woensdag 26 november 2014

Thyroxine stability and formulation: why the secrecy?

Dit bericht gaat over een ingezonden brief in de Australian Prescriber uit 2005. De schrijver van de brief is endocrinoloog en hij verbaast zich over de geheimzinnigheid rond de stabiliteit en samenstelling van levothyroxine. We zijn 10 jaar verder en eigenlijk is er niets veranderd. Of het nu gaat over het preferentiebeleid, leveringsproblemen, verandering van verpakking of producent en productielocatie.

Thyroxine stability and formulation: why the secrecy?
Jim Stockigt, Australian Prescriber

Clinical strategies in the testing of thyroid function
Jim Stockigt, Thyroid Manager

Editor, – In May 2004 Australian pharmacists were instructed that thyroxine tablets should be stored refrigerated, before and after dispensing. This uniquely Australian directive, which carried the imprimatur of Sigma, the sole supplier of thyroxine tablets in Australia, and the Therapeutic Goods Administration, appears to have been ill-considered. (1) Dampness should be avoided during storage of thyroxine (2); repeated daily opening of a refrigerated glass bottle over many months can make the tablets damp, with loss of potency. (1) Sigma has now conceded that tablets in current use from unsealed bottles should not be refrigerated (1), although pharmacists generally are unaware of this change.

In letters to doctors and pharmacists during 2005, Sigma foreshadowed a change in formulation so that thyroxine tablets will be presented in five bottles of 40 tablets, with a recommendation to refrigerate the unopened bottles, but not the bottle in current use. In support of this change, Sigma refers to ‘new stability data’. However, Sigma has refused to present these data for professional scrutiny, except under terms of a confidentiality agreement that precludes discussion or peer review.

The reasons for seeking public disclosure of these ‘new stability data’ have been set out in detail. The health of about 200 000 Australians depends on thyroid hormone replacement. They, and those who accept responsibility for prescribing this medication, have a right to know the details of the sole preparation that is available. If storage temperature is a key factor in maximising the tenuous shelf-life of thyroxine, our local data might be important in addressing the broader problems of stability, potency and bioavailability of thyroxine. (3, 4)

If we cannot achieve a culture of open disclosure between the pharmaceutical industry and consumers for a medication as straightforward as thyroxine, what chance do we have with medications that are shrouded in commercial confidentiality, contentious trial data, patent law and unexpected or contentious adverse effects? Do we really care whether there is an ethos of evidence-based medicine in the manufacturing, regulatory and dispensing arms of pharmaceutical practice? If so, the ‘new stability data’ should be made known. Only in that way can consumers establish whether the modified formulation is necessary, or whether it is being introduced as a face-saving initiative.

References

  1. Stockigt JR, Should thyroxine tablets be refrigerated? Have we got it wrong in Australia?, (with reply by Siddiqui O, Sigma Pharmaceuticals). Med J Aust 2005;182:650.
  2. Roberts GW, Taking care of thyroxine, Aust Prescr 2004;27:75-6.
  3. American Association of Clinical Endocrinologists (AACE), The Endocrine Society (TES) and American Thyroid Association (ATA), Joint position statement on the use and interchangeability of thyroxine products, American Thyroid Association; 2004.
  4. Stockigt J, Testing the bioavailability of oral L-thyroxine by studying its absorption: smoke or mirrors?, Thyroid 2004;14:167-8.








vrijdag 21 november 2014

Gevolgen SCH tijdens zwangerschap voor moeder en kind

Het blijkt uit een onderzoek in China dat zwangere vrouwen met subklinische hypothyreodïdie een grotere kans hebben op zwangerschaps-hoge-bloeddruk en dat de vliezen te vroeg breken. Baby’s van deze moeders hebben een grotere kans op groeiachterstand in de buik en een laag geboortegewicht. Alle reden om zwangeren routinematig goed te volgen op een mogelijke subklinische hypothyreoïdie (= TSH testen).

