donderdag 30 april 2015

Wachtlijst voor patiënten met de oogziekte van Graves!

Graves oftalmopatie (GO) of oogziekte van Graves komt niet vaak voor, maar heeft wel een enorme impact op het leven van de patiënt en met heftige gevolgen. Dus je zou denken dat deze mensen alle zorg verdienen die er te krijgen is. In de praktijk blijkt dat deze patiënten helemaal niet snel worden geholpen door de marktwerking in de gezondheidszorg. Er wordt gewoon niet genoeg zorg gepland / ingekocht.

Een Graves-patiënt vraagt aandacht voor en namens haar lotgenoten, voor deze misstand en stuurde een ingezonden brief naar politici.



Mensen met de oogziekte van Graves moeten vaak lang wachten op een operatie. Dat terwijl die ziekte al zo ingrijpend is.Deel jouw ervaring via http://www.schildklierforum.eu/viewtopic.php?f=12&t=806
Posted by Schildkliertje on donderdag 30 april 2015


Meer aandacht voor de oogziekte van Graves





woensdag 22 april 2015

Onderzoek naar effectiviteit van rhTSH bij schildklierkanker

Patiënten met gedifferentieerde schildklierkanker (DTC) worden behandeld met een operatie waarbij de schildklier verwijderd wordt. Deze operatie wordt gevolgd door ablatie met radioactief jodium-131 (I131). Ablatie wil zeggen dat de dosis radioactief jodium hoog is, waardoor achtergebleven schildkliercellen vernietigd worden. Optimale opname van radioactief jodium opname wordt bereikt door het niet slikken van schildklierhormoon of door voorbehandeling met recombinant humaan Thyrotropin Stimulerend Hormoon (rhTSH, thyrogen).

Zes gerandomiseerde studies zijn gepubliceerd waarin beide behandelingen met elkaar zijn vergeleken. Een vergelijking is moeilijk omdat een uniforme definitie van ablatiesucces ontbreekt. Met behulp van een strikte definitie, voerden onderzoekers een observationele studie naar de effectiviteit van rhTSH als voorbereiding voor ablatie.

Recombinant TSH stimulated remnant ablation therapy in thyroid cancer: the success rate depends on the definition of ablation success - An observational study
Anouk N. A. van der Horst-Schrivers, Wim J. Sluiter, Anneke C. Muller Kobold, Bruce H. R. Wolffenbuttel, John T. M. Plukker, Peter H. Bisschop, John M. de Klerk, Imad Al Younis, Paul Lips, Jan W. Smit, Adrienne H. Brouwers, Thera P. Links

Introduction

Patients with differentiated thyroid cancer (DTC) are treated with (near)-total thyroidectomy followed by remnant ablation. Optimal radioiodine-131 (131I) uptake is achieved by withholding thyroid hormone (THW), pretreatment with recombinant human Thyrotropin Stimulating Hormone (rhTSH) is an alternative. Six randomized trials have been published comparing THW and rhTSH, however comparison is difficult because an uniform definition of ablation success is lacking. Using a strict definition, we performed an observational study aiming to determine the efficacy of rhTSH as preparation for remnant ablation.

Patients and methods

Adult DTC patients with, tumor stage T1b to T3, Nx, N0 and N1, M0 were included in a prospective multicenter observational study with a fully sequential design, using a stopping rule. All patients received remnant ablation with 131I using rhTSH. Ablation success was defined as no visible uptake in the original thyroid bed on a rhTSH stimulated 150 MBq 131I whole body scan (WBS) 9 months after remnant ablation, or no visible uptake in the original thyroid bed on a post therapeutic WBS when a second high dose was necessary.

Results

After interim analysis of the first 8 patients, the failure rate was estimated to be 69% (90% confidence interval (CI) 20-86%) and the inclusion of new patients had to be stopped. Final analysis resulted in an ablation success in 11 out of 17 patients (65%, 95% CI 38-86%).

