Prikken na slikken levothyroxine kan zorgen voor verkeerde beoordeling FT4 en TSH

Met deze studie werd onderzocht of het medicijn levothyroxine een ritmevariatie van serum FT4 en TSH kan veroorzaken bij patiënten met hypothyreoïdie. Conclusie is dat deze ritmevariatie en een verschillend tijdstip van prikken invloed hebben op de beoordeling van de schildklierfunctie. Kortom, prikken na slikken levothyroxine zorgt voor afwijkende tsh- en fT4-waarden. Op het Schildklierforum en op Schildkliertje is daar al vaker aandacht aan besteed. Nu was daar weer aandacht voor op het jaarlijkse symposium van de American Thyroid Association.


Aan de studie namen 33 vrouwen deel. Zij gebruikten levothyroxine voor primaire hypothyreoïdie. Om 8 uur werd een nuchter bloedmonster (zonder levothyroxine) verkregen, waarna levothyroxine onmiddellijk werd gegeven. Andere bloedmonsters werden verkregen met tussenpozen van 2 uur gedurende de periode van 8 uur na dosering. Alle bloedmonsters werden geanalyseerd op TSH en FT4.

Na toediening van levothyroxine was er een andere ritmevariatie van serum FT4 en TSH dan een FT4- en TSH-variatie zonder levothyroxine. Tot 8 uur na toediening van levothyroxine namen serum FT4-waarden toe en TSH-waarden namen significant af. De piek FT4-concentratie en dal TSH-waarde werden beide 2 uur na de dosis gevonden.

Toen de tijdgecorrigeerde profielen van TSH en FT4 werden vergeleken, was er een sterke negatieve correlatie tussen FT4- en TSH-niveaus. Als de nuchtere hormoonspiegel als gouden standaard gebruikt zou worden om de schildklierfunctie te beoordelen, dan zullen patiënten na de dosis een verkeerde diagnose krijgen op hormoonniveau na slikken. 

Op FT4-niveau was het verkeerd gediagnosticeerde percentage 9% (3 op 33) voor elke keer na de dosis. Op TSH-niveau was het verkeerd gediagnosticeerde percentage 6% (2 op 33) om 10.00 uur en 3% zowel om 12.00 uur als om 14.00 uur en 16.00 uur.

Inname van levothyroxine zal een ritmevariatie van serum FT4 en TSH bij hypothyroid-patiënten veroorzaken. Er kan een verkeerde diagnose worden gesteld als de beoordeling afhankelijk is van de serumspiegels van FT4 en TSH na inname van het geneesmiddel, met name voor patiënten met hormoonspiegels rond de referentierand. De steekproeftiming moet voldoende belang krijgen in de gemeenschappelijke klinische praktijk en moet gestandaardiseerd worden.


Reacties