dinsdag 28 augustus 2012

Richtlijn behandeling T4+T3 bij hypothyreoïdie

Al jaren een wens van patiënten en nu is hij verschenen: de richtlijn voor de behandeling van L-T4 (Thyrax / levothyroxine / Euthyrox) met L-T3 (Cytomel / liothyronine). Voor de behandeling van mensen met hypothyreoïdie betekent deze ETA-richtlijn een enorme vooruitgang. ETA staat voor European Thyroid Association.



2012 ETA Guidelines: The Use of L-T4 + L-T3 in the Treatment of Hypothyroidism
Wilmar M. Wiersinga, Leonidas Duntas, Valentin Fadeyev, Birte Nygaard, Mark P.J. Vanderpump

De richtlijn behandelt de overwegingen om L-T3 bij de L-T4 voor te schrijven. Aan bod komen eerdere onderzoeken, argumenten, wanneer wel en wanneer geen combinatietherapie en hoeveel L-T3 toegevoegd kan worden aan L-T4. Er is rekening gehouden met de uitscheiding en verhouding van T4 en T3 van een gezonde schildklier. Aan bod komen natuurlijk ook de lange halfwaardetijd van L-T4 van 7 dagen tegenover de korte halfwaardetijd van L-T3 van 19 uur. En het feit dat van een pilletje L-T4 ongeveer 65-75% wordt opgenomen, terwijl L-T3 bijna helemaal (66-99%) wordt opgenomen. De aanbevolen verhouding L-T4:L-T3 is hoog: van 13:1 tot 20:1.

Een korte samenvatting van de voorgestelde richtlijndosering:

  • 100 µg LT4 kan omgezet worden in circa 85 µg LT4 met 5 µg LT3.
  • 150 µg LT4 kan omgezet worden in circa 125 µg LT4 met 7,5 µg LT3.
  • 200 µg LT4 kan omgezet worden in circa 175 µg LT4 met 10 µg LT3.

Aandachtspunten

  • Deze behandeling dient als experimenteel te worden beschouwd en bij voorkeur door de internist te worden toegepast.
  • De combinatietherapie is gecontraïndiceerd voor patiënten met hartritmestoornissen.
  • Onbekend is welke gevolgen er zijn bij langdurig gebruik van L-T3 voor de opbouw en afbraak van botten.
  • Op grond van theoretische overwegingen wordt het gebruik van L-T4/L-T3-combinatietherapie tijdens zwangerschap nadrukkelijk ontraden.
  • Indien na 3 maanden geen verbetering optreedt dient de combinatietherapie te worden gestaakt.

Lees ook


Wanneer patiënten die L-T4 (trouw) gebruiken, aanhoudende klachten hebben met TSH-waarden binnen de referentiewaarden, komen zij in aanmerking voor de combinatietherapie. Duidelijk moet zijn dat de aanhoudende klachten niet veroorzaakt worden door andere auto-immuun aandoeningen, zoals diabetes mellitus type I, (auto-immuun) bijnierschorsinsufficiëntie, pernicieuze anemie en coeliakie, of slaapapneu of depressie. Eventueel is ondersteuning bij het omgaan met het chronische karakter van een ziekte aan te raden.


maandag 27 augustus 2012

Wanneer laat jij je bloed prikken?

Wanneer je schildklierhormoon slikt, luidt het advies: laat iedere keer rond hetzelfde tijdstip onder dezelfde omstandigheden je bloed prikken bij hetzelfde lab. Op die manier kun je de TSH- en fT4 waarde goed met elkaar vergelijken.



De ene keer 's ochtends laten prikken en de andere keer later op de dag geeft een vertekend beeld. Dat geldt zowel voor mensen die geen schildklierhormoon slikken als voor mensen die wel hormoon slikken. De TSH-waarde kent immers een dagelijks ritme. (1)


TSH-waarde

De hypofyse scheidt TSH uit in een vast dagelijks ritme. Over het algemeen is de TSH op z’n hoogst vroeg in de morgen en lager in de late middag en avonduren. Voor een diagnose: één TSH-meting geeft geen nauwkeurig beeld van jouw TSH. Pas bij herhaalde metingen rond hetzelfde tijdstip, ontstaat een juist beeld van jouw TSH-waarde.

