donderdag 21 december 2017

Schildkliertje jaaroverzicht 2017

Aan het eind van een jaar is het weer een mooi moment voor cijfers en statistieken. Vandaar dit jaaroverzicht van Schildkliertje met aantallen bezoeken, unieke bezoekers en bezochte pagina’s en blogs.

Uit de statistieken blijkt duidelijk dat de meeste bezoekers meer willen weten over de behandeling van hypothyreoïdie. Hypothyreoïdie betekent dat de schildklier geen of te weinig schildklierhormoon maakt. Dat kan verschillende oorzaken hebben, zoals de ziekte van Hashimoto, de ziekte van Graves en schildklierkanker. Ook kan de dosis schildklierhormoon (T4 (plus T3)) te laag zijn.

Aantallen bezoeken, unieke bezoekers en bezochte pagina’s en blogs

  • Aantal bezoeken: 261.076 (2016: 195.733; 2015: 106.963; 2014: 77.254; 2013: 56.664)
  • Unieke bezoekers: 191.118 (2016: 137.983; 2015: 72.593; 2014: 48.845; 2013: 37.312)
  • Paginaweergaven: 309.352 (2016: 331.565; 2015: 201.184; 2014: 156.607; 2013: 127.527)

Tip van het jaar



Favoriete pagina’s

Goed bezochte pagina's zijn: Bloedonderzoek, Hypothyreoïdie, Antistoffen, Hyperthyreoïdie, Medicijnen en bijsluiters en Over Schildkliertje.

***

Top 10 bezochte blogs

  1. Bloedonderzoek TSH, T4, T3 … Bij de diagnose en behandeling van schildklieraandoeningen is bloedonderzoek belangrijk. Denk aan TSH, T4, T3, FT4, FT3, normaalwaarden en antistoffen ...
  2. Praktische tips voor het slikken van levothyroxine … De Amerikaanse Thyroid Association (ATA) heeft een handig boekje over hypothyreoïdie uitgegeven. Bij hypothyreoïdie maakt de schildklier te ...
  3. Slik jij genoeg schildklierhormoon … Wanneer je schildklier te weinig of geen schildklierhormoon maakt, slik je schildklierhormoon. De volledige dosis schildklierhormoon varieert ...
  4. Hypofyse en schildklier ... Soms doet de hypofyse zijn werk niet goed door een adenoom. Hij maakt dan te veel of te weinig schildklier stimulerend hormoon (TSH) ...
  5. Zin en onzin over het gebruik van extra jodium of kelp ... Op internet wordt heel veel reclame gemaakt voor supplementen met jodium en kelp. Wat is nu waar en wat is onzin op internet? ...
  6. Als je meer wilt weten over de behandeling met T4 plus T3 ... Een deel van de patiënten houdt restklachten na het instellen op levothyroxine. Soms proberen deze patiënten en hun artsen of aanvullend T3-hormoon ...
  7. Levothyroxine: ’s avonds of ’s ochtends slikken ... Traditioneel krijgt de patiënt het advies om levothyroxine ’s ochtends nuchter in te nemen, voor het ontbijt ...
  8. Schildklier en de periode na de bevalling (post partum) ... Een post partum thyreoïditis (PPT) is een schildklierfunctiestoornis die ontstaat in het eerste jaar na een bevalling ...
  9. Laat je bloed altijd op dezelfde tijd en in hetzelfde lab prikken ... Bij de behandeling met levothyroxine slik je elke dag dezelfde dosis, hetzelfde merk en laat je bloed altijd op dezelfde tijd in het hetzelfde lab prikken ...
  10. Met langdurig lage dosis strumazol minder terugkomst hyperthyreoïdie ... Met een jarenlange behandeling met titratie (lage dosis remmer) is er een veel kleinere kans is op een terugkomst van hyperthyreoïdie (recidive) ...

Ga voor meer informatie en ervaringen ook eens naar Schildkliertje:

woensdag 20 december 2017

Uitleg over het TSH-FT4 setpoint in het kort

Het TSH-FT4 setpoint is een soort van turningpoint, het unieke punt voor de reactie van je TSH op je FT4. Die twee hangen op een unieke manier samen. Ze laten een bepaalde verhouding zien.


Zodra je FT4 stijgt, zal de TSH dalen. En daalt je FT4, dan zal je TSH stijgen. Het setpoint is dat evenwichtspunt. Het zijn jouw natuurlijke biologische referentiewaarden. En omdat ieder lab ander meetapparatuur heeft, is het ook belangrijk dat je waarden in hetzelfde lab bepaald worden.


vrijdag 15 december 2017

Gebruikers krijgen compensatie na verandering samenstelling Eltroxin

Al langer zijn er wereldwijd problemen met de levering en/of samenstelling van levothyroxine. Dat geldt ook voor Eltroxin. In 2007 veranderde de fabrikant van Eltroxin de samenstelling van dit middel en de breuklijn werd verwijderd. Gebruikers in Nieuw-Zeeland wisten van niets en kregen klachten. Ook in Israël kregen veel gebruikers klachten door de nieuwe formule in 2010/2011.

Drug company to pay out NIS 47.5m for causing depression and hair loss
The Times of Israel

Over Eltroxin, Aspen Thyroxine, Thyroxine Aspen
Schildkliertje

In Israël compenseert Perrigo nu de gebruikers van Eltroxin voor de problemen die zij kregen. Perrigo is de distributeur van Eltroxin in Israël, Aspen is de fabrikant. De problemen met Eltroxin ontstonden, net als in Nieuw-Zeeland en Denemarken, toen de productie overging van GlaxoSmithKline naar Aspen in Duitsland. Aspen weet dus hoe nauw het luistert met de dosering van levothyroxine, maar laat vervolgens zonder waarschuwing rustig de verpakking van Thyrax aanpassen en denkt daarna gewoon eenvoudig de productie naar Duitsland te kunnen verplaatsen ...


maandag 11 december 2017

Facebook-groep titratie bij hyperthyreoïdie / ziekte van Graves

Op facebook is een besloten groep speciaal voor de behandeling met titratie bij hyperthyreoïdie / ziekte van Graves. Titratie is een behandeling met alleen een lage dosis schildklierremmer (strumazol / PTU).


De ziekte van Graves - als de schildklier te veel hormoon maakt - is een aandoening die flink ingrijpt in het dagelijkse leven. De behandeling was in Nederland jarenlang block en replace: schildklier stilleggen en daarnaast schildklierhormoon slikken. Beetje bij beetje lijkt het tij te keren. Patiënten vertellen vaker dat artsen bereid zijn hen te behandelen met de titratietherapie: behandeling met alleen een schildklierremmer in een zo laag mogelijke dosis.

Dat zou het gevolg kunnen zijn van al de informatie die verzameld en gedeeld wordt op Schildkliertje. Maar natuurlijk ook door al die ervaringen die gedeeld worden in de besloten Facebook-groepen Schildkliertje en Ziekte van Graves - Basedow en op het Schildklierforum. En nu dus ook Titratie bij hyperthyreoïdie / ziekte van Graves.

maandag 27 november 2017

ThyPRO, over de inzet van kwaliteit van leven-vragenlijsten (vervolg)

Hypothyroidism is often diagnosed, and subsequently treated, due to health-related quality of life (HRQL) issues. However, HRQL following treatment has never previously been assessed in longitudinal descriptive studies using validated instruments.

Disease-specific as well as generic quality of life is widely impacted in autoimmune hypothyroidism and improves during the first six months of levothyroxine therapy
Kristian Hillert Winther, Per Cramon, Torquil Watt, Jakob Bue Bjorner, Ola Ekholm, Ulla Feldt-Rasmussen, Mogens Groenvold, Åse Krogh Rasmussen, Laszlo Hegedüs, Steen Joop Bonnema

Objective To investigate disease-specific (ThyPRO) and generic (SF-36) HRQL, following levothyroxine therapy in patients with hypothyroidism due to autoimmune thyroiditis.

Methods This prospective cohort study was set at endocrine outpatient clinics at two Danish university hospitals. Seventy-eight consecutive patients were enrolled and completed HRQL questionnaires before, six weeks, and six months after initiation of levothyroxine therapy. Normative ThyPRO (n = 739) and SF-36 (n = 6,638) data were available for comparison and changes in HRQL following treatment were estimated and quantified.

Results Prior to treatment, all ThyPRO scales were significantly impacted, compared to the general population sample. The same was observed for seven of eight SF-36 scales, the exception being Bodily Pain. Tiredness (ThyPRO) and Vitality (SF-36) were the most markedly impacted scales. After six weeks of treatment, nine of thirteen ThyPRO scales had significantly improved. ThyPRO improvements were consistent at six months, where five of eight SF-36 scales had also significantly improved, but deficits persisted for a subset of both ThyPRO and SF-36 scales.

Conclusions In this population of hypothyroid patients, HRQL was widely affected before treatment, with tiredness as the cardinal impairment according to both ThyPRO and SF-36. Many aspects of HRQL improved during the first six months of LT4 therapy, but full recovery was not obtained. Our results may help clinicians inform patients about expected clinical treatment effects.


Schildkliertje: ThyPRO, over de inzet van kwaliteit van leven-vrag...
: Artsen en patiënten hechten een andere waarde aan bepaalde klachten en symptomen. Bij een afspraak met een patiënt kunnen ThyPRO-vragenlijst...

woensdag 22 november 2017

Toetva als techniek voor opereren zonder litteken

Transoral endoscopic thyroidectomy vestibular approach (TOETVA) provides excellent cosmetic results from its potential for scar-free operation. The procedure has been applied successfully for Graves' disease by the authors of this work and compared with the standard open cervical approach to evaluate its safety and outcomes.

