. Er werd één keer per jaar beperkt lichamelijk onderzoek en bloedonderzoek gedaan en de vrouwen vulden een vragenlijst in.

Prediction of progression to overt hypothyroidism or hyperthyroidism in female relatives of patients with autoimmune thyroid disease using the Thyroid Events Amsterdam-score (THEA-score)
Thea G. A. Strieder, Jan G. P. Tijssen, Björn E. Wenzel, Erik Endert, Wilmar M. Wiersinga
Arch Intern Med. 2008;168(15):1657-1663

Bij aanvang van het onderzoek onder 803 gezonde vrouwen, bleken 13 vrouwen een hypo- of hyperthyreoidie te hebben zonder dat zij dit zelf wisten. Het onderzoek startte uiteindelijk met 790 gezonde vrouwen.

Na vijf jaar was de situatie als volgt:

38 vrouwen ontwikkelden een hypothyreoidie:

  • 34 vrouwen: ziekte van Hashimoto
  • 4 vrouwen: thyreoiditis na de bevalling

13 vrouwen ontwikkelden een hyperthyreoidie:

  • 11 vrouwen: ziekte van Graves
  • 2 vrouwen: thyreoiditis na de bevalling

Onderzoeksresultaat

Deze uitslag laat zien dat vrouwen met AITD-patiënten in de familie twee tot vier keer vaker zelf ook een AITD ontwikkelen dan vrouwen waar deze ziekte niet voorkomt in de familie.

Het onderzoek liet ook zien dat een aantal risicofactoren redelijk kunnen voorspellen of iemand binnen vijf jaar een AITD zal ontwikkelen. Die factoren zijn de TSH-waarde, antistoffen in het bloed tegen de schildklier (anti-TPO) én het hebben van twee familieleden met de ziekte van Hashimoto of twee familieleden met de ziekte van Graves. Aan deze factoren wordt een getal toegekend die bij elkaar opgeteld een score vormen. Deze Thyroid Events Amsterdam-score (THEA-score) bleek een redelijk betrouwbare maat te zijn om te voorspellen of een vrouwelijk familielid van AITD-patiënten binnen vijf jaar zelf ook de ziekte van Hashimoto of Graves zal ontwikkelen.

Conclusies

  • Bij een hoge score is het verstandig om elk jaar de schildklierfunctie te laten controleren.
  • De onderzoekers denken dat de THEA-score vooral van nut is voor jonge vrouwen uit AITD-families die zwanger willen worden.
















woensdag 21 maart 2012

Aan de slag met je geheugen

Weliswaar is het artikel geschreven voor mensen met kanker. Dat neemt niet weg dat de tips ook voor allerlei andere mensen waardevol kunnen zijn. Dus ook voor mensen met schildklierproblemen.

Problemen met aandacht of geheugen na kanker
Thea Brouwer en Sanne Schagen

Mensen met kanker ervaren vaker aandacht- en geheugenproblemen, een vertraagd werk- en denktempo of een verminderd vermogen om te plannen en organiseren. Geheugen- en/of concentratieproblemen worden het vaakst genoemd. Sommigen ervaren moeite met werken onder tijdsdruk of het doen van verschillende dingen tegelijkertijd. Anderen moeten een grotere mentale inspanning leveren om tot het hetzelfde resultaat te komen als voor hun ziekte. Cognitieve problemen zijn lastig in het leven van alledag en hebben vaak gevolgen voor werk en activiteiten.

Welke oorzaken zijn er bekend? Wat kun je zelf doen aan cognitieve problemen of waar kun je terecht voor hulp? Het artikel gaat uitgebreid in op die vragen op basis van wetenschappelijke kennis en ervaringen van patiënten.

Tips en adviezen

In genoemd artikel geven Thea Brouwer en Sanne Schagen veel tips en adviezen. Ik heb ze voor je op een rijtje gezet in dit overzicht [pdf].

Enkele algemene tips zijn:
  • Neem regelmatig en voldoende rust.
  • Ga zo ontspannen mogelijk aan de slag met je activiteit.
  • Probeer de omstandigheden zo gunstig mogelijk te maken, denk daarbij aan: goede voorbereiding, goede organisatie, orde (spullen op een vaste plaats) en regelmaat, zo min mogelijk afleiding (geen tv of muziek op de achtergrond), ruim voldoende tijd.
  • Begin om op te bouwen met makkelijke dingen en doe dit een korte tijd. Voer geleidelijk aan de moeilijkheid op en verleng de tijd dat je bezig bent.
  • Vertel mensen in de omgeving over jouw moeilijkheden om zo hun verwachtingen reëel te laten zijn. Jouw klachten zijn immers niet zo duidelijk zichtbaar als een gebroken been.

