Schildkliertje in het kort over een ‘snelle schildklier’!

Bij hyperthyreoïdie of een ‘snelle schildklier’ is er te veel schildklierhormoon in het bloed. Vaak maakt de schildklier te veel hormoon, zoals bij de ziekte van Graves.

Soms is de hyperthyreoïdie tijdelijk, zoals bij een thyreoïditis. Bij een thyreoïditis gaan er cellen kapot, waardoor er tijdelijk te veel T4 en T3 uit deze cellen in het bloed lekt. De schildklier gaat daarna vaak weer normaal werken. Het komt ook voor dat hij daarna te weinig hormoon maakt (hypothyreoïdie).

Soms ontstaat hyperthyreoïdie door jodium in supplementen (o.a. kelp), voeding (zeewier) of door het gebruik van te veel schildklierhormoon.

Klachten

Veel klachten zijn niet typisch voor een schildklieraandoening. Ze komen ook voor bij andere aandoeningen. Dit maakt het moeilijk een diagnose te stellen op basis van de klachten. Als meer klachten aanwezig zijn, is er wellicht sprake van een schildklieraandoening. Het is dan aan te raden een bloedonderzoek te laten doen. Alleen een bloedonderzoek geeft aan of de schildklier zorgt voor deze klachten.

Behandeling

Hyperthyreoïdie wordt behandeld met medicijnen, radioactief jodium en/of een operatie. Voor welke behandeling gekozen wordt hangt af van de oorzaak van de hyperthyreoïdie, de ernst en/of aanwezigheid van de oogziekte en natuurlijk de wens van de patiënt. Een thyreoïditis wordt niet behandeld met schildklierremmers, radioactief jodium of met een operatie.

Tips

Ziekte van Graves

Ongeveer 70-80% van de patiënten met hyperthyreoïdie heeft de ziekte van Graves. Deze aandoening wordt ook wel ziekte van Basedow genoemd. De ziekte van Graves komt voor zonder of met een gering struma (= verdikking van de schildklier). Geregeld komt de ziekte voor samen met de oogziekte van Graves (oftalmopathie).

Bij de diagnose van deze ziekte is bloedonderzoek belangrijk. De TSH is verlaagd en de T4, T3 en vrij T4 zijn verhoogd. Het percentage (%) geeft aan hoeveel patiënten met de ziekte van Graves welke antistoffen hebben. TSH-receptor antistoffen dragen bij aan het ziekteproces. Zij doen de werking na van TSH, waardoor de schildklier extra gestimuleerd wordt schildklierhormoon te maken. TPO- en Tg-antistoffen dragen niet bij aan het ziekteproces, maar lijken verband te houden met de hoeveelheid schade aan de schildklier.


Bron: Erasmus MC, Schildkliercentrum

Reacties