donderdag 31 januari 2013

Nieuw onderzoek naar T3 met vertraagde afgifte

Dat is welkom: onderzoek naar slow release of sustained release T3. Of duidelijker in het Nederlands: T3 met vertraagde afgifte. Er is al vaker onderzoek naar gedaan, maar dat heeft nog niet geleid tot nieuwe medicijnen. Het goede nieuws is dat er in de VS weer onderzoek naar wordt gedaan. Opvallend is dat het onderzoek zich richt op een behandeling met alleen T3 (liothyronine), dus zonder T4 (levothyroxine).

ClinicalTrials.gov

Het instellen van de dosis levothyroxine bij hypothyreoïdie gebeurt op basis van laboratoriumuitslagen en klachten. Doel van de behandeling is een zo goed mogelijke regulatie van het metabolisme. Vaak voelen patiënten zich het beste bij een TSH-waarde in het laag-normale gebied en een vrije-T4-waarde in het hoog-normale gebied. Een verklaring hiervoor is dat er extra T4 nodig is voor de omzetting in T3, dat anders door de schildklier geproduceerd wordt.

Thyroxine plus low-dose, slow-release triiodothyronine replacement in hypothyroidism: proof of principle
Hennemann G, Docter R, Visser TJ, Postema PT, Krenning EP

Ongeveer 15% van de patiënten met hypothyreoïdie houdt klachten. Toediening van liothyronine (T3, Cytomel) aan een dagelijkse dosis levothyroxine zou een oplossing kunnen bieden. T3 zorgt echter voor onnatuurlijke T3-pieken in het bloed. T3 wordt snel opgenomen in het bloed, vandaar die piek en dit is niet zoals het hoort. Dit kan mogelijk voorkomen worden door toediening van T3-hormoon met vertraagde afgifte (slow release). T3 wordt op die manier geleidelijk in het bloed opgenomen wat onnatuurlijke hormoonpieken in het bloed voorkomt.




maandag 28 januari 2013

Patiëntenperspectief in de schildklier behandelrichtlijnen

Richtlijnen zijn wetenschappelijk onderbouwde en breed gedragen inzichten en aanbevelingen waaraan zorgverleners zouden moeten voldoen om kwalitatief goede zorg te verlenen. Richtlijnen gaan uit van gemiddelde patiënten. Daardoor kunnen zorgverleners in individuele gevallen zo nodig afwijken van de aanbevelingen in de richtlijn.

Afwijken van de richtlijn is, als de situatie van de patiënt dat vereist, soms zelfs noodzakelijk. Wanneer van de richtlijn wordt afgeweken, dient de arts dit beargumenteerd, gedocumenteerd en in overleg met de patiënt te doen.


Voor arts en patiënt

Deze richtlijnen zijn primair geschreven voor internisten. Natuurlijk kunnen patiënten ze ook gebruiken als informatiebron.

Patiëntenperspectief

Richtlijn versie 2006/2007

In de NHG-Standaard versie 2006 en de NIV-Richtlijn versie 2007 hebben vertegenwoordigers van de patiëntenorganisaties Hypo maar niet Happy, Nederlandse Vereniging van Graves Patiënten, Schildklierwijzer en Schildklierstichting Nederland als CRoSS (Commissie Richtlijnontwikkeling Samenwerkende Schildklierpatiënten) hun visie gegeven vanuit patiëntenperspectief. Als voorbereiding hebben deze patiënten in 2005 knelpunten verzameld met enquêtes en via schildklierfora. De belangrijkste conclusie daaruit is in één zin samen te vatten: De dokter vindt mijn klachten niet in mijn waarden terug.

In CRoSS werd gewerkt met praktijkervaring en met kennis van de schildklier. Ook werd gebruik gemaakt van het boek Evidence-based richtlijnontwikkeling van J. van Everdingen, waarin een hoofdstuk gaat over het patiëntenperspectief in richtlijnontwikkeling.

De samenwerking met de huisartsen en internisten resulteerde in een substantiële bijdrage van de schildklierpatiënten in de NHG-Standaard Schildklieraandoeningen (2006) en de NIV-Richtlijn Schildklierfunctiestoornissen (2007).