Conclusion

According to this study, the efficacy of rhTSH in the preparation of 131I ablation therapy is inferior, when using a strict definition of ablation success. The current lack of agreement as to the definition of successful remnant ablation, makes comparison between different ablation strategies difficult. Our results point to the need for an international consensus on the definition of ablation success, not only in routine patient’s care but also for scientific reasons.

Trial Registration

Dutch Trial Registration NTR2395


donderdag 16 april 2015

Is rituximab beter dan prednison bij actieve oogziekte van Graves?

Huidige behandelingen (medicijnen, radioactief jodium en operatie) bij de ziekte van Graves (hyperthyreoïdie en oogziekte (GO)) hebben hun nadelen door de bijwerkingen. Daarom wordt wereldwijd onderzoek gedaan naar nieuwe therapieën. Er is vooruitgang geboekt, met name met medicijnen die de tsh-receptor antistoffen uitschakelen.

Rituximab (RTX) is de eerste gerichte biologische therapie die onderzocht is als behandeling voor de (oog)ziekte van Graves. Heeft dat middel de toekomst? Mogelijk dat dit onderzoek weer perspectief biedt.

Efficacy of B-cell targeted therapy with rituximab in patients with active moderate to severe Graves’ orbitopathy: a randomized controlled study
M Salvi, G Vannucchi, N Currò, I Campi, D Covelli, D Dazzi, S Simonetta, C Guastella, L Pignataro, S Avignone, P Beck-Peccoz

Rituximab is better than corticosteroids for active Graves’ orbitopathy
Jerome M. Hershman

Is rituximab al mogelijk als geneesmiddel bij de (oog)ziekte van Graves?
Schildkliertje

Methods

Salvi et al conducted a double-blind, randomized trial (European Clinical Trials Database [EudraCT] 2007-003910-33) to compare RTX with iv methylprednisolone (ivMP) in patients with active moderate to severe GO. Thirty-two patients were randomized to receive either ivMP (7.5 g) or RTX (2000 or 500 mg). The primary end point was the decrease of the clinical activity score of 2 points or to less than 3 at week 24. Changes of proptosis, lid fissure, diplopia and eye muscle motility, and quality of life score were secondary end points. The number of therapeutic responses, disease reactivation, and surgical procedures required during follow-up and the patients' quality of life were also assessed.

Results

The clinical activity score decreased with both treatments but more after RTX at 16, 20, and 24 weeks, whether 1000 mg RTX twice or 500 mg RTX once was used (P = NS). At 24 weeks 100% of RTX patients improved compared with 69% after ivMP. Disease reactivation was never observed in RTX patients but was observed in five after ivMP. Patients treated with RTX scored better motility at 52 weeks in both the right and the left eye. Overall rehabilitative surgical procedures carried out during follow-up (at 76 wk) were 12 in 16 ivMP patients and 5 in 15 RTX patients.

Conclusions

The results of this trial confirm preliminary reports on a better therapeutic outcome of RTX in active moderate to severe GO, when compared with ivMP, even after a lower RTX dose. The better eye motility outcome, visual functioning of the quality of life assessment, and the reduced number of surgical procedures in patients after RTX seem to suggest a disease-modifying effect of the drug.


donderdag 9 april 2015

Zin en onzin over het gebruik van extra jodium of kelp

Er wordt op internet heel veel reclame gemaakt voor supplementen met jodium en kelp. Extra jodium zou goed zijn voor de schildklier. Een gezonde schildklier gebruikt immers jodium om schildklierhormoon te maken. Zelfs wordt beweerd dat kelp erom bekend staat de schildklierfunctie te normaliseren, of de schildklier nu te veel of te weinig hormoon maakt. Hypothyreoïdie zou te genezen zijn door het nuttigen van jodiumrijke voeding ...

Wat is nu waar en wat is onzin op internet?