Andere tips en adviezen helpen om beter te onthouden, beter te concentreren en beter om te gaan met tijdsdruk zijn te lezen in het overzicht.


dinsdag 20 maart 2012

Subklinische hypothyreoïdie soms risico voor hart

Een deel van de mensen bij wie de schildklier trager werkt, maar dankzij extra TSH (= schildklier stimulerend hormoon) toch voldoende schildklierhormoon produceert, loopt een verhoogd risico dat de kransslagaders dichtslibben. Voor de meesten geldt dat echter niet. Alleen patiënten met de hoogste TSH-gehaltes lopen een iets hoger risico. Dat schrijft een internationale groep onderzoekers, onder andere van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), in het Journal of the American Medical Association.

donderdag 15 maart 2012

Als je meer wilt weten over de behandeling met T4 plus T3

De meeste patiënten met hypothyreoïdie slikken alleen levothyroxine. Dat is de standaardbehandeling. Een deel van de patiënten houdt restklachten na het optimaal instellen op levothyroxine. Soms proberen deze patiënten en hun artsen of aanvullend T3-hormoon (liothyronine) verbetering geeft van deze restklachten. Een naar schatting kleine groep patiënten voelt zich beter met deze combinatiebehandeling en slikt naast T4-hormoon een klein beetje T3-hormoon.

T3 of geen T3 bij de behandeling van hypothyreoidie?
W.M. Wiersinga, Graves Bulletin

T3-hormoon is bekend als Cytomel® of Cynomel®. Het komt ook wel voor als Thybon®. Daarnaast zit T3-hormoon in dierlijk schildklierhormoon (= thyreoïdum, Armour Thyroid). Bij het gebruik van T3-hormoon lijkt het af en toe te gaan om een experiment.

maandag 12 maart 2012

Vergoeding van alternatieve geneeswijzen: onbegrijpelijk

In een tijd waarin niet alleen artsen, maar ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de zorgverzekeraars steeds meer letten op de kwaliteit van de reguliere geneeskunde, is het opmerkelijk dat er nog veel niet wetenschappelijk onderbouwde alternatieve behandelwijzen worden geaccepteerd in Nederland. Hoewel overtuigend is aangetoond dat de meeste alternatieve behandelwijzen niet werken en dat wetenschappelijk onderzoek naar veiligheid en effectiviteit ervan ontbreekt, vergoeden de zorgverzekeraars de gemaakte kosten vaak wel.

Vergoeding van alternatieve geneeswijzen in Nederland: onbegrijpelijk
Martijn W.F. van den Hoogen, Calin Popa, Lammy D. Elving en Jos W.M. van der Meer
Ned Tijdschr Geneeskd. 2012;156:A4227

Doordat de veiligheid van alternatieve behandelwijzen niet gegarandeerd is, zijn deze niet in het belang van de patiënt of de samenleving. Bovendien vormen alternatieve behandelwijzen een behoorlijke kostenpost voor de individuele patiënt. Door vergoeding van de kosten van niet of onvoldoende bewezen behandelingen meten de zorgverzekeraars met twee maten. Dit gaat ten koste van de vergoeding van andere, effectieve en bewezen behandelingen. Door gezamenlijke inspanning van beleidsmakers, artsen, IGZ en zorgverzekeraars kan hier verandering in komen.

Lees hieronder enkele passages uit genoemd artikel die over de schildklier gaan.

Patiënt B

Patiënt B, een vrouw van 49 jaar, werd verwezen vanwege vermoeidheid. Opvallend was de uitgebreide medicatie die zij op voorschrift van een alternatief arts slikte. Naast vitamines bestond deze lijst uit schildklierhormoonpreparaat, prasteron (dehydro-epiandrosteron) en hydrocortison. De alternatieve genezer had geconcludeerd dat er diverse tekorten in het lichaam aanwezig waren en voor ieder tekort werd een medicament gegeven. Het onderzoek van de alternatieve genezer bestond onder andere uit een bepaling van 17 vitamines, 11 extra- en intracellulaire sporenelementen, 17 essentiële vetzuren, 5 tumormarkers, 21 hormonen in het serum en in de urine, 6 biologische aminen, IgG tegen 6 micro-organismen (onder andere tegen Candida) en IgG tegen 92 verschillende voedingsmiddelen (onder andere yoghurt, kokosnoot, eigeel, champignons en bakkersgist). Deze diagnostiek kostte ruim € 2500. Op onze polikliniek werden geen aanwijzingen gevonden voor een lichamelijke aandoening. In overleg met patiënte werd de grote hoeveelheid medicatie in een half jaar afgebouwd. De vermoeidheid nam daarna af.

