maandag 28 oktober 2013

Impact of iodine supplementation in mild-to-moderate iodine deficiency

Although the detrimental effects of severe iodine deficiency are well recognised the benefits of correcting mild-to-moderate iodine deficiency are uncertain. Taylor, Okosieme, Dayan and Lazarus undertook a systematic review of the impact of iodine supplementation in populations with mild-moderate iodine deficiency.

Impact of iodine supplementation in mild-to-moderate iodine deficiency: systematic review and meta-analysis
Peter N Taylor, Onyebuchi E Okosieme, Colin M Dayan, John H Lazarus

Interesting quotes

In a recent study from the Netherlands low maternal urinary iodine during pregnancy was associated with impaired executive functioning in children at 4 years of age.

Low urinary iodine excretion during early pregnancy is associated with alterations in executive functioning in children, The Generation R Study
Nina H van Mil et al

The advantages of correcting mild iodine deficiency will no doubt be less dramatic than for severe deficiency but substantial returns in productivity and reduced health care costs will still be made.

A major concern with iodine supplementation has been the risk of iodine induced thyroid dysfunction. We found no evidence of an excess of thyroid dysfunction in the controlled iodine intervention trials in pregnancy. Furthermore, the incidence of postpartum thyroid dysfunction observed in these trials was not higher than published rates in the general population.

Epidemiological studies however show that sharp increases in iodine intake in severely iodine deficient populations may precipitate hyperthyroidism especially in elderly individuals with longstanding thyroid autonomy. Less striking manifestations are reported in marginally iodine deficient areas or where iodine prophylaxis has been gradually introduced.

[...] transient increases in the incidence of hyperthyroidism were recorded in the aftermath of iodisation but with reversal to baseline rates occurring within years of iodisation.

[...] increases in the occurrence of thyroid dysfunction or autoimmunity in the wake of iodisation. In addition the prevalence of both TPOAb and TgAb (albeit low titre) was higher 4:5 years after cautious iodine fortification of salt was introduced in Denmark, particularly in young women.

These population level increases in the adult incidence of autoimmune thyroiditis thus seem an inevitable byproduct of iodisation but should not deter future efforts at iodisation as the potential adverse effects of iodine deficiency on child development far outweighs the risk of correctable hypothyroidism in adults.

Long-term exposure to excessive iodine from water is associated with thyroid dysfunction in children
Sang Z, Chen W, Shen J, Tan L, Zhao N, Liu H, Wen S, Wei W, Zhang G, Zhang W

Thyroid function and serum lipids of adults living in areas of excessive iodine in water in Hebei province
Li H, Sang Z, Tan L, Zhao N, Wei W, Zhang G, Liu H, Wen S, Zhang W

However salt may not suffice as the sole vehicle of iodisation in some countries. Retail outlet surveys conducted in the United Kingdom for example showed that most commercial salt brands lacked adequate iodine and iodised salt was unlikely to contribute substantially to overall iodine nutrition. In addition recent successful public health campaigns aimed at preventing cardiovascular disease through reduced salt consumption may have instigated further reductions in population iodine intake.

However, a recent WHO forum has indicated that strategies to reduce salt intake and increase iodine fortification should not necessarily be contradictory and such strategies could support each other [...]

We therefore agree that whilst awaiting results from current trials of iodine supplementation in pregnancy, pregnant and breastfeeding women should be offered iodine supplementation [...]

For instance some authors suggest that self reported supplement intake in excess of 150 µg daily is associated with impaired foetal neurodevelopment. This is a concern given that the adaptive mechanisms to counteract the thyroid inhibitory actions of an acute iodide load, or Wolff-Chaikoff effect, do not fully develop in the foetus until late gestation.


maandag 21 oktober 2013

Patiëntenorganisatie in zee met orthomoleculaire webwinkel

Op 19 oktober 2013 was op de website van Schildklier Organisatie Nederland te lezen dat SON zich had aangesloten bij De Roode Roos BV. Het initiatief voor de webwinkel De Roode Roos is genomen door het bestuur van de Moermanvereniging (!!!), als gezamenlijke inkooporganisatie. De Roode Roos levert orthomoleculaire voedingssupplementen.