Commentaar CR0SS in het kort

  • De combinatiebehandeling (T4 + T3) wordt niet aanbevolen bij hypothyreoïdie. CRoSS heeft wel gepleit voor een mogelijke proefbehandeling met T4 + T3 bij restklachten. Patiënten hebben immers in een aantal onderzoeken voorkeur voor de combinatie T4 + T3.
  • Subklinische hypothyreoïdie krijgt weinig aandacht. Dit doet geen recht aan de gevonden risico’s van subklinische hypothyreoïdie. Een proefbehandeling zou kunnen zorgen voor de verbetering van klachten en daarmee bijdragen aan de kwaliteit van leven bij veel patiënten. Deze richtlijn volgt de trend niet van de laatste jaren om direct te behandelen en geen klinische hypothyreoïdie af te wachten. De standaard kan bijdragen aan (non)diagnoses als depressie, ME/CVS, fibromyalgie, ouderdom, overgang, of in het algemeen ‘tussen de oren’. CRoSS had dit graag anders gezien.
  • CRoSS pleit bij hyperthyreoïdie voor directe doorverwijzing naar een specialist.
  • CRoSS vindt de instructies bij zwangerschap en schildklierziekten te summier voor onervaren huisartsen. Het belang van een goede aanpak (lees: de risico’s voor moeder en kind als dit niet goed aangepakt wordt) wordt niet genoemd, terwijl dit niet bekend mag worden verondersteld bij alle huisartsen. CRoSS pleit voor doorverwijzing naar een specialist voor alle patiënten met een schildklierziekte.

NIV-Richtlijn revisie 2012

Met de NIV-Richtlijn revisie 2012 vertegenwoordigde een bestuurslid van Schildklier Organisaties Nederland alle schildklierpatiënten. Helaas werd het patiëntenperspectief niet verwoord door ervaringsdeskundige patiënten. Het lijkt er veel op dat dat ermee te maken heeft dat het hoofdstuk schildklier en arbeid verdwenen is. Er is geen communicatie geweest vanuit SON richting schildklierpatiënten in het algemeen of leden/donateurs via het blad Schild of de website.

Het Ondersteuningsburo (HOB) heeft ten behoeve van de nieuwe richtlijn namens SON de Kwaliteitscriteria schildklierzorg vanuit patiëntenperspectief ingebracht. Een zestigtal patiënten heeft in gespreksgroepen hun ervaringen gedeeld. Hun ervaringen vormden de basis voor de kwaliteitscriteria, die vervolgens werden voorgelegd aan een drietal patiënten. Er zijn naar schatting 500.000 schildklierpatiënten in Nederland ... Het mogen meepraten impliceerde niet dat die schildklierpatiënten daadwerkelijk werden gehoord in de zin van dat het gevolgen had voor de kwaliteitscriteria. De kwaliteitscriteria worden wel genoemd in de nieuwe NIV-richtlijn, maar namens wie? Met de aanbevelingen die de NIV vervolgens formuleerde, heeft SON vervolgens niets gedaan.


vrijdag 25 januari 2013

Moeder en kind: relatie vrij T4 en geboortegewicht

Bron: Endocrine Today

The link between maternal thyroid parameters and adverse fetal and neonatal outcomes has been established in the literature. In a recent study, researchers in Rotterdam, the Netherlands, suggest that maternal high-normal free thyroxine levels in early pregnancy are linked to lower birth weight and increased risk for small size for gestational age at birth.

Generation R

They utilized data from women with a delivery date from April 2002 to January 2006 in the Generation R Study, a population-based cohort from early fetal life and beyond.

Maternal thyroid hormone parameters during early pregnancy and birth weight: The Generation R Study
M Medici, S Timmermans, W Visser, SMPF de Muinck Keizer-Schrama, VWW Jaddoe, A Hofman, H Hooijkaas, YB de Rijke, H Tiemeier, JJ Bongers-Schokking, TJ Visser, RP Peeters and EAP Steegers

Serum thyroid-stimulating hormone, free T4 and thyroid peroxidase antibody levels were measured early in 4,464 pregnant women at a mean of 13.3 weeks, researchers wrote. Cord serum TSH and free T4 levels were also measured in 2,724 newborns at a mean of 39.9 weeks. Small size for gestational age at birth (SGA) was defined as a gestational age-adjusted birth weight below the 2.5th percentile. Low birth weight (LBW) was defined as birth weight of less than 2,500 g.