Voedingscentrum

Op de website van het Voedingscentrum (1) staan dagelijkse aanbevelingen van jodium (microgram / ug) per categorie (kinderen, mannen en vrouwen) en leeftijd. Voor kinderen is de aanbeveling minder dan 150 ug per dag; voor mannen en vrouwen 150 ug microgram per dag. Voor zwangere vrouwen 175 ug en voor vrouwen die borstvoeding geven 200 ug per dag.

Nature

In het blad Nature (2) staat:
  • Jodium is een micronutriënt dat essentieel is voor de productie van schildklierhormonen. De primaire bron van jodium is de voeding door het consumeren van voedingsmiddelen die zijn verrijkt met jodium, zoals zout en brood, of die van nature rijk zijn aan jodium, zoals zeevruchten.
  • Aanbevolen is een dagelijkse inname van jodium van 150 ug bij volwassenen die niet zwanger zijn of borstvoeding geven. Inname van jodium of blootstelling boven deze drempel is over het algemeen goed te verdragen.
  • Het risico op het ontwikkelen van door jodium ontstane schildklierafwijkingen is verhoogd bij daarvoor gevoelige personen. Denk aan mensen die al een schildklierziekte hebben, ouderen, foetussen en pasgeborenen, of patiënten met andere risicofactoren. Als gevolg van suprafysiologische doses jodium kan zowel subklinische of openlijke hypo- en hyperthyreoïdie ontstaan.

RIVM

Volgens dit briefrapport van de RIVM (3) krijgen Nederlanders tussen 7 en 69 jaar over het algemeen voldoende jodium binnen. Doordat brood een belangrijke bron van jodium is, krijgen mensen die weinig brood eten mogelijk te weinig jodium binnen. Mensen die brood zonder gejodeerd (bakkers)zout consumeren, zoals een deel van het biologische brood of het zelfgebakken brood, zijn mogelijk een risicogroep om te weinig jodium binnen te krijgen. Het is onbekend of deze personen via andere voedingsmiddelen hun jodiuminname op peil houden. De huidige gegevens over de Nederlandse voedselconsumptie geven namelijk geen inzicht in de mate waarin mensen brood zonder gejodeerd zout consumeren, en dus ook niet in het voedingspatroon van deze consumenten.

American Thyroid Associaton

Deze Amerikaanse schildklierorganisatie (4) noemt de volgende kernpunten:
  • Voldoende jodium is vereist voor een normale schildklierfunctie.
  • De aanbevolen inname van jodium in niet-zwangere volwassenen is 150 ug per dag.
  • Een hogere jodiuminname wordt aanbevolen tijdens de zwangerschap en bij borstvoeding.
  • Met een aanvaardbare bovengrens van 1100 ug wordt een dagelijkse inname van meer dan 500 ug jodium of kelp per dag ontraden.

Schildkliertje

In dit blog (5) vind je een aantal links naar websites met meer informatie over voedingssupplementen, denk aan veiligheid en controle. Met deze twee links vind je informatie over jodium en kelp.

Conclusie

Zomaar jodium- en kelpsupplementen slikken is geen goed idee. Internationale en nationale organisaties geven duidelijke aanbevelingen die elkaar weinig ontlopen. De risico’s voor schildklierpatiënten worden duidelijk benoemd. Het moge duidelijk zijn dat de bewering dat kelp de schildklierfunctie normaliseert, onzin is.

Bronnen / meer informatie

  1. Jodium
    Voedingscentrum
  2. Consequences of excess iodine
    Angela M. Leung & Lewis E. Braverman
  3. De jodiuminname van de Nederlandse bevolking na verdere zoutverlaging in brood
    RIVM Briefrapport 2014-0054; M. Geurts en J. Verkaik-Kloosterman
  4. ATA Statement on the potential risks of excess iodine ingestion and exposure
    American Thyroid Association
  5. Uitleg over nut en noodzaak van voedingssupplementen
    Schildkliertje



maandag 6 april 2015

Subklinische schildklierafwijkingen bij ouderen

Er zijn geen aanwijzingen dat subklinische schildklierafwijkingen bij ouderen gerelateerd zijn aan een beperking in en achteruitgang van het dagelijks functioneren. Dat stellen auteurs in Huisarts & Wetenschap op grond van de Prospective Study of Pravastatin in the Elderly at Risk (PROSPER).