De grafiek toont de TSH-waarde van gezonde mannen en vrouwen. (2)



FT4-waarde

Aan te raden is om - als je levothyroxine slikt – er rekening mee te houden dat de fT4-waarde de eerste 2 tot 4 uur na inname van het schildklierhormoon (T4) extra verhoogd is, en gedurende ongeveer 6 uur boven normaal blijft. (3)

Voorbeeld

De tabel laat zien hoeveel schildklierhormoon in het bloed is wanneer je alleen T4 (levothyroxine) slikt. Voor inname (= basistijd) en na inname.

----------------------Basistijd---na 1.5 uur-----na 3 uur-----na 6 uur-----na 9 uur
lab T4----------------8.5-----------9.1------------9.7----------9.0----------8.4


Wat kun je doen?

Wanneer meer levothyroxine jou zou kunnen helpen, laat dan je bloed prikken 's ochtends vroeg vóór het slikken van je schildklierhormoon. Je TSH-waarde is dan iets hoger, je fT4-waarde is nog niet verhoogd.


Bronnen

  1. Clinical Significance of TSH Circadian Variability in Patients with Hypothyroidism. MA Sviridonova, VV Fadeyev, YP Sych, GA Melnichenko. Endocr Res 2012 Aug 2.
  2. Thyrotropin Secretion Profiles Are Not Different in Men and Women. F Roelfsema, AM Pereira, JD Veldhuis, R Adriaanse, E Endert, E Fliers en JA Romijn
  3. Pharmacology of thyroid hormone replacement preparations. WM Wiersinga. Adult Hypothyroidism, Thyroid Disease Manager.



vrijdag 24 augustus 2012

Schildklier: compensatie eigen risico en wtcg

Update 3 november 2014: De Compensatie eigen risico (Cer) is afgeschaft. Net als de algemene tegemoetkoming Wtcg. In plaats van de Wtcg en de Cer gaat de gemeente ondersteuning op maat bieden, schrijft de rijksoverheid. De gemeente kan u (hopelijk) ondersteunen via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of de bijzondere bijstand.

Compensatieregeling eigen risico - CER

Iedere verzekerde van 18 jaar en ouder betaalt een verplicht eigen risico voor de zorgverzekering. De rijksoverheid bood de verzekerde hiervoor een compensatie eigen risico. Die compensatie is afgeschaft.

Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten - Wtcg

Leven met een chronische ziekte of een handicap brengt vaak extra kosten met zich mee. De rijksoverheid gaf hiervoor de tegemoetkoming chronisch ziekten en gehandicapten. Die tegemoetkoming is afgeschaft, maar kan incidenteel nog toegekend worden.

Zo werd er gedacht over schildklieraandoeningen

In het rapport Verbetering van de criteria geneesmiddelen- en ziekenhuiszorggebruik voor afbakening van de doelgroep voor de Wtcg [pdf], paragraaf 6.2.6 Schildklieraandoeningen (opdrachtgever Taskforce Wtcg,Ministerie van VWS) luidt het oordeel:

Uit de witte vlekken analyse op basis van het bestand van de CG-Raad bleken de schildklieraandoeningen hypo- en hyperthyreoïdie een witte vlek in de huidige afbakening. De expertgroep oordeelt dat de patiënten die lijden aan deze aandoeningen in zijn algemeenheid goed zijn ingesteld op medicatie en geen of zeer beperkte gevolgen in het dagelijks leven ondervinden. Meerkosten bij deze groep worden dan ook in het algemeen niet verwacht. De expertgroep heeft besloten de aandoeningen hypo- en hyperthyreoïdie niet op te nemen in de afbakening van de Wtcg.

dinsdag 21 augustus 2012

Onderzoek schildklier en herhaalde miskramen met T4-LIFE

Onderzoek naar de effectiviteit van behandeling met levothyroxine bij het voorkomen van een volgende miskraam bij vrouwen met normale schildklierfunctie en met herhaalde miskraam en met schildklier auto-immuniteit.

Inschrijven is nog steeds (augustus 2015) mogelijk.

Herhaalde miskraam en schildklier auto-immuniteit

Ongeveer 2-3% van de vrouwen heeft herhaalde miskramen. Hier spreken we van als een vrouw twee of meer miskramen heeft gehad. Een van de oorzaken is schildklier auto-immuniteit. Dit betekent dat je antistoffen maakt tegen je eigen schildklier, namelijk TPO-antistoffen. Je schildklierfunctie zelf is normaal. Schildklier auto-immuniteit geeft een 2-3 keer verhoogde kans op een miskraam, maar geeft ook een risico op vroeggeboorte.

