Levothyroxine: van injecties met schapenschildklier tot synthetische formules

Neem een kijkje in de geschiedenis van levothyroxine en het voortdurende debat over combinatiebehandeling versus monotherapie.
Levothyroxine: from sheep thyroid injections to synthetic formulations
Jenny Bryan | The Pharmaceutical Journal, 18 juli 2013

Geschiedenis schildkliermedicatie
Schildkliertje

Als je meer wilt weten over de behandeling met T4 plus T3
Schildkliertje

Elke dag nemen ongeveer een miljoen mensen in het Verenigd Koninkrijk het schildklierhormoon levothyroxine (L-T4) in. Slechts weinige van hen zijn op de hoogte van controverses die de behandeling van hypothyreoïdie gedurende meer dan een eeuw hebben omgeven.

Van de eerste injecties van schapenschildklier in 1891 tot de academische rivaliteit rond de ontdekking van thyroxine (T4), en het voortdurende debat over de voor- en nadelen van het combineren van L-T4 met liothyronine (L-T3), het behandelen van een trage schildklier is nooit eenvoudig geweest.

In 2007 adviseerde de British Thyroid Association dat alleen levothyroxine de enige evidence-based behandeling voor hypothyreoïdie was en een jaar later bevestigde het Royal College of Physicians dit advies dat de combinatie van L-T4- en L-T3-therapie zou worden gereserveerd voor gebruik door erkende endocrinologen voor individuele patiënten.

In 2012 heeft de European Thyroid Association (ETA) zijn gewicht toegekend aan het standpunt dat monotherapie met L-T4 de standaardbehandeling voor hypothyreoïdie blijft. Desondanks maakte de ETA duidelijk welke groepen patiënten in aanmerking komen voor de experimentele combinatiebehandeling door endocrinologen.


Reacties