Transoral endoscopic thyroidectomy vestibular approach (TOETVA) for Graves’ disease: a comparison of surgical results with open thyroidectomy
P Jitpratoom, K Ketwong, T Sasanakietkul, A Anuwong

Methods

From January 2014 to November 2016, a total of 97 patients with Graves’ disease were reviewed retrospectively. Open thyroidectomy (OT) and TOETVA were performed in 49 patients and 46 patients, respectively. For TOETVA, a three-port technique through the oral vestibule was utilized. The thyroidectomy was done endoscopically using conventional laparoscopic instruments and an ultrasonic device. Patient demographics and surgical variables, including operative time, blood loss, and complications, were investigated and compared.

Results

TOETVA was performed successfully in all 45 patients, although conversion to open surgery was deemed necessary in one patient. All patient characteristics for both groups were similar. Operative time was shorter for the OT group compared to the TOETVA group. Blood loss was comparable for both groups. The visual analog scale (VAS) pain score for the TOETVA group was significantly lower than for the OT group on day 1, day 2 and day 3. Transient recurrent laryngeal nerve (RLN) palsy was found in four and two cases of TOETVA and OT group, respectively. Transient hypocalcemia was found in ten and seven cases of TOETVA and OT group, respectively. No other complications were observed.

Conclusions

TOETVA is a feasible and safe treatment for Graves’ disease in comparison to the standard open cervical approach. It is considered a viable alternative for patients who have been indicated for surgery with excellent cosmetic results.

Keywords

Graves’ disease; Transoral endoscopic thyroidectomy; endoscopic thyroidectomy; thyroidectomy; transoral; transoral endoscopic thyroidectomy vestibular approach (TOETVA).

woensdag 15 november 2017

Nanotechnologie voor de behandeling van oogziekte van Graves

Op de website van Dion Paridaens, oogarts in het Rotterdamse oogziekenhuis, is veel te lezen over nieuwe ontwikkelingen bij de behandeling van de oogziekte van Graves. Een actueel bericht gaat over het symposium Schildklierziekten Anno Nu waar hij een lezing hield over nanotechnologie bij de oogziekte van Graves.

Schildklier symposium met aandacht voor oogziekte van Graves
Dion Paridaens | Lezing 2 november 2017

Nieuwe ontwikkelingen bij de oogziekte van Graves
Schildklierforum

Speciale aandacht ging uit naar een studie naar het gebruik van nanocort. Nanocort is een met nanotechnologie vervaardigd medicijn. Wereldwijd zijn de effecten van nanocort wel onderzocht bij reumatische artritis en darmziekten, maar niet bij de oogziekte van Graves. Als de pilot studie gunstige resultaten laat zien bij 20 behandelde patiënten met een actieve oogziekte zal een vervolg studie naar nanocort worden opgezet.

zaterdag 11 november 2017

November de maand van de ‘snelle schildklier’

Bij de Amerikaanse Thyroid Association is november de maand met extra aandacht voor hyperthyreoïdie, ook wel ‘snelle schildklier’ genoemd. Dat is omdat die ‘snelle schildklier’ alle aandacht verdient en te weinig krijgt.


Hieronder vind je een greep uit de vele blogs over hyperthyreoïdie op Schildkliertje. Want daar is wel aandacht voor deze aandoeningen en behandelingen:

  • Alleen schildklierremmers bij ziekte van Graves is veilig alternatief ... De ziekte van Graves - als de schildklier te veel hormoon maakt - is een aandoening die flink ingrijpt in het dagelijkse leven. De behandelingen zijn nog steeds als zestig jaar geleden. In Nederland was dat jarenlang block en replace: schildklier stilleggen en daarnaast schildklierhormoon slikken. Dat moet anders kunnen. Beetje bij beetje lijkt het tij te keren. Patiënten vertellen vaker dat artsen bereid zijn hen te behandelen met de titratietherapie. Of preciezer: behandeling met alleen een schildklierremmer in een zo laag mogelijke dosis.
  • Met langdurig lage dosis strumazol minder terugkomst hyperthyreoïdie ... Vaak komt de hyperthyreoïdie terug na een behandeling met strumazol. Uit onderzoek blijkt dat met een jarenlange vervolgbehandeling met titratie (lage dosis remmer) er een veel kleinere kans is op een terugkomst van hyperthyreoïdie (recidive).
  • Klachten en symptomen bij hyperthyreoïdie ... Veel klachten zijn niet typisch voor een schildklieraandoening. Ze komen ook voor bij andere aandoeningen. Dit maakt het moeilijk een diagnose te stellen op basis van de klachten.
  • Diagnose ‘snelle schildklier’ ... wat dan? ... Wanneer net de diagnose is gesteld 'er is iets met je schildklier', dan komt er veel over je heen. Je krijgt te maken met onderzoeken en het jargon is een soort abracadabra. Dat jargon is wel de taal van je arts en bijvoorbeeld de doktersassistent. Kennis van die taal helpt jou op weg.
  • Als je schildklier te veel hormoon maakt ... Bij hyperthyreoïdie maakt de schildklier te veel schildklierhormoon. De oorzaken verschillen. Hyperthyreoïdie wordt behandeld met: medicijnen, radioactief jodium en/of een operatie.
  • Aanbevelingen therapie thyreotoxicose ... In de Richtlijn Schildklierfunctiestoornissen uit 2012 van de Nederlandse Internisten Vereniging worden de volgende aanbevelingen gegeven voor de behandeling van thyreotoxicose. In het dagelijks gebruik wordt thyreotoxicose ook wel hyperthyreoïdie genoemd.
  • Agranulocytose en de drie K’s ... Een zeldzame bijwerking van schildklierremmers als Strumazol (thiamazol), Carbimazol en PTU is: agranulocytose. Gelukkig komt deze bijwerking voor bij minder dan 0,1% van de patiënten), maar die bijwerking kan wel gevaarlijk zijn.



vrijdag 3 november 2017

T4 plus T3 combinatie behandeling: is er echt een effect?

Een nieuw artikel van W. Wiersinga over de behandeling met T4 plus T3 is verschenen. Hij doet al jarenlang onderzoek naar de effecten van de behandeling met T4 plus T3. Het is niet zomaar dat je de naam Wiersinga vaak tegenkomt op Schildkliertje.

T4 + T3 combination therapy: is there a true effect?
Wilmar M Wiersinga | review

Als je meer wilt weten over de behandeling met T4 plus T3
Schildkliertje

In het artikel blikt Wiersinga terug. Hij concludeert onder meer dat het aantal patiënten dat T4 plus T3 slikt, de laatste tien jaar is verveelvoudigd. Waarschijnlijk komt dat door alle aandacht van patiëntengroepen op het internet. Patiënten vragen soms niet alleen om deze behandeling, maar eisen deze behandeling. Helaas zorgt dit voor spanningen tussen patiënten en artsen.

Samen beslissen

In de besloten FB-groep Schildkliertje en op het Schildklierforum ligt de nadruk op samen beslissen. Leer over de schildklier, leer over behandelingen. Leg je wensen voor aan je arts.

De meeste patiënten met hypothyreoïdie slikken alleen T4 (levothyroxine). Dat is de standaardbehandeling. Een deel van de patiënten houdt restklachten na het optimaal instellen op levothyroxine. Soms proberen deze patiënten en hun artsen of aanvullend T3-hormoon (liothyronine) verbetering geeft van deze restklachten. Een naar schatting kleine groep patiënten voelt zich beter met deze combinatiebehandeling en slikt naast T4-hormoon een klein beetje T3-hormoon. Schildklierpoeder krijgt weinig aandacht.

Helaas ...

Bekend is dat artsen vaak de (obsolete) bijsluiter van Cytomel aanhielden. Uit ervaringen van patiënten blijkt dat nog steeds het geval, terwijl er een richtlijn is. Dat moet toch anders kunnen. Deze bijsluiter is niet geschreven voor de combinatiebehandeling T4 plus T3 en bevat onduidelijke aanwijzingen ten aanzien van dosis en (veilige) referentiewaarden. Gevolg was (en is) vaak een (start)dosering van 25 mcg, die veel te hoog is bij een combinatiebehandeling. Meestal voelen patiënten zich prettiger met een aanvullende lagere dosering T3 van 6,25 mcg of 12,5 mcg, meestal verdeeld over de dag. Deze dosis komt meer overeen met de normale T3-productie van een goed werkende schildklier.


woensdag 1 november 2017

Met langdurig lage dosis strumazol minder terugkomst hyperthyreoïdie

Vaak komt de hyperthyreoïdie terug na een behandeling met strumazol. Uit dit onderzoek van Azizi en Malbooshaf blijkt dat met een jarenlange vervolgbehandeling met titratie (lage dosis remmer) er een veel kleinere kans is op een terugkomst van hyperthyreoïdie (recidive).

Long-term antithyroid drug treatment: A systematic review and meta-analysis
Fereidoun Azizi en Ramin Malboosbaf

Long-term, low-dose methimazole reduces hyperthyroidism relapses
Nancy A Melville | Interview in Medscape

Long-term methimazole therapy improves Graves disease remission rate
Susan London | Clinical Endocrinology News

Lage dosis schildklierremmer als de ziekte van Graves terugkomt
Schildkliertje

Azizi en Malboosbaf hebben onderzoek gedaan naar de behandelmogelijkheden met een lage dosis methimazol (strumazol; MMI). In het interview met Medscape vertellen ze over hun onderzoek.

Kortdurende versus langdurende behandeling met titratie

Begonnen is met een behandeling met methimazol bij 302 mensen met hyperthyreoïdie. De groep kortdurende titratie met 128 mensen is na 18 maanden (1,5 jaar) gestopt met de behandeling. De 115 mensen uit de groep langdurende titratie zijn gestopt met de behandeling na minimaal 60 maanden, maar zelfs na 96 maanden en nog meer.