Effects of subclinical hypothyroidism on maternal and perinatal outcomes during pregnancy: a single-center cohort study of a Chinese population
Liang-Miao Chen, Wen-Jun Du, Jie Dai, Qian Zhang, Guang-Xin Si, Hong Yang, En-Ling Ye, Qing-Shou Chen, Le-Chu Yu, Chi Zhang, Xue-Mian Lu

Adverse maternal outcomes and perinatal complications are closely associated with overt maternal hypothyroidism, but whether these complications occur in women with subclinical hypothyroidism (SCH) during pregnancy remains controversial. The aim of this study was to evaluate the effects of SCH on maternal and perinatal outcomes during pregnancy.

A prospective study of data from 8012 pregnant women (371 women with SCH, 7641 euthyroid women) was performed. Maternal serum samples were collected in different trimesters to examine thyroid hormone concentrations. SCH was defined as a thyroid stimulating hormone concentration exceeding the trimester-specific reference value with a normal free thyroxine concentration. The occurrence of maternal outcomes, including gestational hypertension (GH), gestational diabetes mellitus, placenta previa, placental abruption, prelabor rupture of membranes (PROM), and premature delivery; and perinatal outcomes, including intrauterine growth restriction (IUGR), fetal distress, low birth weight (LBW; live birth weight ≤2500 g), stillbirth, and malformation, was recorded. Logistic regression with adjustment for confounding demographic and medical factors was used to determine the risks of adverse outcomes in patients with SCH.


Conclusions

The results of this study indicate that pregnant women with SCH had increased risks of gestational hypertension (GH) and prelabor rupture of membranes (PROM), and their fetuses and infants had increased risks of intrauterine growth restriction (IUGR) and low birth weight (LBW; live birth weight ≤ 2500 g). Thus, routine maternal thyroid function testing is necessary to improve maternal and perinatal outcomes.

Article

dinsdag 18 november 2014

Uitleg over schildklierremmers en agranulocytose moet duidelijker!

Een zeldzame bijwerking van schildklierremmers als Strumazol (thiamazol), Carbimazol en PTU is: agranulocytose. Gelukkig komt deze bijwerking voor bij minder dan 0,1% van de patiënten, maar die bijwerking kan wel gevaarlijk zijn. Door agranulocytose verlaagt het aantal van een bepaald soort witte bloedlichaampjes (granulocyten) sterk. Met als gevolg een hoog risico op ernstige infecties. Deze bijwerking gaat samen met keelpijn en koorts.

Met inbreng van patiënten die een enquête invulden van de British Thyroid Foundation, heeft een team onderzoekers van de Universiteit van Newcastle een artikel gepubliceerd in de European Thyroid Journal. Doel van het onderzoek was om een beeld te krijgen van de voorlichting en informatie aan gebruikers van schildklierremmende medicijnen over de bijwerking agranulocytose.

Patient knowledge of antithyroid drug-induced agranulocytosis
J Robinson, M Richardson, J Hickey, A James, SH Pearce, SG Ball, R. Quinton, M Morris, M Miller, P Perros

Informatie over bijwerkingen van schildklierremmers
Schildkliertje

Met het onderzoek werden een aantal gebruikers van schildklierremmers geïnterviewd. Andere patiënten die schildklierremmers gebruikten, vulden een online enquête in. Circa 60% van de ondervraagden kenden de gewone symptomen - koorts en keelpijn - niet van agranulocytose. Bijna 20% had nooit informatie gekregen over bijwerkingen. Van de patiënten die nog wisten dat ze informatie hadden gekregen, beoordeelde 30% de kwaliteit als slecht of helemaal niet goed.

Uit de interviews bleek dat een aanzienlijk deel van de patiënten wel symptomen had gehad, bij ongeveer de helft van hen was het bloed onderzocht. Een overzicht van 20 geselecteerde internetsites met informatie voor patiënten liet grote verschillen zien in kwaliteit van die informatie.