Behandeling schildklier auto-immuniteit

Momenteel is het niet duidelijk of toediening van het schildklierhormoon het risico op een volgende miskraam verlaagt. Er zijn twee kleine studies die een mogelijk gunstig effect van behandeling met schildklierhormoon (levothyroxine) laten zien, maar deze zijn van onvoldoende kwaliteit om behandeling al te rechtvaardigen.

T4-LIFE onderzoek

T4-Life onderzoek staat voor ‘Levothyroxine for euthyroid women with recurrent miscarriage and positive TPO antibodies’. In dit onderzoek wordt door loting bepaald of een vrouw met herhaalde miskraam en schildklier auto-immuniteit wel of niet levothyroxine krijgt.

Levothyroxine wordt normaal voorgeschreven voor patiënten met een te traag werkende schildklier. 240 vrouwen zullen mee gaan doen met dit onderzoek.

Contactinformatie over dit onderwerp

Myrthe van Dijk, arts-onderzoeker
t4-life@studies-obsgyn.nl
m.m.vandijk@amc.nl
Tel: 020-5661476

Meer informatie en literatuur

maandag 20 augustus 2012

T4 plus T3: naar een persoonlijke behandeling met schildklierhormoon ...

Levothyroxine therapy is the traditional lifelong replacement therapy for hypothyroid patients. Over the last several years, new evidence has led clinicians to evaluate the option of combined T3 and T4 treatment to improve the quality of life, cognition, and peripheral parameters of thyroid hormone action in hypothyroidism. The aim of this review is to assess the physiological basis and the results of current studies on this topic.

Combination Treatment with T4 and T3: Toward Personalized Replacement Therapy in Hypothyroidism?
Bernadette Biondi and Leonard Wartofsky

Evidence Acquisition

We searched Medline for reports published with the following search terms: hypothyroidism, levothyroxine, triiodothyronine, thyroid, guidelines, treatment, deiodinases, clinical symptoms, quality of life, cognition, mood, depression, body weight, heart rate, cholesterol, bone markers, SHBG, and patient preference for combined therapy.

The search was restricted to reports published in English since 1970, but some reports published before 1970 were also incorporated. We supplemented the search with records from personal files and references of relevant articles and textbooks.

Parameters analyzed included the rationale for combination treatment, the type of patients to be selected, the optimal T4/T3 ratio, and the potential benefits of this therapy on symptoms of hypothyroidism, quality of life, mood, cognition, and peripheral parameters of thyroid hormone action.

Evidence Synthesis

The outcome of our analysis suggests that it may be time to consider a personalized regimen of thyroid hormone replacement therapy in hypothyroid patients.

Conclusions

Further prospective randomized controlled studies are needed to clarify this important issue. Innovative formulations of the thyroid hormones will be required to mimic a more perfect thyroid hormone replacement therapy than is currently available.

Verder lezen op Schildkliertje





woensdag 15 augustus 2012

Vervolg beschikbaarheid levothyroxine

Zoals je al eerder hebt kunnen lezen op Schildkliertje zijn er problemen met de levering van Thyrax. Volgens MSD kan er met ingang van 20 augustus weer beperkt geleverd worden. Van een tekort kan dus nog even sprake zijn. Wanneer weer alles volgens plan gaat, kon MSD niet zeggen.

Inmiddels blijkt dat Euthyrox 112 minder beschikbaar is. Farmanco, meldpunt voor beschikbaarheid geneesmiddelen, liet Schildkliertje het volgende weten over Euthyrox 112:
"Er is momenteel nog beperkte voorraad van Euthyrox 112 voor de Nederlandse markt beschikbaar. Begin september komt er weer voldoende van beschikbaar. Overigens kan Merck BV aan de vraag naar alle overige sterktes voldoen. Er is dus eigenlijk geen beschikbaarheidsprobleem en daarom zullen we het ook niet op Farmanco publiceren."

Het kan dus zijn dat je tijdelijk Euthyrox 88 + 25 krijgt, of Euthyrox 100 + 25. Dat kan geen kwaad.