 Kortdurige titratie (18 maanden) is vergeleken met langdurige titratie (minimaal 60 maanden)

Bij 29% van de mensen in de groep kortdurende titratie was de hyperthyreoïdie teruggekomen na 12 maanden na stopzetten van de behandeling. Vergeleken met 3,3% van de mensen in de groep langdurende titratie. Na 48 maanden (4 jaar) was dat bij 51% van de mensen in de groep kortdurende titratie, tegenover 16% in de groep langdurende titratie.

Kortom: langdurende titratie, jarenlang, lijkt dus de kans op de terugkomst van hyperthyreoïdie flink te verkleinen, ten opzichte van de kortdurende behandeling zoals dat nu gedaan wordt. In dit onderzoek had dus slechts 16% van de mensen na 4 jaar een recidive gekregen.

Verder wordt er nog gemeld

  • Het overgrote deel mensen in de groep langdurende titratie slikte minder dan 5 mg per dag, sommigen zelfs maar 2-3 pillen per week.
  • Na de eerste 18 maanden behandeling werden geen ernstige bijwerkingen gezien van de methimazol.
  • Bij de groep kortdurende titratie (18 maanden) waren er meerdere factoren die de terugkomst van hyperthyreoïdie vergroten: mannelijk geslacht, volume van de schildklier, hoeveelheid antilichamen. Bij de groep langdurende titratie was dit alleen de FT4.
  • Bij langdurende titratie duurde het langer voordat mensen weer hyperthyreoïdie kregen dan na kortdurende titratie.

Tot slot

De ziekte van Graves - als de schildklier te veel hormoon maakt - is een aandoening die flink ingrijpt in het dagelijkse leven. De behandeling was in Nederland jarenlang block en replace: schildklier stilleggen en daarnaast schildklierhormoon slikken.

Beetje bij beetje lijkt het tij te keren. Patiënten vertellen vaker dat artsen bereid zijn hen te behandelen met de titratietherapie: behandeling met alleen een schildklierremmer in een zo laag mogelijke dosis.

Dat zou het gevolg kunnen zijn van al de informatie die verzameld en gedeeld wordt op Schildkliertje. Maar natuurlijk ook door al die ervaringen die gedeeld worden in de besloten Facebook-groepen Schildkliertje en Ziekte van Graves - Basedow en op het Schildklierforum. Helaas ontbreekt SON nog steeds in dit rijtje.


donderdag 26 oktober 2017

Teprotumumab bij een actieve oogziekte van Graves

De behandeling van de oogziekte blijft moeizaam en lastig. De oogziekte komt voor bij de ziekte van Graves en Hashimoto. Huidige behandelingen, die voornamelijk bestaan uit prednison, hebben een beperkte werkzaamheid maar wel veel bijwerkingen. Met teprotumumab kan mogelijk de insuline-achtige groeifactor I receptor (IGF-IR) geremd worden. Dat zou een nieuwe aanpak zijn om het onderliggende auto-immuun ziekteverloop van de oogziekte te verzwakken.

Teprotumumab for thyroid-associated ophthalmopathy
Terry J. Smith en anderen
N Engl J Med 2017; 376:1748-1761 May 4, 2017DOI: 10.1056/NEJMoa1614949

Teprotumumab treatment in patients with active thyroid eye disease
ClinicalTrials.gov number, NCT01868997

Thyroid-associated ophthalmopathy, a condition commonly associated with Graves’ disease, remains inadequately treated. Current medical therapies, which primarily consist of glucocorticoids, have limited efficacy and present safety concerns. Inhibition of the insulin-like growth factor I receptor (IGF-IR) is a new therapeutic strategy to attenuate the underlying autoimmune pathogenesis of ophthalmopathy.

Methods

We conducted a multicenter, double-masked, randomized, placebo-controlled trial to determine the efficacy and safety of teprotumumab, a human monoclonal antibody inhibitor of IGF-IR, in patients with active, moderate-to-severe ophthalmopathy. A total of 88 patients were randomly assigned to receive placebo or active drug administered intravenously once every 3 weeks for a total of eight infusions. The primary end point was the response in the study eye. This response was defined as a reduction of 2 points or more in the Clinical Activity Score (scores range from 0 to 7, with a score of more than 3 indicating active thyroid-associated ophthalmopathy) and a reduction of 2 mm or more in proptosis at week 24. Secondary end points, measured as continuous variables, included proptosis, the Clinical Activity Score, and results on the Graves’ ophthalmopathy–specific quality-of-life questionnaire. Adverse events were assessed.

Results

In the intention-to-treat population, 29 of 42 patients who received teprotumumab (69%), as compared with 9 of 45 patients who received placebo (20%), had a response at week 24. Therapeutic effects were rapid; at week 6, a total of 18 of 42 patients in the teprotumumab group (43%) and 2 of 45 patients in the placebo group (4%) had a response. Differences between the groups increased at subsequent time points. The only drug-related adverse event was hyperglycemia in patients with diabetes; this event was controlled by adjusting medication for diabetes.

Conclusions

In patients with active ophthalmopathy, teprotumumab was more effective than placebo in reducing proptosis and the Clinical Activity Score. (Funded by River Vision Development and others; ClinicalTrials.gov number, NCT01868997.)

woensdag 18 oktober 2017

‘Meer ziekteverzuim bij vrouwen dan bij mannen’

Vrouwen verzuimen meer wegens ziekte dan mannen meldt het CBS op basis van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van CBS en TNO. Opvallend is dat in de enquête niet wordt gevraagd naar chronische ziekten, menstruatie- of overgangsklachten. Geen wonder dat de oorzaak van het verzuim daardoor vaak onbekend is.

Meer ziekteverzuim bij vrouwen dan bij mannen
Schildklierforum

NEA: Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden
Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden

Onderzoek naar schildklierziekte en arbeidsongeschiktheid
Schildkliertje

Daar waar schildklierpatiënten al jaren erop wijzen dat schildklieraandoeningen gevolgen hebben voor ziekteverzuim. Wat ook bevestigd is in wetenschappelijk onderzoek.

Uit dat onderzoek bleek een duidelijk verschil tussen patiënten en de gezonde controlegroep als het ging om ziekteverzuim, uitkering voor arbeidsongeschiktheid, terugkeer na ziekteverzuim en werkloosheid. In het eerste jaar na de diagnose is het risico groter van ziekteverzuim bij patiënten met de oogziekte van Graves en andere patiënten met hyperthyreoïdie. Zij keren minder vaak terug in het arbeidsproces en zij krijgen vaker een uitkering voor arbeidsongeschiktheid dan mensen in de controlegroep. Patiënten met hypothyreoïdie keren ook minder vaak terug in het arbeidsproces.

In de jaren daarna lopen vooral patiënten met de oogziekte van Graves een groter risico op ziekteverzuim en werkloosheid. Zij hebben minder kans om terug te keren in het arbeidsproces en zij krijgen vaker een uitkering voor arbeidsongeschiktheid. Voor patiënten met hyperthyreoïdie is het ook moeilijker om terug te keren in het arbeidsproces.

Arbeidsongeschiktheid bij schildklierpatiënten is het meest uitgesproken in het eerste jaar na de diagnose en zwakt af in de jaren erna. Voor patiënten met de oogziekte van Graves is de kans om arbeidsongeschikt te worden het grootst.


donderdag 12 oktober 2017

Onderzoek naar behandelmogelijkheden bij de oogziekte

Het artikel ‘De oogziekte van Graves: nieuwe therapeutische mogelijkheden?’ is een al wat ouder artikel. Het heeft gestaan in het septembernummer 2009 van het Schildklier Magazine van Schildklierstichting Nederland (in 2012 opgegaan in SON). Het is geschreven door Leendert van Steensel en Willem Dik van de afdeling Immunologie van het Erasmus MC in Rotterdam. Het is een ingewikkeld onderwerp. Uitleg is welkom. Ook omdat de genoemde mogelijkheden mogelijk in de praktijk toegepast zullen worden.

Nieuwe ontwikkelingen bij de oogziekte
Schildklierforum

‘De ziekte van Graves wordt gekarakteriseerd door een teveel aan schildklierhormoon op basis van schildklier stimulerende autoantistoffen. Naast de overmaat aan schildklierhormoon komen in 10-45% van de patiënten ook problemen aan de ogen voor. Deze afwijking, Graves’ orbitopathie (GO) geheten, uit zich door oedeem van de oogleden, een toename van orbitaal vet (oogkasvet) of een verdikking van de oogspieren. Hoewel het beloop verschilt per patiënt, kan dit alles ervoor zorgen dat het oog naar voren uit de oogkas wordt gedrukt, waardoor uiteindelijk schade aan de oogzenuw of het hoornvlies kan ontstaan.

Bij de meeste patiënten verloopt de oogziekte mild en dooft na verloop van tijd uit. Bij ongeveer 5% verloopt de oogziekte ernstiger. Patiënten moeten dan behandeld worden met medicijnen, meestal corticosteroïden, om de ontstekingsreactie te verminderen en de functie van het oog te behouden. Deze therapie is echter niet altijd succesvol en dan is het nodig om chirurgisch in te grijpen door middel van een decompressie van de oogkas. De beperkte behandelingsmogelijkheid van de oogziekte wordt vooral veroorzaakt door een gebrek aan inzicht in de (moleculaire) mechanismen die het ontstaan en het beloop van de oogziekte bepalen.

Onderzoek op weefsel uit de oogkas van patiënten laat aanwezigheid van allerlei ontstekingscellen zien. Dit wijst erop dat het afweersysteem een belangrijke rol speelt in het ziekteproces.

