Onderzoekers van het LUMC onderzochten met de RELEASE-studie of 60-plussers soms kunnen stoppen met gebruik van schildklierhormoon na 12 maanden van dosiswijzigingen of de persoon een hypothyreoïdie heeft, of niet. Deze beslissing is uitsluitend gebaseerd op de vraag of de waarden binnen referentie zijn.
De studie Stoppen met levothyroxine bij volwassenen van 60 jaar en ouder vond plaats in 58 huisartsenpraktijken, waarin 370 deelnemers deelnamen. 80% hiervan was vrouw.
Twaalf (!) maanden gebruikt men om tot een idee te komen bij volwassenen. Terwijl kennis van het fysiologisch mechanisme van de schildklierhuishouding al binnen drie dagen het antwoord geeft of er sprake is van een hypothyreoïdie of niet.
Een ander al eeuwigdurend raadsel bij behandelaars is het uitvinden wat de optimale FT4/TSH-waarden zijn van een mens met een hypothyreoïdie. Het is bekend dat de fysiologie van de schildklier en de gemiddelde FT4-halfwaardetijd (7 dagen) na 3 dagen een daling te zien geeft van 25 à 30% van de FT4 bij mensen zonder schildklierwerking. Verder is bekend dat de halfwaardetijd van FT4 per individu kan variëren van 3 tot 10 dagen.
Dit resultaat is te zien aan een verhoging van de TSH met een startwaarde van circa 1 à 1.5 mU/l stijgend tot 8 à 10 mU/l binnen de 3 dagen. Deze variatie bestaat vanwege de individuele gevoeligheid van de hypofyse voor veranderingen in de FT4, en de halfwaardetijd per individu.
Mensen zonder hypothyreoïdie laten deze variaties niet zien.
Voorwaarde is dat bij de volwassene met een (vermoede) hypothyreoïdie in de vroege ochtend - tussen 8 en 9 uur - circa 24 uur na laatste levothyroxinedosis, de FT4/TSH wordt bepaald.
Aansluitend wordt er gedurende 3 opeenvolgende dagen géén levothyroxine gebruikt. De ochtend van de 4de dag zonder levothyroxine wordt er wederom nuchter FT4/TSH geprikt. Na prikken kan op deze 4de dag weer levothyroxine worden geslikt: 3 doses in één. Vlot en snel aangevuld. En nee, dan hyper je niet. Het is een kortdurende vage maar behaaglijke oppepper met aansluitend het gewone van alledag. Indien de FT4 meer dan 25% is gezakt, dan is er sprake van een hypothyreoïdie.
Een ander al eeuwigdurend raadsel bij behandelaars is het uitvinden wat de optimale FT4/TSH-waarden zijn van een mens met een hypothyreoïdie. Het is bekend dat de fysiologie van de schildklier en de gemiddelde FT4-halfwaardetijd (7 dagen) na 3 dagen een daling te zien geeft van 25 à 30% van de FT4 bij mensen zonder schildklierwerking. Verder is bekend dat de halfwaardetijd van FT4 per individu kan variëren van 3 tot 10 dagen.
Dit resultaat is te zien aan een verhoging van de TSH met een startwaarde van circa 1 à 1.5 mU/l stijgend tot 8 à 10 mU/l binnen de 3 dagen. Deze variatie bestaat vanwege de individuele gevoeligheid van de hypofyse voor veranderingen in de FT4, en de halfwaardetijd per individu.
Mensen zonder hypothyreoïdie laten deze variaties niet zien.
Voorwaarde is dat bij de volwassene met een (vermoede) hypothyreoïdie in de vroege ochtend - tussen 8 en 9 uur - circa 24 uur na laatste levothyroxinedosis, de FT4/TSH wordt bepaald.
Aansluitend wordt er gedurende 3 opeenvolgende dagen géén levothyroxine gebruikt. De ochtend van de 4de dag zonder levothyroxine wordt er wederom nuchter FT4/TSH geprikt. Na prikken kan op deze 4de dag weer levothyroxine worden geslikt: 3 doses in één. Vlot en snel aangevuld. En nee, dan hyper je niet. Het is een kortdurende vage maar behaaglijke oppepper met aansluitend het gewone van alledag. Indien de FT4 meer dan 25% is gezakt, dan is er sprake van een hypothyreoïdie.
Reacties
Een reactie posten