Door het tekort aan Thyrax 100 ontstond een toegenomen vraag naar Thyrax 25. Mogelijk dat de beperkte voorraad aan Euthyrox 112 ook een gevolg is van dat tekort aan Thyrax 100. Overigens zijn er in de diverse buitenlanden al langer problemen met de levering van Eltroxin. (google met: eltroxin supply)

maandag 13 augustus 2012

Innerlijke onvolkomenheden van endocriene suppletietherapie

In 2003 verscheen het artikel Intrinsic imperfections of endocrine replacement therapy van J.A. Romijn, J.W.A Smit en S.W.J. Lamberts. Voor veel mensen betekende het artikel een erkenning voor hun ervaringen met een hormoontherapie met z’n tekortkomingen. Ook zorgde het artikel voor begrip.

Intrinsic imperfections of endocrine replacement therapy
J.A. Romijn, J.W.A Smit en S.W.J. Lamberts

Klassieke endocrinologie

Volgens de klassieke endocrinologie worden hormonen door endocriene organen gemaakt en via het bloed getransporteerd naar de organen waar ze actief zijn. De hormonen worden geïdentificeerd, geïsoleerd en in de fabriek geproduceerd.

Voorheen dodelijke ziektes zoals bijnierschorsinsufficiëntie (ziekte van Addison), diabetes type 1 en hypothyreoïdie, worden inmiddels gedurende vele tientallen jaren redelijk succesvol behandeld tegen lage kosten. In Nederland bijvoorbeeld kost de gemiddelde behandeling van hypothyreoïdie enkele eurocenten per dag.

Volkomen perfecte nabootsing van een endocrien orgaan door behandeling met hormoon is onmogelijk. Gelukkig hebben veel mensen die met hormonen worden behandeld een goede kwaliteit van leven. Toch ervaren andere patiënten vage klachten die moeilijk vast te stellen zijn met objectieve criteria. Mogelijk dat deze klachten verklaard kunnen worden door innerlijke biologische onvolkomenheden van hormoontherapie. Hierdoor kunnen klachten van patiënten verkeerd beoordeeld worden als de betrokken arts de mogelijkheid van deze onvolkomenheden niet erkend. Daarom richtte dit onderzoek zich op de innerlijke onvolkomenheden van behandelingen met hormonen.

Hypothyreoïdie

Een onbekend aantal patiënten die behandeld worden met levothyroxine (schildklierhormoon) voor hypothyreoïdie heeft klachten ondanks normale TSH-waarden. De klachten variëren van spier- en gewrichtsklachten tot vage gevoelens van onwel zijn en depressie.

Twee benaderingen zijn gebruikt om klachten te verminderen: verhoging van de doses levothyroxine en de combinatietherapie van levothyroxine (T4) en liothyronine (T3).
  1. Soms kan vermindering van klachten worden bereikt door de doses T4 te verhogen tot boven de gebruikelijke hoeveelheid die nodig is om normaalwaarden te bereiken in het bloed. Deze patiënten krijgen een dosis levothyroxine die ten opzichte van normale TSH-waarden als overbehandeling wordt aangemerkt.
  2. Bunevicius et al. hebben de behandeling met alleen T4 vergeleken met T4 en T3. Hypothyreoïdiepatiënten hadden baat bij toevoeging van 12,5 mcg T3 in plaats van 50 mcg T4 waardoor neuropsychologisch functioneren verbeterde. Behandeling met T4 en T3 gaf een licht verhoogd effect op hart en lever. Serum T4-concentraties waren lager en T3-concentraties hoger na behandeling met T4 en T3; serum TSH-concentraties, een verfijnde meting van actief schildklierhormoon, waren gelijk na beide behandelingen.

Meting van TSH-concentraties

In dit onderzoek werd de geschikte dosis schildklierhormoon bepaald door de TSH-concentratie te meten. Deze benadering verdient twee aantekeningen:
  1. Het valt op dat de normale TSH-waarden een meer dan tienvoud variatie laten zien tussen de 0,4 en 4,5 mU/l. Omdat in de klinische praktijk de optimale TSH-concentratie voor iedere individuele patiënt binnen deze begrenzing onbekend is, is bepalen van de hoeveelheid levothyroxine binnen deze tienvoudige variatie relatief grof.
  2. Veel artsen gaan er vanuit dat een normale TSH-concentratie een goede schildklierhormoonconcentratie weergeeft. Niet alleen op weefselniveau van de hypothalamus en hypofyse, maar ook in andere weefsels. Deze veronderstelling is waarschijnlijk onjuist omdat TSH alleen wordt gemaakt in de hypofyse en daarom niet de schildklierhormoonwaarde kan weergeven in weefsels buiten de hypothalamus en hypofyse-as.