Conclusie

Uit het onderzoek blijkt dat:
  • patiënten die schildklierremmers slikken, vaak onvoldoende weten over agranulocytose;
  • de beschikbare informatie op het internet wisselt van kwaliteit.


woensdag 12 november 2014

Bijwerkingen na verpakkingswijziging Thyrax®

Bron: Lareb 12 november 2014

Lareb ontving ruim 80 meldingen van klachten die ontstonden na verandering van de Thyrax® verpakking. Bij ongeveer de helft van deze meldingen ging het om klachten die passen bij hyperthyroïdie (verhoogde werking van de schildklier) mogelijk ten gevolge van een te hoge concentratie levothyroxine. Het betrof bijwerkingen als onder andere hartkloppingen, gejaagdheid en overmatig zweten. Lareb heeft in oktober 2014 een brief gestuurd naar het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) om hen te informeren over deze meldingen.


De voormalige fabrikant MSD heeft de verpakking van Thyrax® (levothyroxine) veranderd van bruine glazen flesjes naar aluminium blisterverpakking. In de blisterverpakking is de Thyrax® beter beschermd tegen omgevingsfactoren, zoals bijvoorbeeld vocht. De samenstelling van de Thyrax® is niet veranderd. In de eerste helft van 2014 werd de handelsvergunning van Thyrax® overgenomen door de fabrikant Aspen Pharma Trading Limited.


Aspen Pharma Trading Limited heeft op verzoek van het CBG een Direct Healthcare Professional Communication (DHPC) uitgestuurd naar apothekers en artsen. In deze brief worden zij gewaarschuwd over de mogelijke stijging van de dosering levothyroxine die kan ontstaan nadat een patiënt overgaat van de flesjes naar de blisterverpakking. Apothekers worden er op gewezen patiënten met genoemde klachten door te verwijzen naar hun arts. Artsen worden er op gewezen adequate laboratorium monitoring toe te passen en indien nodig de dosis aan te passen.


Thyrax® wordt onder andere gebruikt als de schildklier maar gedeeltelijk of helemaal niet meer werkt. In de bijsluiter van Thyrax® wordt beschreven dat bij de behandeling met Thyrax® normaal gesproken geen bijwerkingen te verwachten zijn als de patiënt goed is ingesteld. Alleen te hoge doses of een te snelle ophoging van de dosering zouden kunnen leiden tot klachten van een te snelle werking van de schildklier (hyperthyreoïdie).

Tot slot

De redenen voor een toename van het aantal meldingen van de bijwerkingen worden momenteel onderzocht. De samenstelling van Thyrax tabletten is niet veranderd, maar het is mogelijk dat de tabletten in de nieuwe doordrukverpakking in tegenstelling tot de tabletten in de flesverpakking minder gevoelig zijn voor omgevingsfactoren. Dit kan er mogelijk toe hebben geleid dat een hogere concentratie actieve levothyroxine is achtergebleven in de tabletten in de blisterverpakking vergeleken met de tabletten in de flesverpakking.

De fabrikant (niet de IGZ en/of het CBG) onderzoekt de zaak nog verder en rapporteert de bevindingen in een later stadium. De oorzaak is dus nog niet met 100% zekerheid achterhaald, het is nog even wachten op de definitieve onderzoeksresultaten. Uiteraard volgen de IGZ en het CBG het onderzoek nauwkeurig en zullen – indien nodig – maatregelen nemen om het een en ander in goede banen te leiden.

dinsdag 11 november 2014

Opmerkelijk: productie Thyrax in nevelen gehuld

Eind 2013 veranderde de verpakking van de tabletten Thyrax van potjes naar blister. Met doel een betere houdbaarheid. Sindsdien worden veel klachten gemeld op schildklierfora en bij Lareb en Mijn Medicijn. In Nederland gebruiken 500.000 mensen levothyroxine. Thyrax is een van de merken.