According to data, higher maternal free T4 levels were associated with lower birth weight, and an increased risk for SGA newborns in mothers with normal-range free T4 and TSH levels. Further data indicate birth weight was linked to cord TSH and free T4 levels.

Accompanying editorial

In an accompanying editorial, , MD, PhD, of the division of epidemiology in biostatistics and prevention research at the Eunice Kennedy Shriver National Institute of Child Health and Human Development in Rockville, Md., wrote that lowering the free T4 reference intervals in pregnant women or screening all pregnant women for free T4 cannot be recommended.

Is there enough evidence of poor fetal growth to merit narrowing free T4 reference ranges during pregnancy?
Tuija Männistö

“We are accumulating evidence on defining normal TSH levels during pregnancy, but even there we have many unanswered questions, especially regarding the treatment of subclinical hypothyroidism in preventing adverse pregnancy and neonatal outcomes”, Männistö wrote.

However, Männistö added that Medici and colleagues’ recent study is a step in the right direction. She suggests randomized and observational studies beginning before pregnancy, as well as longitudinal serum samples during pregnancy.

Lees ook




dinsdag 22 januari 2013

Labyrint over ouder worden en schildklier

Hoge bloeddruk, een trage schildklier en hoog cholesterol zijn zaken waar we ons zorgen over maken. Vooral op hoge leeftijd. Maar onderzoekers vermoeden dat dat misschien niet nodig is. Wat op jonge leeftijd slecht voor ons is, kan juist op late leeftijd goed zijn. Er is een nieuwe kijk op ouderenzorg nodig.

maandag 21 januari 2013

Schildklier, vruchtbaarheid en zwangerschap

Vruchtbaarheid

Voldoende schildklierhormoon - dus niet te veel en niet te weinig - is heel belangrijk voor de vruchtbaarheid van man en vrouw. Duidelijk is dat hypo- en hyperthyreoïdie hun gevolgen hebben voor mannen en vrouwen. Bij mannen worden erectiestoornissen gemeld. Daarnaast vertoont het sperma afwijkingen. Bij vrouwen geeft de menstruatie problemen.

woensdag 16 januari 2013

Achtergrondinformatie dierlijk schildklierpoeder (thyreoïdum, thyreoïdeum)

IGZ-Standpunt dierlijk schildklierpoeder

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) ontraadt het gebruik van dierlijk schildklierpoeder dat soms wordt gebruikt bij patiënten met een te traag werkende schildklier (hypothyreoïdie). Reden is de ongunstige balans tussen effectiviteit, verdraagbaarheid en veiligheid, en de beschikbaarheid van toegelaten alternatieven.

dinsdag 15 januari 2013

Selenium en de schildklier - conclusies verschillen

Wat betreft seleniumsuppletie bij schildklieraandoeningen lijken de bevindingen behoorlijk verdeeld in schildklierland. Alle reden om aandacht te besteden aan seleniumsuppletie en nog meer reden om er voorzichtig mee om te gaan. Dus: alleen als je een geconstateerd tekort aan selenium hebt, dan is het aan te bevelen om selenium te slikken. Onder supervisie van een arts.

Lees meer over selenium
Selenium en schildklier - slikken of laten staan?

Een overzicht

Begin januari van dit jaar verscheen het artikel Selenium and the thyroid gland: more good news for clinicians van Anne Drutel, Françoise Archambeaud en Philippe Caron. Deze onderzoekers zien een positief effect bij de ziekte van Hashimoto en bij de ziekte van Graves.

Bij patiënten met hypothyreoïdie door de ziekte van Hashimoto en zwangere vrouwen met TPO-antistoffen zou door seleniumsuppletie de hoeveelheid TPO-antistoffen verminderen. Dit zou heel interessant zijn voor zwangere vrouwen doordat door seleniumsuppletie de kans op postpartum thyreoïditis en definitieve hypothyreoïdie aanzienlijk zou afnemen.

Bij de ziekte van Graves zou seleniumsuppletie sneller zorgen voor euthyreoïdie en selenium lijkt een gunstig effect te hebben op een milde oogziekte van Graves. Een risico op diabetes is gemeld na langdurige seleniumsuppletie, maar weinig gegevens zijn daarover beschikbaar.

In 2007 verscheen het artikel Selenium and diabetes: more bad news for supplements waarin Joachim Bleys, Ana Navas-Acien en Eliseo Guallar hun zorgen uitspreken over suppletie met selenium. Dit vanwege de nauwe therapeutische breedte van selenium en de vergrote kans om diabetes te krijgen.