De laatste jaren is het echter steeds duidelijker geworden dat fibroblasten (bindweefselcellen), die in het orbitale weefsel van het oog aanwezig zijn, een belangrijke rol spelen in het ontstaan van de oogziekte. Deze fibroblasten vertonen een flinke toename van deling en groei (proliferatie). Daarnaast produceren ze te veel bindweefsel, met name hyaluronan, dat in staat is om veel water te binden. Dit laatste speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van oedeem achter en rondom de ogen.

Naast de toename van celdeling en de productie van hyaluronan, zijn fibroblasten ook in staat om allerlei ontstekingsfactoren te produceren. Deze ontstekingsfactoren trekken ontstekingscellen aan en beginnen of onderhouden daarmee de ontstekingsreactie in de oogkas. De laatste jaren is er dan ook een zoektocht op gang gekomen naar mogelijke factoren die bij de oogziekte van invloed zouden zijn op de activiteit van fibroblasten in de oogkas. Hierbij zijn verschillende nieuwe factoren gevonden, waaronder antistoffen tegen de insulin-like growth factor receptor.

Rotterdam heeft een lange traditie met betrekking tot wetenschappelijk onderzoek naar schildklierziekten. Om meer inzicht te krijgen in het ontstaan en de behandeling van de oogziekte is er in 2007 een speciale onderzoeksgroep geformeerd, de Rotterdam Graves Orbitopathy Research Group. Dit is een samenwerkingsverband tussen artsen en onderzoekers van het Oogziekenhuis Rotterdam en de afdeling Immunologie van het Erasmus MC.

Recentelijk hebben wij in een wetenschappelijke publicatie aangetoond dat platelet-derived growth factor (PDGF) verhoogd aanwezig is in weefsel in de oogkas van patiënten met de oogziekte. PDGF is een factor waarvan bekend is dat het een belangrijke rol speelt in verschillende aandoeningen die gekenmerkt worden door overmatige bindweefselvorming (fibrose), zoals bijvoorbeeld systemische sclerose en longfibrose.

PDGF komt voor in het weefsel van de oogkas van patiënten met de oogziekte. Het stimuleert de bindweefselcellen tot groei, vocht vasthouden en productie van ontstekingsfactor. Het geneesmiddel imatinib mesylaat remt deze effecten van PDGF efficiënt.

Wij hebben aangetoond dat PDGF orbitale fibroblasten aanzet tot verhoogde proliferatie en hyaluronan productie. Tevens bleken orbitale fibroblasten ontstekingsfactoren te gaan produceren onder invloed van PDGF. Van deze factoren is bekend dat ze een belangrijke rol spelen in ontstekingsprocessen en in staat zijn om het hele menselijke arsenaal van ontstekingscellen aan te trekken. Op basis van deze bevindingen veronderstellen wij dat PDGF een grote rol speelt in het veroorzaken van de symptomen van de oogziekte.

Zoals eerder aangegeven, zijn de behandelingsmogelijkheden van de oogziekte beperkt en is het belangrijk om andere behandelingsopties te vinden. Er zijn in de afgelopen jaren verschillende nieuwe middelen met wisselend succes getest. Een voorbeeld hiervan is een Rotterdamse studie waarin het effect van Etanercept (een TNF-α remmer) op het beloop van de oogziekte is bestudeerd. Gezien de effecten die PDGF op de orbitale fibroblast heeft, lijkt het ons een goede insteek om te trachten de effecten van deze factor te remmen bij patiënten met de oogziekte.

Sinds een aantal jaren wordt het geneesmiddel imatinib mesylaat (ook wel Gleevec genoemd) gebruikt voor de behandeling van chronische myeloïde leukemie (een vorm van bloedkanker) en bepaalde darmtumoren. Dit middel blijkt echter ook zeer selectief de PDGF-receptor te remmen, waardoor PDGF zijn werk niet kan doen. In het laboratorium vonden wij dat imatinib mesylaat zowel de door PDGF geïnduceerde proliferatie als de hyaluronan en ontstekingsfactor productie door orbitale fibroblasten (afkomstig van humaan vetweefsel uit de oogkas) remde (zie afbeelding).

De bovenstaande resultaten suggereren dat het remmen van de activiteit van PDGF in orbitaal weefsel van patiënten met de oogziekte een mogelijke behandelingsoptie is. Mogelijk dat in de toekomst imatinib mesylaat of andere middelen met een vergelijkbare werking gebruikt zullen gaan worden in behandelingsstudies bij patiënten met de oogziekte.’


maandag 9 oktober 2017

Komt vitamine B12-tekort vaak voor bij schildklierziektes?

Volgens veel deelnemers aan schildklierfora zou vitamine B12-tekort vaak samengaan met de ziekte van Hashimoto. Is dat wel zo? Om daar antwoord op te vinden valt niet mee. Hier is een heel kleine greep uit beschikbare bronnen.

Informatie en discussie over vitamine B12-tekort
Schildklierforum

Verschil auto-immuniteit Hashimoto versus Graves
Schildkliertje

B12 is moeilijker dan je denkt
GMED

Vitamine B12-tekort
Maag, Lever, Darm Stichting

Wat een goede aanpak is, blijft onduidelijk. In de Kennisagenda (2017) van de Nederlandse Internisten Vereniging worden veel vragen gesteld, maar het antwoord blijft men schuldig.

Vragen

  • Wat is de beste diagnostiek van vitamine B12 tekort?
  • Zijn er betere parameters dan MMA en homocysteïne om vitamine B12 tekort op weefselniveau aan te tonen?
  • Wat is de kinetiek van B12 injecties, waarop zoveel patiënten beter reageren dan op tabletten?
  • Wat is het beste behandelschema bij aan vitamine B12 deficiëntie gerelateerde klachten?

Antwoord

Vitamine B12 tekort wordt steeds vaker gediagnostiseerd. Zowel neurologische klachten als bloedarmoede kunnen er door veroorzaakt worden. Het is aangetoond dat het meten van B12-waarden in het bloed een hele slechte voorspeller is van klachten van de reactie op de behandeling.
De huidige huisartsenrichtlijn legt het zwaartepunt bij orale substitutie, terwijl B12-tekort voor veel patiënten een stoornis in de opname van B12 in het maagdarmkanaal betekent.
De MDL-stichting geeft op haar website een duidelijk overzicht van oorzaken, zoals onder andere maagzuurremmers. Het woord schildklier komt op de website niet voor.



woensdag 4 oktober 2017

Jodiumtabletten als beschermingsmaatregel

Iedereen jonger dan 18 jaar die binnen een afstand van 100 kilometer van een kerncentrale woont, krijgt deze of volgende week een pakketje jodiumtabletten in de brievenbus. Binnen een straal van 20 kilometer van de centrales worden verder tabletten geleverd aan Nederlanders tot 40 jaar oud. Zwangere vrouwen kunnen ze bij de apotheek kopen.

Bijsluiter jodiumtabletten
College beoordeling geneesmiddelen

Jodiumtabletten
Rijksoverheid

Jodiumprofylaxe - Informatieblad voor artsen en apothekers
NVIC | versie mei 2017

Inname van radioactief jodium verhoogt de kans op het krijgen van schildklierkanker bij kinderen en jongeren. De kans is het grootst bij kinderen. Bij volwassenen is de kans op schildklierkanker veel kleiner en bij mensen boven 40 jaar is er geen verhoogd risico op schildklierkanker aangetoond.

Tijdige inname van een relatief grote hoeveelheid gewoon jodium voorkomt ophoping van radioactief jodium in de schildklier. Hoe jonger, hoe belangrijker bescherming is tegen besmetting door radioactief jodium. Voor zwangere vrouwen van alle leeftijden is het advies jodiumtabletten in te nemen ter bescherming van hun ongeboren kind. Het innemen van jodiumtabletten heeft nadelen op oudere leeftijd, omdat bij het ouder worden de schildklier gevoeliger is voor bijwerkingen van extra jodium, zoals schildklierfunctiestoornissen.

Overleg met je arts als je schildklier te veel schildklierhormoon maakt (hyperthyreoïdie) en je een schildklierremmer als strumazol of PTU gebruikt. Als je schildklier te weinig hormoon maakt en je levothyroxine slikt, is het verstandiger de jodiumtabletten wél te slikken. Als je geen schildklier meer hebt, heeft het geen zin om jodiumtabletten te slikken.



maandag 2 oktober 2017

De opname van schildklierhormoon in de darm

In dit proefschrift beschrijft Nienke Kelderman-Bolk de behandeling van hypothyreoïdie en absorptie van LT4 (levothyroxine). Het proefschrift geeft inzicht in de factoren die invloed hebben op die LT4-absorptie. De Nederlandse samenvatting begint op pagina 157.

De opname van schildklierhormoon in de darm / Intestinal absorption of thyroid hormone
N Kelderman-Bolk (Nienke)

In this thesis the treatment of hypothyroidism and absorption of T4 is described from a clinical and basic point of view. Put together the thesis gives insight in the factors influencing LT4 absorption and its results have influenced the timing of LT4 intake.

Contents

  • Chapter 1 General Introduction
  • Chapter 2 Effects of evening versus morning thyroxine ingestion on thyroid hormone profiles in hypothyroid patients
  • Chapter 3 Effects of evening versus morning levothyroxine intake: A randomized double blind crossover trial
  • Chapter 4 Quality of life in patients with primary hypothyroidism related to BMI
  • Chapter 5 Transport of thyroid hormone in an intestinal cell model
  • Chapter 6 Intestinal absorption of thyroxine
  • Chapter 7 General discussion
  • Chapter 8 Summary
  • Chapter 9 Samenvatting, Dankwoord, PhD portfolio, List of publications, Curriculum vitae

donderdag 28 september 2017

Effects-studie - FDG PET/CT-scan of punctie bij diagnose schildklierkanker

Bij de EfFects-studie wordt onderzocht of een FDG-PET/CT-scan beter kwaadaardige cellen kan opsporen dan een punctie.