Gebruikers hebben baat bij een juiste instelling van schildklierhormonen. Wijziging van merk betekent nauwgezette controle na 5 weken van TSH en FT4; dit vanwege een verschillende bioequivalentie per merk. Te veel of te weinig T4 kan leiden tot ernstige bijverschijnselen.


* * * * * * * *

Update 24 november 2014

Om antwoord te krijgen op de vragen ‘waar Thyrax dan wel wordt geproduceerd’ en ‘wie de fabrikant is van Thyrax’ valt niet mee. Het antwoord van de IGZ luidt: ‘Deze informatie zou het beste opgevraagd kunnen worden bij de firma Aspen, maar is ook opgenomen in het registratiedossier, dat wordt beheerd door het College ter beoordeling van Geneesmiddelen (CBG).’ Het CBG mag (nog) niets zeggen en verwijst naar bijsluiter (juni 2014) en SmPC (juni 2014). Blijkbaar is de fabrikant op dit moment (nog) NV Organon in Oss. In dit rapport van Aspen wordt gesproken over een verhuizing van de productie van Thyrax naar Bad Oldesloe.

Update 24 januari 2016

Eind januari 2016 werd dat bevestigd: NV Organon (MSD) was tot eind 2015 de fabrikant van Thyrax. Aspen Oss was niet de fabrikant van Thyrax. Aspen Oss was de buurman van MSD ...



* * * * * * * *

Brief naar CBG en IGZ d.d. 28 oktober 2014

Al met al aanleiding genoeg om op 28 oktober de volgende zaken per brief voor te leggen aan het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) en aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ):
  1. De info op de site van SON dat Aspen Oss de producent zou zijn van Thyrax.
  2. Thyrax staat niet op de productenlijst van Aspen Oss.
  3. Het beoordelingsrapport van Aspen Thyroxine.
  4. De individuele Thyrax-gebruiker krijgt géén gehoor bij Aspen en MSD, ondanks telefoonnummers en e-mailadressen in bijsluiters en op de site.


Reactie CBG d.d. 7 november 2014

Sinds de verpakking van Thyrax tabletten is gewijzigd van bruine glazen fles naar blister, heeft het Lareb veel meldingen van bijwerkingen ontvangen. Naar aanleiding van deze meldingen heeft het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) Aspen Pharma een aantal vragen gesteld om de oorzaak van deze toename van bijwerkingen te kunnen onderzoeken. Aspen Pharma is ook verzocht een DPHC-brief naar alle behandelaren en apothekers te versturen om hen te informeren.


Verder schreef het CBG: Thyrax staat niet genoemd op de productenlijst van Aspen Pharma Oss omdat de Thyrax tabletten niet door deze fabrikant worden geproduceerd. Aspen Pharma heeft aangegeven de Thyrax tabletten toe te voegen aan de productenlijst, zodra de wijziging van de registratiehouder in andere EU landen afgerond is. Een soortgelijke aanvraag als in Australië (zie punt 3) is in Europa ingediend en Nederland is voor die Europese aanvraag als referentieland opgetreden.

Reactie IGZ d.d. 11 november 2014

De kwestie met het geneesmiddel Thyrax heeft de aandacht van zowel de IGZ als het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen. De huidige registratiehouder Aspen is gevraagd hier onderzoek naar te doen. Op dit moment kon de inspecteur wel al op een aantal zaken ingaan:
  1. Aspen heeft de registratie van Thyrax overgenomen van MSD. MSD heeft echter hiervoor al de verpakking aangepast van glazen pot naar blister, met de bedoeling de houdbaarheid van het product te verbeteren.
  2. Voor zover wij kunnen nagaan, zijn de productieplaats en de samenstelling van de tabletten ongewijzigd gebleven. Dat Thyrax niet in de lijsten van Oss voorkomt, heeft als reden, dat het product niet in Oss wordt gemaakt.
  3. De overname van de registratie brengt geen direct gevaar voor stopzetting van de productie met zich mee. In tegendeel, de overname van een registratie is een investering die Aspen alleen zal doen als de firma van plan is het product te blijven leveren.
  4. Onderzoek door Aspen heeft geen opvallende verschillen opgeleverd tussen tabletten die bewaard zijn in potten en tabletten die bewaard zijn in blisters.
  5. Aspen heeft geen toename van klachten opgemerkt vanuit andere landen dan Nederland en vermoedt dan ook, dat de toename in Nederland meer te maken heeft met het feit dat in Nederland de patiënten op de internetfora worden gestimuleerd om de bijwerkingen te melden.