Subclinical thyroid dysfunction and functional capacity among elderly
L.W. Wijsman, W.P.J. den Elzen, V.S. Virgini, N. Rodondi, D.C. Bauer, P.M. Kearney, J.W. Jukema, R. Westendorp, I. Ford, D.J. Stott, J. Gussekloo, S.P. Mooijaart
PROSPER Study Group; volledig artikel

Subklinische schildklierafwijkingen bij ouderen
Huisarts & Wetenschap, januari 2015

Methodes

Wij deden dit onderzoek in het kader van de Prospective Study of Pravastatin in the Elderly at Risk (PROSPER) bij 5182 mannen en vrouwen van gemiddeld 75 jaar, met een cardiovasculaire aandoening of risicofactor in de voorgeschiedenis. Deelnemers die schildkliermedicatie gebruikten, werden uitgesloten van de analyse. Wij maten de schildklierfunctie op baseline en na zes maanden, en evalueerden het dagelijks functioneren aan de hand van de barthelindex (BI) en een index voor de instrumentele algemene dagelijkse levensverrichtingen (IADL) op baseline en periodiek in de daaropvolgende 3,2 jaar.

Resultaten

De deelnemers die geen schildklierafwijking hadden (n = 4944) scoorden op baseline gemiddeld 19,73 ± 0,06 punten op de BI en 13,52 ± 0,08 op de IADL-index. De deelnemers die een subklinische hyperthyreoïdie hadden (n = 65) scoorden niet significant lager (BI 19,60 ± 0,09; IADL 13,52 ± 0,02), evenmin als de deelnemers met een subklinische hypothyreoïdie (n = 173; BI 19,82 ± 0,06; IADL 13,55 ± 0,08). Tijdens de controles op 9, 18, 30 en 42 maanden vonden we geen significante verschillen in achteruitgang tussen de drie groepen: de score van deelnemers met euthyreoïdie daalde met –0,09 ± 0,00 op de BI en –0,16 ± 0,01 op de IADL-index; bij subklinische hyperthyreoïdie met –0,08 ± 0,03 op de BI en –0,23 ± 0,05 op de IADL; bij subklinische hypothyreoïdie met –0,09 ± 0,02 op de BI en –0,14 ± 0,03 op de IADL. Ook bij deelnemers met een subklinische schildklierafwijking die zowel op baseline als na zes maanden aanwezig was, vonden wij geen significante afname in dagelijks functioneren.

Conclusie

Dit prospectieve onderzoek levert geen aanwijzingen op dat subklinische schildklierafwijkingen leiden tot beperkingen in of achteruitgang van het dagelijks functioneren.

woensdag 1 april 2015

Wel of niet screenen van de schildklier, dat is de vraag

Wereldwijd wordt er veel gediscussieerd over screening (1) van de schildklier op subklinische en openlijke hypo- en hyperthyreoïdie bij volwassenen.

Onlangs zijn een herziening van de inzichten van de U.S. Preventive Services Task Force (USPSTF) en drie reacties gepubliceerd:
1. Jerome Hershman in Clinical Thyroidology van de American Thyroid Association (ATA);
2. American Association of Clinical Endocrinologists (AACE);
3. Anne R. Cappola en David S. Cooper in Annals of Internal Medicine.