In de NIV-Richtlijn Schildklierfunctiestoornissen (revisie 2012) wordt selenium afgeraden, met als uitzondering de oogziekte van Graves (GO) waar een beperkte kuur van selenium gedurende zes maanden effect lijkt te hebben. Let wel: op doktersvoorschrift.

Uit de NIV-Richtlijn Schildklierfunctiestoornissen 2012

  • Een vergelijking van de baten en nadelen van seleniumsuppletie levert geen ondersteuning op voor het adviseren van seleniumsuppletie tijdens de zwangerschap.
  • Seleniumsuppletie wordt niet aanbevolen voor vrouwen met schildklierautoantistoffen (TPOAb+).
  • Bij milde GO lijkt selenium effectief in termen van verbetering van de kwaliteit van leven en conditie van de ogen (oogleden, proptosis en beweeglijkheid oogspier).
  • Langdurig gebruik van seleniumsupplementen kan het risico op type 2 diabetes verhogen.


maandag 14 januari 2013

THYROPET-studie, onderzoek naar schildklierkanker

De THYROPET-studie richtte zich op patiënten bij wie in het verleden de schildklier verwijderd is vanwege een kwaadaardige tumor (een gedifferentieerd schildkliercarcinoom) en bij wie er nu in het bloed aanwijzingen zijn gevonden (verhoogd thyroglobuline) dat de ziekte mogelijk is teruggekeerd. Patiënten in die situatie krijgen een behandeling met radioactief jodium om de mogelijk teruggekeerde kanker te behandelen. Meestal werkt deze behandeling goed.

Maar er zijn ook situaties waar een andere of een extra behandeling zinvol kan zijn. Met nieuwe soorten PET/CT-scans kan het schildkliercarcinoom nu ook op een andere manier in beeld gebracht worden. Met dit wetenschappelijk onderzoek willen wij aan de hand van deze scans leren voorspellen bij wie de behandeling met radioactief jodium goed werkt, zodat wij in de toekomst beter kunnen bepalen wat de beste behandeling voor een patiënt is.

Doel van het onderzoek was:

Bepalen of met de combinatie van twee verschillende PET/CT-scans voorspeld kan worden welke patiënten goed zullen reageren op een behandeling met radioactief jodium.

Wat is een PET/CT-scan?

Voor dit onderzoek werd een positron emissie tomografie camera gebruikt (doorgaans PET/CT-scanner genoemd). Voor deze manier van afbeelden krijg je een licht radioactieve stof toegediend in een bloedvat, en na een inwerktijd worden tumorhaarden die deze stof opnemen zichtbaar voor de camera.

Voor dit wetenschappelijk onderzoek worden PET/CT-scans gemaakt met twee verschillende stoffen na elkaar: Jodium-124 en FDG.

Jodium-124 is een radioactieve vorm van jodium, hiermee worden haarden van schildkliercarcinoom die goed jodium opnemen zichtbaar voor de camera.
FDG is een radioactieve vorm van suiker, hiermee worden haarden van schildkliercarcinoom die juist geen jodium opnemen zichtbaar voor de camera.

De combinatie van deze PET/CT-scans zal dus veel informatie opleveren over je ziekte.


Lees ook


woensdag 9 januari 2013

Over kraambedpsychose en schildklier

Bron: Erasmus MC Persbericht

Ontregeld immuunsysteem triggert kraambedpsychose

Plotseling intredende ernstige verwardheid of manie bij pas bevallen vrouwen, een kraambedpsychose, hangt samen met een ontregeld afweersysteem. Dat schrijven onderzoekers van Erasmus MC in Rotterdam in het laatste nummer van het wetenschappelijke tijdschrift Biological Psychiatry.

Immune system dysregulation in first-onset postpartum psychosis
V Bergink, KM Burgerhout, K Weigelt, VJ Pop, H de Wit, RC Drexhage, SA Kushner, HA Drexhage

Kraambedpsychose komt bij ongeveer een op de duizend vrouwen voor die net een kind hebben gekregen – niet te verwarren met de postnatale depressie die bij een op de tien vrouwen optreedt. ‘Een kraambedpsychose is ernstiger’, zegt psychiater Veerle Bergink, eerste auteur van de studie. ‘De vrouwen die het overkomt moeten acuut worden opgenomen. Ze worden schijnbaar zonder aanleiding plots manisch of psychotisch, met het risico dat zij zichzelf of hun baby wat aandoen.’