De inspecteur vervolgt met: Er is echter wel iets, wat Aspen niet lijkt te hebben meegenomen in haar onderzoek, en dat is het verschil in achteruitgang tussen tabletten glazen potten en in blisters tijdens het gebruik. De tabletten in de glazen pot zijn immers na opening voortdurend blootgesteld aan de lucht, terwijl de tabletten in blisters pas vlak voor gebruik worden blootgesteld aan de lucht. Het zou kunnen zijn, dat de tabletten steeds minder werkzaam zijn, naarmate de pot langer in gebruik is en dat daardoor de bijwerkingen ook steeds minder worden. Wij zullen nog bij Aspen nagaan of zij hier nog onderzoek naar hebben gedaan of nog gaan doen.

Tot slot

De redenen voor een toename van het aantal meldingen van de bijwerkingen worden momenteel onderzocht. De samenstelling van Thyrax tabletten is niet veranderd, maar het is mogelijk dat de tabletten in de nieuwe doordrukverpakking in tegenstelling tot de tabletten in de flesverpakking minder gevoelig zijn voor omgevingsfactoren. Dit kan er mogelijk toe hebben geleid dat een hogere concentratie actieve levothyroxine is achtergebleven in de tabletten in de blisterverpakking vergeleken met de tabletten in de flesverpakking.

De fabrikant (niet de IGZ en/of het CBG) onderzoekt de zaak nog verder en rapporteert de bevindingen in een later stadium. De oorzaak is dus nog niet met 100% zekerheid achterhaald, het is nog even wachten op de definitieve onderzoeksresultaten. Uiteraard volgen de IGZ en het CBG het onderzoek nauwkeurig en zullen – indien nodig – maatregelen nemen om het een en ander in goede banen te leiden.




zaterdag 8 november 2014

Verzoek tot behoud Hypoforum heeft niet geholpen ...

Opeens was daar op 7 november het Hypoforum weg. Dat forum van Hypo maar niet Happy bestaat al jaren. Veel mensen hebben daar veel geleerd over de schildklier. Er is veel kennis vergaard. En allerlei informatie over de schildklier werd via dat forum verspreid.


De mensen die op het Hypoforum informeren/informeerden en informatie geven op het Schildklierforum, zijn dezelfde mensen die zich jarenlang inzetten om de invloed van patiënten op de behandeling te vergroten, door te werken aan kennisontwikkeling en het verspreiden daarvan. Het zijn dezelfde mensen die tijdens de ontwikkeling van de eerste richtlijnen voor internisten en huisartsen voor het patiëntenperspectief geknokt hebben. Zij vormden CRoSS, de commissie richtlijnontwikkeling van samenwerkende schildklierorganisaties.

Het is wel heel jammer dat SON, als gefuseerde en enig overgebleven schildklierpatiëntenorganisatie in Nederland, een dergelijke belangrijke bron van informatie over de schildklier verwijdert ...

Op 3 juni 2015 was het echt zover ... Hypoforum verwijderd. Ondanks het dringende verzoek tot behoud van dat forum.




dinsdag 4 november 2014

Controle van de schildklierfunctie na bestraling van de hals

Bestraling van het hoofd-halsgebied kan leiden tot hypothyreoïdie. De klachten van hypothyreoïdie zijn vaak weinig specifiek en ontwikkelen zich meestal pas enige tijd na de bestraling. De arts weet niet altijd dat hypothyreoïdie een gevolg kan zijn van bestraling van de hals. Daardoor kan een flinke vertraging optreden bij het stellen van deze diagnose.