FDG-PET/CT in evaluation of cytological indeterminate thyroid nodules to prevent unnecessary surgery (EfFECTS)
Radboud MC | KWF

Effects-studie - FDG PET/CT-scan
Informatie voor proefpersonen

Schildkliernoduli komen vaak voor. Circa 3-8% van de Nederlanders heeft een voelbare schildklierknobbel. Met de toename van beeldvormend onderzoek worden noduli tot bij 65% gezien. Het risico op kwaadaardigheid is gering: circa 5%. Een punctie leidt in 75% van de patiënten tot een definitief onderscheid tussen goed- of kwaadaardig. Bij de overige 25% van de patiënten kan er geen diagnose gesteld worden, ook niet als de punctie herhaald wordt.

Bij deze groep waarbij geen diagnose kan worden gesteld is het risico op kwaadaardigheid: circa 25%. Daarom vindt bij al deze patiënten aanvullende diagnostiek plaats. In Europa is dit een diagnostische operatie waarbij de halve schildklier wordt verwijderd en onderzocht. Indien kwaadaardige cellen worden gevonden, volgt een tweede operatie en aanvullende behandeling met radioactief jodium. Indien de nodus goedaardig is, wat dus in circa 75% van de gevallen voorkomt, wordt de patiënt gerustgesteld en volgen geen aanvullende behandelingen.

Diagnostische halfzijdige verwijdering van de schildklier leidt dus tot ingrijpende behandelingen en inefficiënte overdiagnostiek, met risico's op complicaties, hoge kosten en in potentie ook een negatieve invloed op de kwaliteit van leven.

Eerdere klinische studies tonen aan dat de sensitiviteit, en dus de negatief voorspellende waarde, van 18F-FDG PET/CT meer is dan 96%. Het inzetten van dit onderzoek kan veel onnodige procedures voorkomen, en is potentieel ook kosteneffectief, ook ten opzichte van actuele alternatieven. Helaas is de specificiteit en dus de positief-voorspellende waarde beperkt.