Populariteit van alternatieve behandelwijzen

Bovenstaande beschrijvingen [zie artikel] illustreren een deel van de diagnostiek en behandelingen zonder bewijs in Nederland die worden toegepast door alternatieve behandelaars. De regelmaat waarmee wij patiënten op onze polikliniek zien die zich tot alternatieve genezers hebben gewend, onderstreept de populariteit van alternatieve behandelwijzen.

Het voorschrijven van bijvoorbeeld schildklierhormoon aan mensen zonder bewezen tekort aan deze hormonen valt niet onder verantwoorde zorg.

Niet-geïndiceerde medicatie

Nog zorgelijker dan onduidelijke en ongetoetste behandelingen en onderzoeken is het voorschrijven van medicatie zonder indicatie, zoals bij patiënt B [en patiënt C]. Hoewel de meeste componenten van de ingestelde behandeling waarschijnlijk niet veel kwaad kunnen in de gegeven dosering, is de toediening van schildklierhormoon en hydrocortison gevaarlijk wanneer deze niet geïndiceerd is.

De toediening van schildklierhormoon en hydrocortison is gevaarlijk wanneer deze niet geïndiceerd is.

Ondanks het gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing zeggen veel alternatieve behandelaren dat hun behandeling veilig is. Vaak wordt daar het argument voor gebruikt dat de behandeling ‘natuurlijk’ of ‘lichaamseigen’ is. Tabak is echter ook een natuurlijk product en cortison en schildklierhormoon zijn lichaamseigen stoffen, waarvan het gebruik niet zonder meer veilig is.

Lees ook








vrijdag 9 maart 2012

Over schildklier en arbeid in NIV-richtlijn 2007

Hoofdstuk VI (pagina 91 en verder) van de NIV-Richtlijn Schildklierfunctiestoornissen 2007 besteedt aandacht aan schildklier en werk. CRoSS (de patiëntenvertegenwoordiging) had zich ingezet om aandacht voor arbeid in de richtlijn opgenomen te krijgen. Behandeld worden: schildklierfunctiestoornis als gevolg van arbeidsomstandigheden, belastbaarheid bij schildklierfunctiestoornissen en samenwerking bedrijfsartsen, internisten en huisartsen.

Onder het kopje 'belastbaarheid bij schildklierfunctiestoornissen' vind je bij de conclusies enkele links naar artikelen over werk bij hyperthyreoïdie met/zonder oogziekte en hypothyreoïdie.

Een bedrijfsarts over schildklier en werk

Aan het woord is W.A. Slikker, bedrijfsarts. In zijn werk als bedrijfsarts is de heer Slikker geïnteresseerd in de combinatie schildklier en werk. Daarmee heeft hij te maken met de Wet verbetering poortwachter. Uitgangspunt van de Wet verbetering poortwachter is dat werkgever en werknemer samen verantwoordelijk zijn voor re-integratie en elkaar op hun rechten en plichten moeten aanspreken.

FML

Hij vertelt over de FML, ofwel voluit: de ‘Functionele Mogelijkheden Lijst’. Verzekeringsartsen moeten deze FML gebruiken om de mogelijkheden en beperkingen van cliënten vast te leggen. Het is voldoende om beperkingen te omschrijven binnen de kaders van de zes verschillende belastingvelden van de FML.

Die zes belastingsvelden zijn:
  • persoonlijk functioneren
  • sociaal functioneren
  • fysieke arbeidsomstandigheden
  • dynamische handelingen
  • statische houdingen en
  • werktijden

Essentieel is dat de verzekeringsarts het geheel van de mogelijkheden en beperkingen in zijn eigen omschrijving aangeeft.

Schildklierziekte en re-integratie

Er zijn geen vaste protocollen voor een goede begeleiding. Duidelijk is dat schildklierpatiënten vaak moe zijn en last hebben van concentratieverlies. Voldoende schildklierhormoon na behandeling betekent niet automatisch dat een herstel optreedt waardoor de schildklierpatiënt weer goed functioneert. De functionele conditie blijft vaak achter na behandeling. Er is verband aantoonbaar tussen klachten en soort werk. Ook is er sprake van een relatie tussen het blijven van klachten en traumatische ervaringen.