Van groot belang voor patiënten: hoe kan die diagnose zo spoedig mogelijk gesteld worden? Door bijvoorbeeld elke zes maanden of elk jaar controle van de schildklierfunctie? Of door informatie over mogelijke klachten en symptomen?

Marije Smit e.a. pleiten voor een jaarlijkse controle van de schildklier na bestraling van het hoofd-halsgebied. Volgens Martijn Sijbom e.a. is niet duidelijk dat een patiënt die tijdens een geplande controle opgespoord wordt beter af is dan een patiënt die zich meldt met klachten.

Hypothyreoïdie na bestraling van de hals: controle van de schildklierfunctie is belangrijk
Klinische les in Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG)
Marije Smit, Michiel Kerstens, Marjolein Boomsma-van Holten, Klaas van der Meer, Jan Zijlstra en Thera Links

Nut jaarlijkse controle schildklier na bestraling twijfelachtig
Martijn Sijbom en Jan van Lieshout met hun reactie op de klinische les

Klachten aandoening schildklier zijn vaak aspecifiek
Met aandacht voor klachten bij schildklierfunctiestoornissen

Klinische les

In de klinische les beschrijven de onderzoekers drie patiënten met hypothyreoïdie na bestraling van het hoofd-halsgebied:
  • Patiënt A, een 82-jarige vrouw, was 15 jaar geleden bestraald. Zij werd nu opgenomen met klachten. De schildklierfunctiebepaling week sterk af, met een TSH-waarde van 42,5 mE/l (0,5-4,0) en een FT4-waarde van 1,7 pmol/l (11,0-19,5). TPO-antistoffen waren niet bepaald. Zeer waarschijnlijk was sprake van een ernstige hypothyreoïdie (myxoedeem-coma) na bestraling.
  • Patiënt B, een 52-jarige vrouw, gaf een paar maanden na de bestraling aan dat zij veel piekerde en dat ze lusteloos was. Er werden geen schildklierfuncties bepaald. Een jaar na de behandeling was zij 10 kg aangekomen en had zij steeds vaker last van moeheid, kouwelijkheid, obstipatie en stemmingswisselingen. Bloedonderzoek gaf hypothyreoïdie aan met een TSH-waarde van 110 mE/l, een FT4-waarde van 4,8 pmol/l met TPO-antistoffen van 290 IU/ml (0-100). Behandeling met levothyroxine 75 μg/dag werd gestart. Patiënte voelde zich 2 maanden later veel fitter. Herhaald bloedonderzoek toonde een adequate instelling van de behandeling met schildklierhormoon (TSH: 0,75 mE/l). De behandeling werd voortgezet met jaarlijkse controle van de schildklierfunctie.
  • Patiënt C, een 26-jarige man, was op 15-jarige leeftijd bestraald. Jaarlijkse controle liet na 7 jaar een afwijkende schildklierfunctie zien, met een TSH-waarde van 10,6 mE/l en een FT4-waarde van 10,9 pmol/l. TPO-antistoffen waren afwezig. Omdat hij geen klachten had, werd naar wens van de patiënt geen behandeling gestart. Een jaar later steeg de TSH-waarde naar 13,4 mE/l en was de FT4-waarde 10,5 pmol/l. Patiënt was nog steeds klachtenvrij, maar nu werd wel besloten om te starten met levothyroxine. Bij controle 4 maanden na het begin van deze behandeling waren de TSH- en FT4-concentraties normaal.

Patiënt A werd de eerste 5 jaar na haar bestraling gecontroleerd op de polikliniek Radiotherapie. Daarna is haar schildklierfunctie niet meer gecontroleerd. Patiënt B had mogelijk al enkele maanden na de bestraling klachten van hypothyreoïdie. Op dat moment is de schildklierfunctie niet gecontroleerd. Patiënt C had geen klachten, maar de hypothyreoïdie werd opgespoord tijdens de jaarlijkse controle.