Deiodinase-activiteit

De schildklier maakt de schildklierhormonen T4 (± 120 µg per dag) en T3 (± 8 µg per dag) en geeft die af aan het bloed. T4 wordt beschouwd als een niet actief hormoon. Juister zou zijn T4 te zien als prohormoon (voorloperhormoon) omdat het de voorloper is van T3. De beschikbaarheid van T3 in weefsels wordt gereguleerd door weefsel-specifieke deiodinases. Sommige weefsels hebben een relatief lage deiodinase-activiteit en zijn afhankelijk van T3 dat komt uit de schildklier en de lever. Andere weefsels, zoals de hersenen, hebben een hoge deiodinase-activiteit waardoor T3 ter plekke wordt gevormd uit T4.

Bij knaagdieren is duidelijk aangetoond dat er geen enkele dosis T4 of T3 is die schildklierhormoonconcentraties gelijktijdig normaliseert in alle weefsels. Daarom is het zeer waarschijnlijk dat bij patiënten die behandeld worden met levothyroxine, de aanwezigheid en werking van schildklierhormoon subtiel afwijkt van de situatie van een gezonde schildklier.

Conclusie

Behandeling met hormonen is erg succesvol bij voorheen dodelijke endocriene ziekten. Toch geeft deze behandeling niet de normale situatie weer van gezonde personen. Bovendien is het effect van hormonen op weefselniveau moeilijk te meten en in getallen weer te geven. Daardoor is vaststelling van de dosis hormoon alleen mogelijk binnen bepaalde grenzen. Het is heel waarschijnlijk dat gebruik van deze niet perfect nagebootste medicatie leidt tot subtiele fysiologische storingen. Erkenning van niet perfecte medicatie is van groot belang voor begrip van klachten van patiënten.


donderdag 9 augustus 2012

Tijd van inname levothyroxine beïnvloedt TSH-waarde

Uit dit onderzoek bleek dat inname van schildklierhormoon nuchter na vasten (dus ruim voor het ontbijt) stabielere TSH- en FT4-waarden gaf. Inname kort voor of bij de maaltijd of voor het slapen gaf bij dit korte onderzoek hogere en meer wisselende waarden.

Timing of Levothyroxine Administration Affects Serum Thyrotropin Concentration
T-G Bach-Huyng, B. Nayak, J. Loh, S. Soldin, J. Jonklaas, oktober 2009
Clinical Thyroidology - samenvatting en commentaar

In totaal deden er 65 patiënten mee, 42 met hypothyreoïdie en 23 patiënten na schildklierkanker. Ze namen hun schildklierhormoon in ten minste 1 uur voor het ontbijt, tijdens het ontbijt of net voor het slapen gaan. Na 8 weken wisselden de groepen van behandelstrategie.

Als het doel van de behandeling met levothyroxine is om een specifieke TSH-waarde te bereiken binnen een smalle therapeutische range, met minder schommelingen, dan kan inname van levothyroxine ruim voor het ontbijt (ten minste 1 uur) aan te raden zijn. Dit geldt met name voor patiënten die zwanger of bejaard zijn en voor hen die schildklierkanker, een hartaandoening of osteoporose hebben.



dinsdag 7 augustus 2012

Schildklier en zwangerschap in de NIV Richtlijn 2007

In 2007 is de NIV-Richtlijn schildklierfunctiestoornissen (2007) verschenen van de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV). Deze richtlijn besteedt in hoofdstuk V aandacht aan alle aspecten rond de zwangerschap. Dit artikel geeft een samenvatting van de belangrijkste aandachtspunten uit deze richtlijn.

De aanbevelingen - de cursieve tekst - van de werkgroep van internisten zijn letterlijk overgenomen uit de NIV-richtlijn.

Inmiddels is de NIV-Richtlijn schildklierfunctiestoornissen (revisie 2012) verschenen. Op punten is deze nieuwe richtlijn aangepast, zoals de aanpak van subklinische hypothyreoïdie.

