dinsdag 21 februari 2012

Bloedonderzoek TSH, T4, T3

Bij de diagnose en behandeling van schildklieraandoeningen is bloedonderzoek belangrijk. Denk aan TSH, T4, T3, FT4, FT3, normaalwaarden en antistoffen. De TSH en FT4 worden het vaakst getest.

Bloedafname

Een laboratorium bepaalt op verzoek van de arts diverse waarden in het bloed:
  • Meestal de TSH- en FT4-waarde
  • Soms de T4-, T3- of FT3-waarde
  • Soms de antistoffen


Klik op de afbeelding voor een groter beeld

TSH

De schildklier wordt aangestuurd door TSH (schildklier stimulerend hormoon). De hypofyse maakt dit hormoon. Aan de TSH-waarde is goed te zien hoe de schildklier werkt.

Hypothyreoïdie

Als er te weinig schildklierhormoon in het lichaam is, maakt de hypofyse veel TSH. Je noemt dit hypothyreoïdie.

Hyperthyreoïdie

Is er te veel schildklierhormoon, dan maakt de hypofyse weinig TSH. Dit is hyperthyreoïdie.


© Hans van Eck, www.vaneckdesign.nl

T4 en T3

De schildklier maakt de schildklierhormonen thyroxine (T4, ± 120 µg per dag) en trijodothyronine (T3, ± 8 µg per dag) en geeft die af aan het bloed.

Het hormoon T4 is een soort voorraad. T3 is het actieve hormoon. Naar behoefte van het lichaam, weefsels en cellen wordt T4 omgezet in T3. Dat gebeurt onder andere in de lever, de spieren en de hersenen.

FT4 en FT3

Het grootste deel van het T4- en T3-hormoon bindt zich aan eiwitten in het bloed. Een klein beetje hormoon is direct beschikbaar. Dit geef je aan met de letter F van free = vrij. FT4 = vrij T4 en FT3 = vrij T3.

Diagnose hypothyreoïdie

Als gedacht wordt aan hypothyreoïdie, wordt eerst het TSH in het bloed bepaald. Als de TSH-waarde verhoogd is, wordt ook FT4 geprikt. Bij hypothyreoïdie is de FT4-waarde verlaagd.

Bij subklinische of milde hypothyreoïdie is de TSH-waarde verhoogd en de FT4-waarde normaal.

Diagnose hyperthyreoïdie

Om een hyperthyreoïdie vast te stellen, wordt eerst het TSH in het bloed bepaald. Bij een lage TSH-waarde wordt ook FT4 bepaald. Als het nodig is - bij een normale FT4 - bepaalt men ook de T3-waarde. Als alleen de T3-waarde hoog is, noem je dat een T3-toxicose. De verschijnselen daarbij zijn hetzelfde als bij een gewone hyperthyreoïdie; het treedt op bij ongeveer 15% van de patiënten met hyperthyreoïdie.

Bij subklinische of milde hyperthyreoïdie is de TSH-waarde verlaagd en de FT4-waarde normaal.

Normaalwaarden

Normaalwaarden of referentiewaarden zijn de grenswaarden die horen bij een normale werking van de schildklier. De arts vergelijkt een gemeten waarde met de normaalwaarden. Zo ziet hij of deze binnen de normale grenzen ligt. Als deze waarde buiten de grenzen valt, doet een arts verder onderzoek. Als de waarde binnen de normaalwaarden ligt, kijkt een arts eerder naar andere oorzaken van de klachten.

Let op: elk laboratorium heeft zijn eigen normaalwaarden.

De meest gebruikelijke waarden

  • TSH : 0,4 – 4,0 mU/l
  • T4 : 58 - 160 nmol/l - - - (4,5 - 12,6 μg/dl)*
  • FT4 : ca. 7,0 - 16 pmol/l tot ca. 10 - 23 pmol/l - - - (0,7 – 1,8 ng/dl)*
  • T3 : 1,2 – 3,4 nmol/l - - - (80 – 180 ng/dl)*
  • FT3 : 3,5 - 7,7 pmol/l - - - (0,2 – 0,5 ng/dl)*
*De normaalwaarden tussen haakjes zie je wel in Duitsland en België

TSH- en FT4-waarde bij gebruik van levothyroxine (Thyrax, Euthyrox)

Vaak voelen patiënten zich het beste bij een TSH-waarde in het laag-normale gebied (TSH lager dan 1,0) en een vrije-T4-waarde in het hoog-normale gebied. Een verklaring hiervoor is dat er extra T4 nodig is voor de omzetting in T3, dat anders door de schildklier geproduceerd wordt. Verder bevinden de TSH-waarden van de meeste gezonde mensen zich in het laag-normale gebied.

Woordenlijst

Ga naar de woordenlijst voor uitleg van het jargon.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Translate / Vertaal