Wat is een kraambedpsychose?
Ga naar www.kraambedpsychose.nl

De oorzaak van kraambedpsychose werd aanvankelijk gezocht in de grote veranderingen in de hormoonhuishouding. Logisch, vindt ook Bergink, want na de bevalling raken ‘zeker de geslachtshormonen in een vrije val’. Bij eerder onderzoek bij vrouwen in een hoogrisicogroep kon preventieve behandeling met hormoonpreparaten de psychotische verschijnselen echter niet voorkomen. Bergink: ‘Alleen antipsychotica en lithium zijn effectief, zowel in de behandeling als bij het voorkomen van kraambedpsychose.’

First-onset postpartum psychosis
Proefschrift Veerle Bergink

Wat het team van Bergink echter opviel was dat vrouwen met kraambedpsychose daarnaast relatief vaak autoimmuunklachten hadden, zoals opspelende schildklierproblemen. ‘Dat zette ons op het juiste spoor, naast nieuwe aanwijzingen dat ook andere psychiatrische stoornissen zoals manische depressiviteit, schizofrenie en zware depressie een verband houden met een verstoord immuunsysteem.’

Labyrint over schildklier en psychiatrische stoornissen

Tijdens de zwangerschap vermindert de activiteit van het afweersysteem van de moeder tijdelijk, om te voorkomen dat zij haar ongeboren kind afstoot. Direct na de bevalling brengt het lichaam die afweer normaal weer op orde, maar bij de vrouwen met kraambedpsychose blijkt daarin wat mis te gaan.

De onderzoekers vergeleken het bloed van 63 pas bevallen vrouwen met een kraambedpsychose met dat van 56 gezonde pas bevallen vrouwen en dat van 136 vrouwen die niet zwanger waren geweest. Bij de kraambedpsychosepatiënten bleef de normale verhoging van bepaalde afweercellen (T-lymfocyten) na de zwangerschap achterwege, terwijl andere afweercellen en ontstekingseiwitten actiever waren. Juist dit type afweercellen (zogeheten macrofagen) hebben invloed op de werking van zenuwcellen in de hersenen.

‘Vrouwen met een kraambedpsychose die we antipsychotica en lithium geven knappen vrijwel allemaal volledig op’, zegt Bergink, maar het inzicht dat het afweersysteem een rol speelt kan volgens haar ‘een oplossing zijn voor de behandeling van andere psychiatrische aandoeningen, waarbij een deel van de patiënten niet op medicijnen reageert’.

zaterdag 5 januari 2013

Als je schildklier te weinig of geen hormoon maakt

Bij hypothyreoïdie maakt de schildklier geen of te weinig schildklierhormoon. De oorzaak kan verschillen. Bij hypothyreoïdie worden de volgende medicijnen (= schildklierhormoon) gebruikt:
  • levothyroxine (T4-hormoon)
  • liothyronine (T3-hormoon)
  • dierlijk schildklierhormoon (soms en niet regulier)

woensdag 2 januari 2013

Wisselwerkingen tussen schildklierhormoon en andere medicijnen

Veel patiënten met hypothyreoïdie voelen zich goed met hun dagelijkse tabletje(s) levothyroxine. Een kleinere groep blijft klachten houden. Een niet-optimale instelling op dat hormoon kan een oorzaak zijn. Ook kunnen allerlei middelen en aandoeningen de behandeling van hypothyreoïdie nadelig beïnvloeden. De artikelen gaan hier uitgebreid op in. Daarnaast is een belangrijke groep patiënten moeilijk te behandelen. Dat wordt bedoeld met 'difficult patient' in de titel van het artikel van Laura Ward.
The difficult patient: drug interaction and the influence of concomitant diseases on the treatment of hypothyroidism
Laura S. Ward

Drugs that interact with levothyroxine: an observational study
Schildkliertje

Wetenswaardigheden levothyroxine en andere medicijnen en supplementen
Saskia den Haan | Schildklier Magazine

Let op!

Raadpleeg altijd een arts als je twijfelt over je gezondheid. De informatie op dit blog kan niet worden beschouwd als vervanging van een consult of een behandeling.