Schildklier en zwangerschap

Tijdens de zwangerschap verandert de schildklierfunctie van een gezonde vrouw aanzienlijk. De eerste helft van de zwangerschap is de baby afhankelijk van schildklierhormoon van de moeder. Dit geldt vooral voor de ontwikkeling van de hersenen. Het kindje in wording van een vrouw met hypo- of hyperthyreoïdie heeft schildklierhormoon nodig. Zijn moeder kan daar alleen niet zelf voor zorgen. Een vrouw met hypothyreoïdie moet voldoende T4-hormoon slikken; een vrouw met hyperthyreoïdie moet niet te veel schildklierremmend medicijn slikken.

Aanbeveling
Bij zwangere vrouwen is de TSH-waarde en in mindere mate de FT4-waarde afhankelijk van de zwangerschapsduur. Er is behoefte aan duidelijke referentiewaarden in de zwangerschap.


Hypothyreoïdie en zwangerschap

  • Schildklierwaarden bepalen vanaf het moment dat een vrouw weet dat ze zwanger is om te zien of de dosis T4-hormoon moet worden opgehoogd.
  • De ervaring leert dat de dosis T4-hormoon in de eerste 3 maanden van een zwangerschap met 25 tot 50% moet worden opgehoogd. Hierbij wordt gekeken naar de TSH-waarde.
  • In de zwangerschap wordt gestreefd naar een TSH-waarde rond 1 tot 2 mU/l.
  • Tijdens de zwangerschap is het wenselijk om de TSH en FT4 om de 6 weken te controleren.
  • Als de hypothyreoïdie een gevolg is van de ziekte van Graves, moeten de TSI-antistoffen worden bepaald in het eerste of tweede trimester. Bij aanwezigheid van TSI-antistoffen is een bepaling in het laatste trimester nodig.
  • Bij een goede behandeling van de hypothyreoïdie (goede waarden) kan de verloskundige de zwangerschap begeleiden en de vrouw kan thuis bevallen.
  • Bij het geven van borstvoeding kan de moeder gewoon T4-hormoon slikken.

Aanbevelingen
De werkgroep adviseert verhoging van de dosering levothyroxine met 25-50% in het 1e trimester van de zwangerschap bij vrouwen met hypothyreoïdie (op geleide van de serum TSH-spiegel).
Op grond van theoretische overwegingen wordt het gebruik van T4/T3-combinatietherapie tijdens zwangerschap nadrukkelijk ontraden.


Subklinische hypothyreoïdie en zwangerschap

Er wordt geadviseerd om subklinische hypothyreoïdie te behandelen met T4-hormoon. Dit omdat subklinische hypothyreoïdie in verband wordt gebracht met spontane miskramen, lagere psychomotorische ontwikkelingsscores en lagere IQ- scores op 4- tot 7-jarige leeftijd. Daarnaast is dat ook omdat bij een zwangerschap naar een TSH-waarde rond 1 tot 2 mU/l wordt gestreefd. Er zijn nog geen onderzoeken gedaan die aangeven dat behandeling met T4-hormoon betere psychomotorische ontwikkelingsscores en hogere IQ-scores tot gevolg heeft. Er zijn geen nadelige effecten aan goede behandeling met T4-hormoon tijdens een zwangerschap bekend.

Aanbeveling
De werkgroep adviseert behandeling van zwangeren met subklinische hypothyreoïdie (TSH > 4 mU/l) met levothyroxine.

Subklinische hypothyreoïdie en zwangerschapswens

Omdat geadviseerd wordt subklinische hypothyreoïdie in de zwangerschap te behandelen, is het ook raadzaam om vrouwen met subklinische hypothyreoïdie en ongewenste kinderloosheid te behandelen met T4-hormoon.

Aanbeveling
De werkgroep adviseert behandeling met levothyroxine van vrouwen met subklinische hypothyreoïdie en zwangerschapswens.