U.S. Preventive Services Task Force (USPSTF)

Dit betreft een herziening van de visie van de U.S. Preventive Services Task Force (USPSTF) in 2004 op screening en behandeling van subklinische en eerder niet-gediagnosticeerde hypothyreoïdie en hyperthyreoïdie bij volwassenen door J. Bruin Rugge, Christina Bougatsos en Roger Chou. (2)

Door te screenen is het mogelijk die volwassenen met genoemde schildklieraandoeningen te ontdekken. Direct bewijs van voor- en nadelen van screening versus geen screening blijft onbeschikbaar. Proefbehandeling van subklinische hypothyreoïdie wijst op een mogelijk gunstig effect op cholesterolgehalte. De resultaten waren inconsistent en de omvang van het effect was van onzekere klinische betekenis. Proefbehandeling van subklinische hypothyreoïdie toonde verder geen duidelijk positief effect.

Meer onderzoek is nodig om de effecten te begrijpen van behandeling van subklinische schildklierafwijkingen en door screening ontdekte, eerder niet-gediagnosticeerde openlijke schildklierziekte.

Clinical Thyroidology en herziening USPSTF

In zijn analyse en commentaar in Clinical Thyroidology (3) gaat Jerome Hershman in op de kernvragen in het onderzoek van J. Bruin Rugge, Christina Bougatsos en Roger Chou:
  1. Zorgt schildklier screening voor een vermindering van mortaliteit en morbiditeit?
  2. Wat zijn de nadelen van schildklier screening?
  3. Zorgt schildklier screening voor een betere behandeling van openlijke of subklinische schildklierziekte?
  4. Wat zijn de nadelen van de behandeling van schildklierafwijkingen die zijn ontdekt door het screenen?
Jerome Hershman is van mening dat op basis van de review van de U.S. Preventive Services Task Force (USPSTF) niet afgezien kan worden van schildklier screening bij volwassenen.

American Association of Clinical Endocrinologists en herziening USPSTF

De American Association of Clinical Endocrinologists (AACE) (4) deelt het standpunt van de USPSTF dat meer onderzoek nodig is. Daarnaast is de AACE voorstander van een agressievere benadering bij patiëntengroepen met een groter risico om een schildklieraandoening te krijgen, zoals:
  • patiënten ouder dan 60, bij wie de symptomen van hypothyreoïdie vaak minimaal, afwezig of atypisch zijn;
  • pasgeborenen (die de hielprik krijgen als screening voor congenitale hypothyreoïdie);
  • degenen met auto-immuunziekten die vaak samen gaan met schildklierziektes, zoals type 1 diabetes en pernicieuze anemie;
  • patiënten met een voorgeschiedenis van schildklierziekte of schildklierchirurgie;
  • patiënten die geneesmiddelen gebruiken waarvan bekend is dat die de werking van de schildklier beïnvloeden;
  • patiënten met een familiegeschiedenis van schildklierziekte.

AACE pleit verder voor een zorgvuldige afweging bij schildklier screening en zwangerschap(swens). (5)

Annals of Internal Medicine

Schildklierstoornissen komt vaak voor. Te veel en te weinig schildklierhormoon kan leiden tot allerlei klachten en symptomen. In extreme gevallen tot ernstige ziekte en zelfs de dood. Er zijn gevoelige en specifieke bloedonderzoeken om de schildklier disfunctie te diagnosticeren en therapieën om een schildklierziekte te behandelen. Dit bewijst het mogelijke nut van screening. (6)


Bronnen

  1. Schildklier en screening
    Schildkliertje
  2. Screening and treatment of thyroid dysfunction: an evidence review for the U.S. Preventive Services Task Force
    J. Bruin Rugge, Christina Bougatsos, Roger Chou
  3. Is it worthwhile to screen for thyroid dysfunction?
    J Hershman - analyses and commentary
  4. AACE responds to USPSTF’s statement on thyroid dysfunction screening
    American Association of Clinical Endocrinologists
  5. Aandacht voor schildklier screening bij zwangere vrouwen
    Schildkliertje
  6. Screening and treating subclinical thyroid disease: getting past the impasse
    Anne R. Cappola, David S. Cooper

Let op!

Raadpleeg altijd een arts als je twijfelt over je gezondheid. De informatie op dit blog kan niet worden beschouwd als vervanging van een consult of een behandeling.