Het KWF heeft een project gehonoreerd waarin de inzet van 18F-FDG PET/CT in deze categorie patiënten 2:1 gerandomiseerd wordt vergeleken in 132 patiënten in (vooralsnog) 9 centra in Nederland. Bij de studiegroep wordt beleid afgestemd op het resultaat van de 18F-FDG PET/CT, in de controlegroep worden alle patiënten geopereerd. Analyse naar effectiviteit en veiligheid, kosten, kwaliteit van leven maar ook genetische en pathologische kenmerken van vals-positieve nodi zal worden uitgevoerd. Daarvoor is een nauwe samenwerking met endocrinologen, chirurgen, nucleair geneeskundigen, pathologen en tumorgenetici in deze centra opgezet.

~~~~~~~~~~~~~~~~


Rationale: Only about ¼ of patients with thyroid nodules with indeterminate cytology are proven to suffer from a malignancy at diagnostic hemithyroidectomy. Therefore ~¾ is operated upon unbeneficially. Recent studies using FDG-PET/CT have suggested that it can decrease the fraction of unbeneficial procedures from ~73% to ~40%. Thereby the direct costs per patient, the number of hospitalization and average sick leave days might decrease and the experienced HRQoL might increase. A study will be undertaken to show the additional value of FDG-PET/CT after indeterminate cytology with respect to unbeneficial procedures, costs and utilities.

Main objective: To determine the impact of FDG-PET/CT on decreasing the fraction of patients with cytologically indeterminate thyroid nodules undergoing unbeneficial patient management.

Study design: A prospective, multicentre, randomized, stratified controlled blinded trial with an experimental study-arm (FDG-PET/CT-driven) and a control study-arm (diagnostic hemithyroidectomy, independent of FDG-PET/CT-result).

Study population: Adult patients with a cytologically indeterminate thyroid nodule, without exclusion criteria, in 15 (university and regional) hospitals distributed over the Netherlands.

Intervention: One single FDG-PET/low-dose non-contrast enhanced CT of the head and neck is performed in all patients. Patient management depends on allocation and results of this FDG-PET/CT.

Main study parameters/endpoints: The number of unbeneficial interventions, i.e. surgery for benign disease or watchful-waiting for malignancy.

Secondary objectives: complication rate, consequences of incidental PET-findings, number of hospitalisation and sick leave days, volumes of healthcare consumed, experienced health-related quality-of-life (HRQoL), genetic, cytological and (immuno)histopathological features of the nodules.

Sample size calculation/data analysis: Based on above-mentioned estimated reduction in unbeneficial interventions from ~73% to ~40%, at least 96 patients with nodules>10 mm need to be analyzed (2:1 allocation, α=0.05, power=0.90, single-sided Fisher's exact test). After correction for nodule size and data-attrition, 132 patients need to be included in total. Intention-to-treat analysis will be performed. Incremental Net Monetary Benefit based on the total direct costs per patients and the gain in HRQoL-adjusted survival years are computed. Cytological, histological and genetic parameters for FDG-avidity will be described.

Nature and extent of the burden and risks associated with participation, benefit and group relatedness: All patients undergo one FDG-PET/CT scan of head/neck (effective dose: <3.5 mSv) and are asked to fill in 6 questionnaires at 4 timepoints. FDG-PET/CT negative patients in the experimental arm will undergo a single confirmatory US (±FNAC). An interim/posterior analysis of the control subjects is performed to ensure oncological safety. In case of an unexpected high false-negative ratio in this control arm, all patients will be advised to undergo surgery.

maandag 25 september 2017

TEAMeD-5: vijf stappen om de zorg van oogziekte-patiënten te verbeteren

Eind oktober 2009 was er een congres van EUGOGO in Amsterdam. Toen is de Verklaring van Amsterdam ondertekend door artsen, vertegenwoordigers van ziekenhuizen en patiënten. Doel was dat zorgaanbieders en hulpverleners de noodzaak zouden inzien van het verbeteren van de zorg voor patiënten met Graves’ Oftalmopathie (GO; de oogziekte van Graves).

De ‘Thyroid Eye Disease Amsterdam Declaration Implementation Group UK’ (TEAMeD) is opgericht om de Verklaring van Amsterdam toe te passen. Deze herfst (2017) lanceert TEAMeD ‘TEAMeD-5’, een campagne ter bevordering van betere zorg voor patiënten met, of met een risico op, de oogziekte van Graves (in het Engels TED). TEAMeD-5 staat voor vijf stappen om de zorg van oogziekte-patiënten te verbeteren.

TEAMeD-5: improving outcomes in thyroid eye disease
Mohd Shazli Draman, Anna Mitchell, Colin Dayan

About TEAMeD
British Thyroid Foundation

Consensusverklaring EUGOGO voor behandeling oogziekte van Graves
Schildkliertje

De oogziekte van Graves is een heel vervelende complicatie van de schildklierziekte van Graves. De oogziekte heeft grote gevolgen voor het dagelijkse leven van de patiënt. Denk aan de kwaliteit van leven, gevolgen voor studie en werk. En bovenal gevolgen voor het zien, zoals dubbelzien of in ernstige gevallen blindheid. Vertragingen bij de diagnose en het begin van de behandeling komen vaak voor.


BRON

vrijdag 15 september 2017

SON nog steeds voorkeur voor block/replace bij Graves

De ziekte van Graves - als de schildklier te veel hormoon maakt - is een aandoening die flink ingrijpt in het dagelijkse leven. De behandeling was in Nederland jarenlang block en replace: schildklier stilleggen en daarnaast schildklierhormoon slikken. Beetje bij beetje lijkt het tij te keren. Patiënten vertellen vaker dat artsen bereid zijn hen te behandelen met de titratietherapie: behandeling met alleen een schildklierremmer in een zo laag mogelijke dosis.

Dat zou het gevolg kunnen zijn van al de informatie die verzameld en gedeeld wordt op Schildkliertje. Maar natuurlijk ook door al die ervaringen die gedeeld worden in de besloten Facebook-groepen Schildkliertje, Ziekte van Graves - Basedow en Titratie bij hyperthyreoïdie / ziekte van Graves en op het Schildklierforum.

Maar ook ...

Waar de Nederlandse Internisten Vereniging in haar Richtlijn Schildklierfunctiestoornissen Revisie 2012 stelt:

De block en replace-therapie en de titratietherapie zijn beide goed bruikbaar.

Daar schrijft patiëntenorganisatie SON op haar website nog steeds:

Het is erg moeilijk om de remming van de werking van de schildklier goed af te stemmen met medicijnen (titratietherapie). Het aanvullen van het schildklierhormoon is dat wel. Daarom wordt er (door de arts) voor deze combinatie gekozen boven alleen het remmen van de schildklier.

Patiëntenorganisatie SON legt niet uit dat de titratietherapie goed bruikbaar is, maar ook wordt niet genoemd dat het gaat om een keus van de patiënt die in overleg met de arts gemaakt wordt. De afgelopen drie jaar heb ik SON geregeld gevraagd wanneer zij haar informatie in het belang van haar donateurs actualiseert. Het gebeurt niet.

Opmerking 23-9-2017

Op 17 september 2017 is de tekst iets aangepast, maar helaas weer zonder aandacht voor titratie en patiëntenperspectief: ‘Het is erg moeilijk om de remming van de werking van de schildklier goed af te stemmen met medicijnen (titeratietherapie) en het goed instellen kan een langere tijd nodig hebben. Met het blokkeren en vervolgens aanvullen van het schildklierhormoon is dat wel. Daarom wordt er vaak voor deze combinatie gekozen boven alleen het remmen van de schildklier.’

Waarom is SON voor block/replace?

Dat blijkt op basis te zijn van het advies van één bezorgde UMC-arts die te maken heeft met patiënten met een ernstige ziekte van Graves plus een ernstige oogziekte. Natuurlijk is extra zorg daar voor te stellen. Maar ook deze arts behandelt in overleg met zijn patiënten de ziekte van Graves met titratie.

Reacties van endocrinologen

  • Bij oogziekte lijkt block/replace een iets betere keuze. Verder is titratie-behandeling reuze gemakkelijk. Wij begeleiden meerdere mensen die langdurig titratie therapie gebruiken, omdat I131 geen goede optie wordt gevonden (gezamenlijk besloten).
  • De richtlijn geeft duidelijk aan dat er twee opties zijn, waaruit in overleg tussen arts en patiënt gekozen kan worden. Wel is het zo dat het titratieregime vaak meer controles vergt en soms ook leidt tot een minder stabiele instelling. Maar in principe is er een keus.
  • Mijn voorkeur is om te titreren en block/replace zelden te gebruiken bij onstabiele patiënten.

Tot slot

Voor patiënten is die extra keus voor titratie belangrijk. Zij hoeven daarbij veel minder schildklierremmer te slikken met als voordeel minder bijwerkingen. Vergelijk een dagelijkse dosis van 5 mg strumazol (per week 35 mg) eens met een dagelijkse dosis van 30 mg (per week 210 mg). Plus dat bij block/replace levothyroxine wordt geslikt.


maandag 11 september 2017

September de maand met speciale aandacht voor schildklierkanker

Schildkliertje: Als je meer wilt weten over schildklierkanker: Informatie over schildklierkanker is nodig en patiënten willen hun ervaringen delen. Op deze pagina vind je allerlei informatie over richtli...

maandag 4 september 2017

Uitleg over valkuilen bij schildklier bloedonderzoek

De schildklier heeft een centrale rol in de stofwisseling. Bloedonderzoek bij de diagnose en behandelingen van schildklierziektes behoort daarom tot de meest aangevraagde bepalingen in het laboratorium. Bij de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (NVKC) staat dit bloedonderzoek op de 5e plaats.

Schildklierdiagnostiek en valkuilen; oplettendheid is geboden
GWA Lansbergen, MAM Frasa, EGWM Lentjes | NVKC

De top 5 testen
NVKC

Bij een tekort aan schildklierhormoon (FT4) verlopen allerlei processen in het lichaam trager. Dat gaat vaak samen met klachten als moeheid, traagheid, lusteloosheid, gewichtstoename en obstipatie. Het hormoon dat de schildklier stimuleert (TSH) gaat daarbij omhoog.

Een teveel aan schildklierhormoon (FT4) leidt juist tot versnelling van veel processen met gevolgen als gejaagdheid, vermagering, hartkloppingen en diarree. Daarbij gaat het hormoon dat de schildklier stimuleert (TSH) omlaag.

Valkuilen

Over het algemeen passen de uitslagen van de FT4 en TSH bij de klachten van de patiënt en zijn de FT4 en TSH goed te interpreteren. Verwarring kan optreden wanneer laboratoriumuitslagen een afwijkende verhouding FT4/TSH laten zien en de klachten niet te verklaren zijn. In het artikel ‘Schildklierdiagnostiek en valkuilen; oplettendheid is geboden’ worden diverse valkuilen rondom schildklierhormoondiagnostiek besproken. Als eerste valkuil wordt therapietrouw genoemd. De suggestie wordt gewekt dat de patiënt zelf de belangrijkste schuld heeft. Eén enquête uit 2004 is het bewijs dat maar liefst 22% van de gebruikers ‘toegeeft’ te lijden aan therapieontrouw.

Hoe dan wel?

De simpele aanbeveling hoe het dan wel moet, ’s ochtends-vroeg-nuchter-zonder pillen, staat er niet bij. Het gevolg van prikken na het slikken wordt niet uitgelegd. Daarnaast ontbreekt iedere informatie over onregelmatig gebruik van levothyroxine.

Standaardisatie

Over de problemen rond de bepaling van FT4 wordt tegenwoordig veel geschreven. Ook het artikel legt uit dat het een uitdaging is om de FT4 juist te meten. Vroeger scheidde men eerst de gebonden en vrije fractie van de T4, voordat de waarde van de FT4 gemeten werd. Nu niet meer, omdat het te duur is. Dat is mede een van de oorzaken dat elk lab z’n eigen referentiewaarden heeft van FT4. Wat een zeer grote valkuil is. En waardoor de standaardisatie van schildklierfunctie tests hoog op de verlanglijst staat.

Geprikt met zelfde dosis, zelfde tijd, zelfde lab

Zomaar twee keer bloedonderzoek. Aangevraagd door zelfde huisarts. Dosis was beide keren hetzelfde. Kwaliteit van leven was beide keren hetzelfde. Test 1 was in april 2015. Test 2 in september 2016.








maandag 28 augustus 2017