Hyperthyreoïdie en zwangerschap

  • Bij een vrouw met (Graves’) hyperthyreoïdie en zwangerschapswens heeft bestrijding van deze hyperthyreoïdie vóór de zwangerschap met radioactief jodium of operatie de voorkeur. Bij oudere vrouwen die op korte termijn zwanger willen raken kan de voorkeur uitgaan naar medicatie.
  • Als vrouwen tijdens hun zwangerschap PTU of strumazol gebruiken, moet de zwangerschap door een internist en een gynaecoloog worden begeleid.
  • Bij het gebruik van thyreostatica in een zwangerschap wordt gestreefd naar een zo laag mogelijke dosis waarbij de FT4 in het hoognormale gebied ligt.
  • Wenselijk is de schildklierfunctie elke 4 weken te controleren.
  • In het eerste of tweede trimester van een zwangerschap dienen bij (voormalige!) Graves’-vrouwen de TSI-antistoffen te worden bepaald. Zijn ze aanwezig, dan moet dit worden herhaald in het derde trimester van de zwangerschap. Bij aanwezigheid van TSI-antistoffen in het derde trimester is er een verhoogd risico voor hyperthyreoïdie van de baby voor en na de geboorte; de gynaecoloog dient hier goed op te letten.

Aanbevelingen
Zwangeren die wegens de ziekte van Graves met thyreostatica worden behandeld, dienen behalve door een internist ook altijd door een gynaecoloog te worden gecontroleerd.
Bij een zwangere vrouw met (Graves’) hyperthyreoïdie is medicamenteuze behandeling van de hyperthyreoïdie aangewezen, waarbij wordt gestreefd naar vrije T4-concentraties in het serum in het hoognormale gebied. Hierbij wordt de voorkeur gegeven aan monotherapie met een schildklierremmer (PTU of strumazol).



Lees ook



vrijdag 3 augustus 2012

Welk medicijn slik jij?

Afgelopen maand kon je een enquête invullen over welk medicijn jij slikt. En daar hoort een uitslag bij!

Resultaten

In totaal hebben 77 mensen gestemd:
  • thyrax of euthyrox: 70
  • cytomel: 3
  • strumazol: 4
  • thyreoïdum: 0
  • anders: 2
  • geen: 2

Meer weten?

Medicijnen





donderdag 2 augustus 2012

Actieve zorgconsument laat nog op zich wachten

Bron: NIVEL

De huisarts speelt meestal nog een stevige rol bij de keuze voor een ziekenhuis of specialist. Burgers gaan weinig zelf op zoek naar keuze-informatie. Van een patiëntenorganisatie blijken ze niet zozeer lid of donateur te worden vanwege belangenbehartiging, maar verwachten ze vooral informatie en voorlichting.

Margreet Reitsma, Anne Brabers, Willem Masman en Judith de Jong:

In het nieuwe zorgstelsel wordt van burgers een actieve rol verwacht. Ze worden ‘zorgconsumenten’ die zelf kiezen naar welk ziekenhuis of welke specialist zij gaan. Op deze manier zouden ze zorgaanbieders dwingen goede kwaliteit te leveren tegen een scherpe prijs. Dit kan individueel, maar ook collectief, bijvoorbeeld in patiëntenorganisaties. Maar willen burgers actief kiezen voor een specialist of een ziekenhuis? En zo ja, hoe kiezen ze dan? Leven patiëntenorganisaties onder de bevolking? Waarom wordt een patiënt lid van een vereniging of donateur van een stichting? Een andere rol die in het nieuwe zorgstelsel van de burger wordt verwacht is die van ‘kostenbewuste zorgconsument’. De zorguitgaven zullen naar verwachting de komende jaren flink toenemen. Zijn mensen zich bewust van de kosten van de zorg die ze gebruiken?

Lees ook

Genoeg is genoeg. Over gezondheidszorg en democratie
Margo Trappenburg

Het NIVEL legde een aantal vragen voor aan het Consumentenpanel Gezondheidszorg om te weten te komen of en hoe burgers deze rollen op zich nemen.

De kiezende burger

Veel burgers zeggen niet zelf naar informatie te zoeken om te kiezen naar welk ziekenhuis of welke specialist ze het beste kunnen gaan. Als reden noemen ze vooral, dat ze toch al weten waar ze naar toe gaan. Daarnaast komt duidelijk naar voren dat ze het lastig vinden om te kiezen. Ze weten niet op basis waarvan ze moeten kiezen, hoe ze de informatie moeten beoordelen en of die wel betrouwbaar is. Dit geven ze vaker aan dan dat ze er de meerwaarde niet van inzien om keuze-informatie op te zoeken. Of burgers nu wel of geen actieve rol zeggen te spelen in de keuze voor een specialist of ziekenhuis, in beide gevallen speelt de huisarts een grote rol bij deze keuze.