Op zijn minst mag dit een wonderlijke ontwikkeling heten.

Orthomoleculaire geneeskunde is een vorm van alternatieve geneeskunde waarbij de nadruk ligt op het consumeren van de juiste moleculen, in het bijzonder vitamines en sporenelementen in hoge doses.

Het gebruik van kruidenpreparaten en voedingssupplementen neemt wereldwijd toe. Veel van die ‘zelfzorgmedicijnen’ worden zonder recept over-the-counter verkocht, wat betekent bij de drogist, de supermarkt of via internet. De controle is over het algemeen slecht geregeld.

De risico’s voor schildklierpatiënten worden in internationale onderzoeken genoemd. Onderzoeksresultaten benadrukken het belang van voorlichting van de patiënt en leverancier bij het gebruik van deze supplementen en de behoefte aan meer regulering van deze producten die een gevaar kunnen vormen voor de volksgezondheid.

Update 6 mei 2016
Op de site van de Roode Roos wordt SON nog steeds (6 mei 2016) genoemd als aangesloten vereniging.

Lees op Schildkliertje





vrijdag 18 oktober 2013

Vijf vrouwen vertellen over hun behandeling met schildklierhormoon

Wanneer je schildklier te weinig of geen schildklierhormoon maakt, slik je schildklierhormoon. Belangrijk is hoe jij je daarbij voelt. Helaas blijkt in de praktijk dat te veel patiënten ervaren dat het niet meevalt om goed ingesteld te raken op schildklierhormoon. Dat er zoiets bestaat als een persoonlijke instelling op schildklierhormoon, blijkt vaak onbekend. Gevolg is een niet-optimale dosis hormoon. Wat vervolgens zorgt voor klachten, problemen met werk en relaties.

Petra

Ik werk in de zorg, ben zelf schildklierpatiënt (hashimoto), en merk dat jammer genoeg veel huisartsen niet de standaard van het Nederlands Huisartsen Genootschap volgen bij het instellen en controleren van patiënten. Zij hanteren de referentiewaarden en durven of willen niet naar een laag normaal TSH, tussen 1 en 2 zodat de patiënt klachtenvrij is. Soms wordt zelfs aangegeven dat FT4 immers normaal is en TSH 9,6, en dus is geen verhoging van de dosis T4-hormoon nodig. Dit betekent voor veel patiënten minder kwaliteit van leven. Vaak zou 12,5 mcg verhoging met als streven TSH tussen 1 en 2 al een stuk minder klachten en meer energie opleveren; dat staat ook in de NHG-standaard. Het lijkt dat huisartsen te weinig kennis hebben. Hier moet iets aan gedaan worden.


Johanneke

Ruim twee jaar werkt mijn schildklier te langzaam. Volgens mijn internist ben ik goed ingesteld op een mix van Cytomel en Euthyrox. Iedere dag kom ik energie tekort en dat is niet omdat ik zoveel doe. Ik moet juist heel veel laten.



Louise

Ik heb de diagnose subklinische hypothyreoidie. De internist wilde geen proefbehandeling geven, ook al had ik klachten. Mijn huisarts durfde wel een proefbehandeling van zes weken te geven en ik merkte duidelijk verbetering van klachten. Therapie voortgezet. Ik had echter wel een tsh van 3,98 mU/l na de proefbehandeling en merkte dat (nog) niet al mijn klachten weg waren. Ik zei tegen de huisarts dat ik duidelijk verbetering voelde, maar voor mijn gevoel net iets meer hormoon nodig had. Mede vanwege een kinderwens waarbij de tsh onder de 2 moet zijn. Het antwoord van de huisarts was dat een tsh van 3,98 binnen de referentiewaarden valt en dat ik geen klachten meer kon ervaren. Ze had nog nooit gehoord dat je een tsh onder de 2 moet hebben bij een kinderwens. Ook was ze bang dat ik zou gaan hyperen als ik meer medicatie krijg. Ik gebruik 25 mcg thyrax (1 blauwtje), maar denk zelf meer nodig te hebben.