Bloedonderzoek bij de diagnose van de ziekte van Graves

Bij de diagnose en behandeling van schildklieraandoeningen is bloedonderzoek belangrijk. Van belang kunnen zijn: TSH, T4, T3, FT4, FT3, normaalwaarden en antistoffen. Als eerste wordt de TSH bepaald.

In onderstaand overzicht zie je dat de TSH, FT4, FT3, TPO-antistoffen en TSI-antistoffen bepaald zijn.

Ziekte van Graves

Bij deze persoon is duidelijk sprake van de ziekte van Graves. Vaak wordt gedacht dat bij de ziekte van Graves alleen TSI- ofwel TSH-receptor antistoffen een rol spelen. Duidelijk is te zien dat het dit geval niet zo is. Hier zijn de TPO-antistoffen ook hoog.


donderdag 24 augustus 2017

Voedingssupplementen: onbetrouwbare inhoud en soms gevaarlijk

Wederom aandacht voor voedingssupplementen en hun niet altijd betrouwbare etiketten en inhoud. Waarom die aandacht? Dat is omdat op schildklierfora veel mensen vertellen over hun gebruik van voedingssupplementen. In dit jaaroverzicht 2016 van het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC), onderdeel van het UMC Utrecht is ook aandacht voor de olie van de hennepplant.

Een pilletje om de weerstand te verhogen, een capsule om te helpen met afvallen of een poeder om extra lang te kunnen sporten. Voedingssupplementen beloven veel, maar kunnen ongewenste gezondheidseffecten teweegbrengen.

Voedingssupplementen: onbetrouwbare inhoud en soms gevaarlijk
Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) | UMC Utrecht
Jaaroverzicht 2016

‘Wondermiddel’ CBD is illegaal, maar overal te koop
de Volkskrant

Wat zijn de risico’s van CBD olie of cannabis olie?
Vraag en antwoord | Jellinek

Voedingssupplementen kunnen veel verschillende ingrediënten bevatten, van aminozuren en eiwitten, tot kruiden en paddenstoelextracten. In 2016 ontving het NVIC 740 meldingen over voedingssupplementen (exclusief vitamine- en mineralenpreparaten). Deze gingen vaak over jonge kinderen die per ongeluk een voedingssupplement hadden ingenomen, maar ook over het ontstaan van gezondheidsklachten na bewust gebruik, of misbruik, van voedingssupplementen. De meeste meldingen gingen over rustgevende supplementen (489 meldingen).



woensdag 23 augustus 2017

IGZ mag rapport over Thyrax-tekort nog niet openbaren ...

Het duurt maar en het duurt maar ... Nog steeds is het IGZ-rapport over Thyraxgate niet openbaar.


Schildkliertje: IGZ mag rapport over Thyrax-tekort nog niet openba...: De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) mag het onderzoek naar het ontstaan van het Thyrax-tekort nog niet openbaar maken. De voorziening...


donderdag 17 augustus 2017

Standaardisatie van schildklierfunctie tests gewenst deel 3

The IFCC Committee for Standardization of Thyroid Function Tests intended to standardize free thyroxine (FT4) immunoassays. They developed a Système International d'Unités traceable conventional reference measurement procedure (RMP) based on equilibrium dialysis and mass spectrometry. They describe here the latest studies intended to recalibrate against the RMP and supply a proof of concept, which should allow continued standardization efforts.

Standardization of free thyroxine (FT4) measurements allows the adoption of a more uniform reference interval
Linde A.C. De Grande, Katleen Van Uytfanghe, Dries Reynders, Barnali Das, James D. Faix, Finlay MacKenzie, Brigitte Decallonne, Akira Hishinuma, Bruno Lapauw, Paul Taelman, Paul Van Crombrugge, Annick Van den Bruel, Brigitte Velkeniers, Paul Williams, Linda M. Thienpont

Standaardisatie van schildklierfunctie tests gewenst deel 1
Schildkliertje

Standaardisatie van schildklierfunctie tests gewenst deel 2
Schildkliertje

De Grande et al. used the RMP to target the standardization and reference interval (RI) panels, which were also measured by 13 manufacturers. They validated the suitability of the recalibrated results to meet specifications for bias (3.3%) and total error (8.0%) determined from biological variation. However, because these specifications were stringent, they expanded them to 10% and 13%, respectively. The results for the RI panel were reported as if the assays were recalibrated. They estimated all but 1 RI using parametric statistical procedures and hypothesized that the RI determined by the RMP was suitable for use by the recalibrated assays.

Results

Twelve of 13 recalibrated assays had a bias, meeting the 10% specification with 95% confidence; for 7 assays, this applied even for the 3.3% specification. Only 1 assay met the 13% total error specification. Recalibration reduced the CV of the assay means for the standardization panel from 13% to 5%. The proof-of-concept study confirmed their hypothesis regarding the RI but within constraints.

Conclusions

Recalibration to the RMP significantly reduced the FT4 immunoassay bias, so that the RI determined by the RMP was suitable for common use within a margin of 12.5%.

woensdag 9 augustus 2017

vrijdag 4 augustus 2017

dinsdag 25 juli 2017

Hoe vaak ben jij veranderd van levothyroxine middel?

Conclusie enquête op 17 augustus 2017


De laatste jaren veranderen veel gebruikers van merk/middel levothyroxine. Merken/middelen zijn bijvoorbeeld: Thyrax, Euthryox, Teva, Tirosint, Eltroxin, Nycomed, Levothyrox, Thevier en Thyrofix.

Enquête

Tijd was het voor een enquête: Hoe vaak ben jij veranderd van merk levothyroxine?
Op Schildkliertje kon je invullen hoe vaak jij bent veranderd.

Uitslag

In de grafiek zie je de uitslag. Er waren 119 deelnemers.


Reacties welkom

Wil je vertellen waarom? Dan kan je onderaan dit bericht een reactie plaatsen.

Achtergrond

Natuurlijk hebben de problemen rond Thyrax een rol gespeeld. Ook speelt het beleid van zorgverzekeraars en apotheken mee. Daarnaast blijkt uit ervaringen van gebruikers in besloten facebook-groepen en op het Schildklierforum dat gebruikers zelf ook besluiten om te veranderen van merk.

dinsdag 18 juli 2017

Als je je schildklierhormoon niet elke dag slikt

Een van de oorzaken van aanhoudende hypothyreoïdie is het niet dagelijks slikken van levothyroxine (in het Engels: nonadherence of noncompliance). Om dit niet-opvolgen van de behandeling te onderscheiden van malabsorptie ( = slechte opname in de darmen), is een levothyroxine absorptie-test nodig. Deze test meet de reactie van FT4 op toediening van 1000 mcg orale levothyroxine in 4 tot 24 uur.

Hypothyreoïdie is een veel voorkomende aandoening. Gebruik van levothyroxine is de beste therapie. Af en toe blijft de TSH veel te hoog en de FT4 te laag ondanks het feit dat een zeer hoge levothyroxine doses is voorgeschreven.


Oorzaken van het zichtbaar falen van de levothyroxine therapie zijn malabsorptie zoals een slechte opname in de darm (coeliakie), wisselwerkingen met voedsel of supplementen (zoals calcium, ijzer) en co-medicatie (zoals laxeermiddelen, maagzuurremmers). Een andere oorzaak is nonadherence of noncompliance, wat wil zeggen dat de gebruiker/patiënt de levothyroxine niet elke dag slikt.

Levothyroxine absorptie test

Een effectieve manier om nonadherence of noncompliance te onderscheiden van malabsorptie is een levothyroxine absorptie test. Met deze test wordt een grote orale dosis levothyroxine toegediend waarna de FT4 gedurende de volgende 4 tot 24 uur wordt gemeten.


Meer informatie



vrijdag 14 juli 2017

Drie behandelopties ziekte van Graves met elkaar vergeleken

In dit onderzoek zijn de drie belangrijkste behandelopties van de ziekte van Graves met elkaar vergeleken. Belangrijk is wel dat genoemd wordt dat pas gekozen kan worden voor een behandeling na een gesprek tussen arts en patiënt. Een gesprek waarin de patiënt uitleg krijgt over welke behandelingen mogelijk zijn en wat de voor- en nadelen zijn. Helaas blijft de keus beperkt. Nieuwe behandelingen zouden heel welkom zijn.

Comparative effectiveness of treatment choices for Graves’ hyperthyroidism — a historical cohort study
V Sundaresh | Thyroid. Apr 2017, 27(4): 497-505

Radioactive iodine therapy has the most favorable profile for the treatment of Graves’ disease at the Mayo Clinic
Clinical Thyroidology for the Public

Als je schildklier te veel hormoon maakt
Schildkliertje

The optimum therapy for Graves' disease (GD) is chosen following discussion between physician and patient regarding benefits, drawbacks, potential side effects, and logistics of the various treatment options, and it takes into account patient values and preferences. This cohort study aimed to provide useful information for this discussion regarding the usage, efficacy, and adverse-effect profile of radioactive iodine (RAI), antithyroid drugs (ATDs), and thyroidectomy in a tertiary healthcare facility.

Methods

The cohort included consecutive adults diagnosed with GD from January 2002 to December 2008, who had complete follow-up after treatment at the Mayo Clinic, Rochester, Minnesota. Data on treatment modalities, disease relapses, and adverse effects were extracted manually and electronically from the electronic medical records. Kaplan-Meier analyses were performed to evaluate the association of treatments with relapse-free survival.

Results

The cohort included 720 patients with a mean age of 49.3 years followed for a mean of 3.3 years. Of these, 76.7% were women and 17.1% were smokers. The initial therapy was RAI in 75.4%, ATDs in 16.4%, and thyroidectomy in 2.6%, while 5.6% opted for observation. For the duration of follow-up, ATDs had an overall failure rate of 48.3% compared with 8% for RAI (hazard ratio = 7.6; p < 0.0001). Surgery had a 100% success rate; 80% of observed patients ultimately required therapy. Adverse effects developed in 43 (17.3%) patients treated with ATDs, most commonly dysgeusia (4.4%), rash (2.8%), nausea/gastric distress (2.4%), pruritus (1.6%), and urticaria (1.2%). Eight patients treated with RAI experienced radiation thyroiditis (1.2%). Thyroidectomy resulted in one (2.9%) hematoma and one (2.85%) superior laryngeal nerve damage, with no permanent hypocalcemia.

Conclusions

RAI was the most commonly used modality within the cohort and demonstrated the best efficacy and safety profile. Surgery was also very effective and relatively safe in the hands of experienced surgeons. While ATDs allow preservation of thyroid function, a high relapse rate combined with a significant adverse-effect profile was documented. These data can inform discussion between physician and patient regarding choice of therapy for GD.


maandag 3 juli 2017

Grote rol schildklierhormoon bij botontwikkeling, -groei en -onderhoud

Het skelet is uiterst gevoelig voor schildklierhormoon met verregaande gevolgen voor de botontwikkeling, -groei en -onderhoud. De plaatselijke omzetting van T4 naar T3 is hiervoor erg belangrijk. Die plaatselijke omzetting regelt de botontwikkeling. Hoe dat precies gaat is nog een vraagteken. Allerlei genen hebben hier mee te maken.

Role of thyroid hormones in skeletal development and bone maintenance
JH Duncan Bassett, Graham R Williams

Abstract

The skeleton is an exquisitely sensitive and archetypal T3-target tissue that demonstrates the critical role for thyroid hormones during development, linear growth, and adult bone turnover and maintenance.

Thyrotoxicosis is an established cause of secondary osteoporosis, and abnormal thyroid hormone signaling has recently been identified as a novel risk factor for osteoarthritis. Skeletal phenotypes in genetically modified mice have faithfully reproduced genetic disorders in humans, revealing the complex physiological relationship between centrally regulated thyroid status and the peripheral actions of thyroid hormones.