Patiëntenorganisaties

Patiëntenorganisaties zijn bekend bij de panelleden. Ruim een op de tien is lid of donateur (geweest) van een patiëntenorganisatie. Informatie en voorlichting spelen een belangrijkere rol om lid of donateur te zijn dan belangenbehartiging. Burgers organiseren zich kennelijk niet zozeer om samen sterk te staan, maar lijken dit vooral te doen vanuit individuele motieven of lotgenotencontact.

De kostenbewuste burger

Burgers zien zichzelf als kostenbewuste zorggebruikers. Over andere ‘zorgconsumenten’ zijn ze minder uitgesproken, maar ze lijken toch het idee te hebben dat die minder kostenbewust zijn in hun zorggebruik dan zijzelf. Zelf betalen voor de zorg lijkt een zeker kostenbewustzijn met zich mee te brengen. Daarnaast geeft het echter ook het gevoel recht te hebben op zorg.

Onderzoek

Voor het onderzoek zijn begin maart 2011 twee vragenlijsten verspreid. Beide vragenlijsten zijn door zo’n 1500 leden van het Consumentenpanel Gezondheidszorg ingevuld. Het panel verzamelt informatie onder de algemene bevolking in Nederland over de meningen over de gezondheidszorg en de ervaringen hiermee. Het panel bestaat uit ongeveer 6.000 mensen van 18 jaar en ouder.

Over het natuurlijk beloop van subklinische hypothyreoïdie

Van 1972 tot 1974 werd in Whickham (Noordoost-Engeland) bij 2779 volwassenen een bevolkingsonderzoek verricht naar de prevalentie van struma, schildklierfunctiestoornissen, schildklierautoantistoffen en vetstofwisselingsstoornissen.

Prevalentie betreft het aantal ziektegevallen dat op een bepaald moment (puntprevalentie) of in een bepaalde periode (bijvoorbeeld jaarprevalentie) aanwezig is.

Dit - belangrijke - onderzoek is twintig jaar later herhaald. Het vertelt veel over het natuurlijk beloop van subklinische hypothyreoïdie (verhoogde TSH-waarde met een normale FT4-waarde, zie normaalwaarden).

The incidence of thyroid disorders in the community: a twenty-year follow-up of the Whickham survey
MPJ Vanderpump, WMG Tunbridge, JM French, D Appleton, D Bates, F Clark et al.
Clin Endocrinol (Oxf)1995;43:55-68.

Bij 16 vrouwen werd hypothyreoïdie ontdekt bij het 1e onderzoek, bij 59 vrouwen in de periode tussen het 1e en het 2e onderzoek en bij 22 vrouwen bij het 2e onderzoek. Daarmee was de prevalentie van spontane hypothyreoïdie 7,7, en de incidentie 3,5 per 1000 vrouwen per jaar. De gemiddelde leeftijd bij diagnose was 59 jaar, de incidentie nam toe met de leeftijd. De prevalentie van primaire hypothyreoïdie bij mannen was veel lager: 1,3, met een incidentie van 0,6.

Het relatief risico voor hypothyreoïdie bij vrouwen was 8 bij uitsluitend een waarde van het thyreoïd-stimulerend hormoon (TSH) boven de 6 mUl en 8 bij positieve TPO-antistoffen alleen. Het relatief risico was 38 bij een combinatie een verhoogde TSH-waarde en bij positieve TPO-antistoffen. Duidelijk is dat deze combinatie de kans verhoogt op het krijgen van hypothyreoïdie.

De kans op het ontwikkelen van hypothyreoïdie bleek al te stijgen bij een uitgangswaarde van TSH boven 2 mU/l. Dat is nog binnen de gebruikelijke normaalwaarden van 0,4 - 4,0 mU/l.

Conclusie

Dit laat zien dat een verhoogde TSH-concentratie in combinatie met TPO-antistoffen een belangrijke risicofactor vormt wat betreft het ontstaan van hypothyreoïdie.

Lees ook





Let op!

Raadpleeg altijd een arts als je twijfelt over je gezondheid. De informatie op dit blog kan niet worden beschouwd als vervanging van een consult of een behandeling.