Cijfers

De heer Slikker noemt een aantal cijfers. Bij gezonde mensen heeft 60% betaald werk. Bij mensen met een chronische aandoening (inclusief schildklierpatiënten) heeft 30% betaald werk. Het aantal ziektedagen is gelijk bij gezonde mensen en bij mensen met een chronische aandoening. Mensen met een chronische aandoening melden zich vaker ziek, maar zijn dan korter ziek. Hoe jonger de schildklierpatiënt, des te vaker hij/zij terugkeert in het arbeidsproces.

Hypothyreoïdie komt 6 à 10 keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Hyperthyreoïdie komt 10 à 15 keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

Richtlijn

Graag zou de heer Slikker zien dat er een richtlijn ontwikkeld zou worden voor Schildklier en werk. Zelf gebruikt hij wel de ‘interventies’ uit de richtlijn voor psychische klachten van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB).

Meer informatie


donderdag 8 maart 2012

Schildklier en supplementen / Thyroid and supplements

Het gebruik van kruidenpreparaten en voedingssupplementen neemt wereldwijd toe. De controle is over het algemeen slecht geregeld. Veel van die ‘zelfzorgmedicijnen’ worden over-the-counter verkocht, wat betekent bij de drogist, de supermarkt of via internet zonder recept. Wat slikken die consumenten eigenlijk?

Kang, G.Y. Thyroxine and Triiodothyronine Content in Commercially Available Thyroid Health Supplements, Abstracts of the American Thyroid Association Annual Meeting 2011, poster 78

Hoang, T.D. Thyroid Disorders Associated with Over-the-Counter Iodine Supplements: An Increasing Trend, Abstracts of the American Thyroid Association Annual Meeting 2011, poster 115

Mary Shomon besteedt op haar website aandacht aan deze supplementen.


maandag 5 maart 2012

Behandeling hyperthyreoïdie met medicijnen

Bij hyperthyreoïdie maakt de schildklier te veel schildklierhormoon. De oorzaken verschillen. Hyperthyreoïdie wordt behandeld met:

Samen met de arts en afhankelijk van de oorzaak van de hyperthyreoïdie kiest de patiënt voor een behandeling. Van belang is goede uitleg over voor- en nadelen van de drie behandelingen. Denk hierbij aan grote kans op terugkomst van hyperthyreoïdie bij schildklierremmers, grote kans op hypothyreoïdie bij radioactief jodium en operatie, en risico’s bij een operatie.

Schildklier en vruchtbaarheid

Voldoende schildklierhormoon - dus niet te veel en niet te weinig - is heel belangrijk voor de vruchtbaarheid van man en vrouw. In het artikel worden de gevolgen van hypo- en hyperthyreoïdie voor de vruchtbaarheid van man en vrouw overzichtelijk weergegeven. Bij mannen worden erectiestoornissen gemeld. Daarnaast vertoont het sperma afwijkingen bij hypothyreoïdie, wat zich herstelt bij euthyreoïdie. Bij vrouwen geeft de menstruatie problemen.

Thyroid Function and Human Reproductive Health
G.E. Krassas, K. Poppe and D. Glinoer

Zwangerschap

Hypothyreoïdie wordt tijdens de zwangerschap in verband gebracht met vroege spontane miskramen, hoge bloeddruk, scheuren van de placenta, verhoogd risico op vroeggeboorte, aangeboren afwijkingen, verhoogd risico op sterfte tijdens de bevalling. Het slikken van extra schildklierhormoon laat al deze risico’s verminderen.

Nieuw: T4 LIFE onderzoek naar schildklier en herhaalde miskramen

Hyperthyreoïdie komt tijdens de zwangerschap veel minder vaak voor. Hyperthyreoïdie wordt tijdens de zwangerschap in verband gebracht met ernstige zwangerschapsmisselijkheid (met daarbij gewichtsverlies en risico op uitdroging). Ook is er risico op spontane abortus, pre-eclampsie, vroeggeboorte en laag geboortegewicht. Alle schildklierremmers passeren de placenta en kunnen de werking van de foetale schildklier beïnvloeden.

Streefwaarden

Voor vrouwen met schildklierfunctiestoornissen tijdens de zwangerschap staan in het artikel duidelijke aanbevelingen voor streefwaarden van schildklierhormoon. Aanbevelingen voor de TSH-waarde bij het gebruik van schildklierhormoon gedurende de zwangerschap zijn: lager dan 2,5 mU/L. En controle dient elke 6 weken te worden verricht.

Jodium

In het artikel is ook aandacht voor de rol van jodium tijdens de zwangerschap.

Meer informatie





Let op!

Raadpleeg altijd een arts als je twijfelt over je gezondheid. De informatie op dit blog kan niet worden beschouwd als vervanging van een consult of een behandeling.