Studies in mutant mice also established the paradigm that T3 exerts anabolic actions during growth and catabolic effects on adult bone. Thus, the skeleton represents an ideal physiological system in which to characterize thyroid hormone transport, metabolism, and action during development and adulthood and in response to injury. Future analysis of T3 action in individual skeletal cell lineages will provide new insights into cell-specific molecular mechanisms and may ultimately identify novel therapeutic targets for chronic degenerative diseases such as osteoporosis and osteoarthritis. This review provides a comprehensive analysis of the current state of the art.

woensdag 28 juni 2017

Kan GREAT score terugvalrisico voorspellen bij ziekte van Graves?

Vaak wordt de ziekte van Graves eerst behandeld met schildklierremmende medicijnen, zoals strumazol en PTU. De kans op terugval na deze behandeling is groot (50-75%) waardoor een definitieve behandeling met radioactief jodium of een operatie nodig is. (Behandeling met alleen een lage dosis remmer wordt hier niet genoemd). Een middel waarmee de kans op terugval voorspeld kan worden, zou volgens de onderzoekers handig zijn. De Graves’ Recurrent Events After Therapy (GREAT) score zou zo’n middel kunnen zijn.

Met de berekening van de GREAT-score krijgen leeftijd, struma, vrij T4 en antistoffen punten (in totaal zes punten):
  • leeftijd - jonger dan 40 = 1; ouder dan 40 = 0
  • struma - niet zichtbaar = 0; een beetje zichtbaar = 1; duidelijk zichtbaar = 2
  • vrij T4 - lager dan 3.1 ng/dl (40 pmol/l) = 0; hoger dan 3.1 ng/dl (40 pmol/l) = 1
  • TBII antistoffen - lager dan 6 IU/L = 0; 6–19,9 IU/L = 1; hoger dan 19,9 IU/L = 2

Tel je de punten op dan krijg je drie GREAT-score klassen:
  • I (0–1 punten)
  • II (2–3 punten)
  • III (4–6 points)

Conclusie

Volgens de onderzoekers ondersteunt deze studie het gebruik van de GREAT-score. De score kan gemakkelijk worden berekend op het moment van diagnose, om het succes van behandeling met schildklierremmers te voorspellen. De personen die vallen in GREAT-score klasse II en III hebben een grotere kans op terugval na een behandeling van 12-18 maanden met schildklierremmers. Zij kunnen daarom vanaf het begin besluiten om te kiezen voor een andere behandeling.


Meer informatie




maandag 26 juni 2017

Verzoek wijziging formule Euthyrox door Merck ingediend

Zou Nederland nu aan de beurt zijn? Wordt Euthyrox net als het Franse Levothyrox ook lactosevrij.

Wijziging Euthyrox ingediend
Schildklierforum

INFORMATION : Changement de formule du LEVOTHYROX
Vivre sans thyroïde

New levothyroxine formulation meeting 95–105% specification over the whole shelf-life: results from two pharmacokinetic trials
Ulrike Gottwald-Hostalek, Wolfgang Uhl, Peter Wolna, George J. Kahaly | onderzoek door Merck


Schildkliertje: Levothyrox changement de formule et de couleur des...: Voor deze keer een heel artikel in het Frans. Waarom? Dat is omdat de samenstelling en de kleur van de doosjes van Levothyrox verandert. Het...


maandag 12 juni 2017

Ontwikkeling van nieuw medicijn bij ziekte van Graves

Eindelijk weer eens een nieuw onderzoek naar een mogelijk nieuw geneesmiddel bij de behandeling van de ziekte van Graves. Te hopen is dat dit de therapie is die de autoimmune oorsprong aanpakt van de ziekte. Iets wat welkom is.

DAVIAD, The development of a novel therapeutic vaccine for the selective treatment of the autoimmune disorder Graves’ disease
European Commission - CORDIS - Projects and Results

Phase 1 trial for Graves’ disease treatment begins
Haelio

ATX-GD-59 in patients with Graves disease not treated with anti-thyroid therapy
Clinical Trials

Als je schildklier te veel hormoon maakt
Schildkliertje

Een onderzoek naar een nieuw medicijn voor de ziekte van Graves loopt in acht Britse ziekenhuizen. Het onderzoek wordt gefinancierd door Apitope International NV en de Europese Commissie via een kader 7 subsidie en is goedgekeurd door het Centraal Centrum voor Onderzoek Ethiek en het Regulerende Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidszorg (MHRA).

Wat is de oorzaak van de ziekte van Graves?

De ziekte van graves is een autoimmuun ziekte waarbij TSH-receptor antistoffen zorgen dat de schildklier te veel hormoon maakt. Dat noem je hyperthyreoïdie.

Hoe wordt de ziekte van Graves nu nog behandeld?


Hyperthyreoïdie wordt nu nog behandeld met:

  • medicijnen als strumazol en PTU
  • radioactief jodium
  • een operatie

Wat voor medicijn wordt onderzocht?

Het medicijn (ATX-GD-59) dat onderzocht wordt is een mengsel van peptiden. Deze peptiden komen van nature voor in eiwitten in het lichaam. De bedoeling is dat dit nieuwe medicijn de immuunrespons van het lichaam verandert. Daarmee wordt de productie gestopt van de antistoffen die de schildklierstoornis veroorzaken.

Deze eerste studie bij mensen test of deze peptide therapie veilig is en goed verdragen wordt. Het medicijn is ook ontworpen om te kijken of de immuunrespons van het lichaam kan verbeteren en of het kan voorkomen dat een schildklierstoornis zich ontwikkelt.

“This is the first new therapy for Graves’ disease to be tested in over 50 years and is a significant step forward in the development of the drug,” Simon Pearce, MD, professor of endocrinology at Newcastle University, said in the release. “We are very pleased to be leading the first clinical trial of ATX-GD-59, which has significant potential to treat the underlying cause of this condition for the first time.”


donderdag 1 juni 2017

Measuring TSH receptor antibody to influence treatment choices in Graves’ disease

Onderzoek van Prakash Abraham en Acha Hesarghatta Shyamasunder naar de ziekte van Graves en antistoffen. Plus een artikel met allerlei behandelopties.

Measuring TSH receptor antibody to influence treatment choices in Graves’ disease

Current and emerging treatment options for Graves’ hyperthyroidism

TSH receptor antibody (TRAb) plays a key role in the pathogenesis of Graves’ disease (GD), and its levels correlate with the clinical course. The second- and third-generation TRAb assays have >95% sensitivity and specificity for the diagnosis of GD and have improved the utility of TRAb to predict relapse. TRAb levels decline with antithyroid drug (ATD) therapy and after thyroidectomy. Its level increases for a year following radioactive iodine (RAI) therapy, with a gradual fall thereafter.

TRAb level >12 IU/l at diagnosis of GD is associated with 60% risk of relapse at 2 years and 84% at 4 years. The prediction of risk of relapse improves further to >90% with TRAb >7,5 IU/l at 12 months or >3,85 IU/l at cessation of ATD therapy. TRAb tests are not expensive, and hence, TRAb measurements at presentation, after 12 months and/or 18 months (at cessation) of ATD therapy, could potentially guide treatment choices in GD.

Elevated TRAb favours definitive treatment in the form of RAI or thyroidectomy, depending on the presence or absence of moderate-to-severe Graves’ ophthalmopathy (GO) and the ability to comply with radiation protection requirements. Use of ATDs in early pregnancy is associated with increased risk of congenital anomalies; early ablative treatment (RAI/surgery) should be considered in women of childbearing age at higher risk of relapse of GD.

TRAb ≥5 IU/l in pregnant women with current or previously treated GD is associated with increased risk of foetal and neonatal thyrotoxicosis, and hence needs close monitoring. TRAb levels parallel the course of GO, and elevated TRAb is an indication for steroid prophylaxis to prevent progression of GO with RAI therapy.


dinsdag 30 mei 2017

Veel voedingssupplementen bevatten farmacologisch actieve stoffen

Op schildklierfora komen supplementen als afslankproducten vaak voorbij. Alle reden om aandacht te besteden aan dit nieuwsbericht en onderzoeksrapport van de NVWA.

NVWA: veel voedingssupplementen bevatten farmacologisch actieve stoffen
Nieuwsbericht | 26-05-2017

Onderzoek Voedingssupplementen met farmacologisch actieve stoffen
Rapport

In principe hebben de meeste mensen geen voedingssupplementen nodig. Wil je toch een supplement gebruiken, denk dan goed na over de mogelijke risico’s. Ruim 60% van de onderzochte voedingssupplementen bevat een of meer (verboden) farmacologisch actieve stoffen. Consumenten kunnen niet aan de verpakking afleiden dat deze stoffen in het voedingssupplement voorkomen en in welke concentratie. Dat is de belangrijkste conclusie uit het onderzoek dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) in 2015 en 2016 deed naar voedingssupplementen als libidoverhogers, afslankpreparaten en zogenoemde ‘fatburners’ en ‘pre-work-out-producten’. De NVWA heeft daar waar mogelijk maatregelen genomen tegen de overtredende bedrijven; de onveilige producten zijn van de markt gehaald. Toch moeten consumenten die dit type voedingssupplementen gebruiken alert zijn.


Gezondheidsrisico

Farmacologisch actieve stoffen beïnvloeden de fysiologische functies (bijvoorbeeld de stofwisseling of bloeddruk) van mensen en dieren. Voorbeelden van stoffen die voorkomen in de onderzochte supplementen zijn sildenafil, sibutramine, amfetamine-achtige stoffen zoals synefrine en cafeïne. Ze kunnen leiden tot een hoge bloeddruk, een verhoogd hartritme of andere aandoeningen. Een aantal van deze stoffen komt ook voor in (geregistreerde) geneesmiddelen. Sommige van deze stoffen zijn verboden. De consument kan aan de hand van de verpakking niet voorspellen of een supplement een farmacologisch actieve stof bevat en in welke concentratie dat in het supplement voorkomt. Dit brengt gezondheidsrisico’s met zich mee omdat de consument zich niet van de aanwezigheid van deze stoffen bewust is. Daarnaast kan de ene stof de werking van een andere stof versterken. Extra gevaar ontstaat wanneer een consument een supplement niet gebruikt volgens het voorschrift, bijvoorbeeld door meer pillen te slikken. Ook als hij of zij andere medicijnen gebruikt of het lichaam belast door extra inspanning te leveren, bijvoorbeeld door te sporten, kan dit grotere risico’s opleveren.

Onderzoek

De afgelopen jaren kreeg de NVWA verschillende signalen over de aanwezigheid van farmacologisch actieve stoffen in voedingssupplementen. Via het Europese meldingensysteem RASFF kwamen tussen 2010 en 2014 ruim 60 meldingen hierover binnen. De meldingen gingen vooral over supplementen die worden gebruikt om af te slanken zoals ‘fatburners’, middelen om prestaties te bevorderen (‘pre-work-outs’) of het libido te verhogen. Reden voor de NVWA om onderzoek te doen naar dit type voedingssupplementen op de Nederlandse markt. In totaal werden 160 monsters genomen. Van de 42 monsters van libidoverhogende supplementen bleken 32 monsters positief; van de 118 monsters van afslankpreparaten, ‘fatburners’ en ‘pre-work-out-producten’ waren 66 monsters positief. In totaal zijn 40 boeterapporten opgemaakt op basis van overtredingen op de Geneesmiddelenwet, het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten, de Verordening betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten en de Algemene levensmiddelenverordening.

Advies voor consumenten

In principe hebben de meeste mensen geen voedingssupplementen nodig. Wil je toch een supplement gebruiken, denk dan goed na over de mogelijke risico’s. Voor (top)sporters is het belangrijk om alleen middelen te gebruiken die op doping zijn getest via het Nederlands Zekerheidssysteem Voedingssupplementen Topsport (NZVT). Sommige farmacologisch actieve stoffen in voedingssupplementen staan namelijk ook op de dopinglijst. Verder is het van belang om het doseringsadvies op de verpakking op te volgen en niet meerdere producten tegelijkertijd te gebruiken. Bel direct een arts en vermeld het gebruik van een voedingssupplement wanneer er symptomen optreden die u niet vertrouwt. Doe daarnaast ook een melding bij de NVWA en het Bijwerkingencentrum Lareb. Geef hierbij duidelijk aan welk voedingssupplement ingenomen is en waar het gekocht is.

Let op!

Raadpleeg altijd een arts als je twijfelt over je gezondheid. De informatie op dit blog kan niet worden beschouwd als vervanging van een consult of een behandeling.