Prevalentie en incidentie

Primaire hypothyreoïdie komt vaak voor. Naar schatting is de prevalentie in de Nederlandse bevolking 4,4% voor klinische (0,4%) en subklinische hypothyreoïdie (4,0%). Meestal wordt primaire hypothyreoïdie veroorzaakt door de ziekte van Hashimoto.

Precieze gegevens ontbreken over de incidentie van hypothyreoïdie ontstaan door bestraling. Bestraling van de halsregio wordt immers toegepast bij patiënten met verschillende aandoeningen, zoals hoofd-halstumoren, borstkanker en leukemie. Onlangs werd een incidentie voor hypothyreoïdie (11-33%) en subklinische hypothyreoïdie (23-53%) beschreven in een periode van 2,4 tot 6,1 jaar na bestraling. De kans op hypothyreoïdie neemt toe bij een hogere stralingsdosis en neemt af bij een groter schildkliervolume.

NHG-standaard Schildklieraandoeningen

In de NHG-standaard Schildklieraandoeningen staat dat de huisarts rekening moet houden met een grotere kans op schildklierfunctiestoornissen na bestraling van het hoofd-halsgebied. Tegelijkertijd wordt gesteld dat er geen onderzoek bestaat waaruit blijkt dat het zinvol is om periodiek te screenen bij patiënten met een verhoogd risico. Het risico op hypothyreoïdie na bestraling is echter groot volgens noot 7 in dezelfde NHG-standaard. Cijfers die er niet om liegen. De symptomen van hypothyreoïdie zijn vaak aspecifiek of geheel afwezig. Bovendien kunnen klachten van hypothyreoïdie vaak worden toegeschreven aan de onderliggende ziekte of aan een bijwerking van de oncologische behandeling.

Noot 7: In follow-uponderzoeken zijn prevalenties van hypothyreoïdie gevonden
van 20 tot 50% na 5 jaar, met een verdere toename van 30 tot 70% na 10 jaar.

Op grond van de beschikbare literatuur pleiten de onderzoekers ervoor dat bij de volgende herziening van de NHG-standaard Schildklieraandoeningen bij alle patiënten van wie het hoofd-halsgebied bestraald is, de schildklierfunctie minimaal jaarlijks wordt bepaald, ongeacht de aanwezigheid van klachten. Deze follow-up kan plaatsvinden bij de radiotherapeut-oncoloog tijdens de reguliere controles of bij de huisarts als de controles in het ziekenhuis zijn afgerond. Het is raadzaam deze controle levenslang voort te zetten.

Leerpunten

  • Radiotherapie van het halsgebied kan leiden tot primaire hypothyreoïdie.
  • De aanbeveling is om na radiotherapie in het halsgebied de waarden van TSH en FT4 levenslang, minimaal 1 keer per jaar te controleren.
  • De schildklierfuncties kunnen gecontroleerd worden bij de radiotherapeut-oncoloog tijdens de reguliere controles, of bij de huisarts als de follow-up in het ziekenhuis is afgerond.

Tot slot

Voor patiënten is een praktische aanpak wel zo prettig. Melden met klachten kan altijd. Maar voor de duidelijkheid en om een ernstiger hypothyreoïdie voor te zijn: een periodieke controle van de TSH en FT4.

Bekend is dat hypothyreoïdie vaak ontstaat na bestraling van het hoofd-halsgebied. De complicatie wordt genoemd in de behandelrichtlijnen voor internisten en huisartsen. Thuisarts.nl noemt bestraling van de hals als een van de vijf oorzaken van hypothyreoïdie. Bekend is ook dat klachten vaak aspecifiek of niet aanwezig zijn. Ook bekend is dat hypothyreoïdie geregeld bij toeval wordt ontdekt, met daarbij hoge TSH- en lage FT4-waarden.





Let op!

Raadpleeg altijd een arts als je twijfelt over je gezondheid. De informatie op dit blog kan niet worden beschouwd als vervanging van een consult of een behandeling.