Elly

Tot een paar maanden geleden voelde ik me echt niet goed, had veel klachten en bij het bloedonderzoek was de ft4 gezakt van 26 naar 16. Huisarts vond het een prima waarde, heb zelf aangegeven dat het voor mezelf beter was als de ft4 boven de 24 uit zou komen. Hij vond het om die reden goed dat ik ophoogde met een halve blauwe tot 150 mcg. Na 6 weken voelde me al weer vooruit gaan en de ft4 was ook weer 24. Of hij de nieuwe richtlijnen kent? Ik geef het altijd zelf aan en dan vindt hij het goed, ben blij dat ik er zoveel vanaf weet door erover gelezen te hebben.


Annemarie

Ik heb hypothyreoidie. Ik ben zes jaar in behandeling bij de huisarts en ik voel mij nog steeds rot. Het voorlaatste bloedonderzoek laat zien dat mijn TSH 4,3 was. Toen is mijn medicatie verhoogd naar 125 mcg Thyrax. Na het laatste bloedonderzoek moest mijn dosis weer naar 100 mcg. Ik ben lid geworden van een forum vanwege mijn overtollige klachten en daar kreeg ik informatie dat de dosis moest worden verhoogd en niet verlaagd. En zo blijf ik 6 jaar bezig! Ik heb de huisarts gevraagd om een verwijzing naar de internist, maar ik kreeg als antwoord dat zij mij ook kan behandelen! Wat moet ik in deze situatie doen? Ik heb er geen vertrouwen meer in.









maandag 14 oktober 2013

Antistoffen en de ontwikkeling van euthyreoïdie naar hypo- of hyperthyreoïdie

Bij auto-immuunaandoeningen van de schildklier werkt het afweersysteem van het lichaam niet goed. Het immuunsysteem vergist zich en valt het eigen lichaam aan. Het maakt antistoffen tegen deze eigen cellen: auto-antistoffen. Er wordt veel onderzoek naar gedaan, omdat veel nog onduidelijk is.

Onderwerp van dit deelonderzoek binnen de Amsterdam AITD Cohort Study was de ontwikkeling van euthyreoïdie (= normale schildklierfunctie) naar openlijke auto-immuun hypothyreoïdie of naar openlijke auto-immuun hyperthyreoïdie.

Natural history of the transition from euthyroidism to overt autoimmune hypo- or hyperthyroidism: a prospective study
G Effraimidis et al.

Early stages of thyroid autoimmunity: follow-up studies in the Amsterdam AITD cohort
Lees de samenvatting in het proefschrift van G Effraimidis

Binnen het Amsterdamse onderzoek naar auto-immuun schildklierziektes - AITD Cohort Study - werden 790 euthyreote vrouwen die één of meer eerste of tweede graads verwanten hadden met een schildklieraandoening, 5 jaar gevolgd met een jaarlijks onderzoek. Bij ieder jaarlijks bezoek werd de schildkliertoestand vastgesteld door meting van TSH, vrij T4, TPO-antistoffen, Tg-antistoffen en TSH-receptorantistoffen.

AITD Cohort Study: THEA-score voorspelt Hashimoto of Graves

In het deelonderzoek van Effraimidis werden de gegevens vergeleken van een klein aantal personen met openlijke hypothyreoïdie (TSH > 5,7  mU/l en FT4 < 9,3  pmol/l) en openlijke hyperthyreoïdie (TSH < 0,4  mU/l en FT4 > 20,1) met de gegevens van controlepersonen. Aan het begin hadden de personen die later hypothyreoïdie kregen al een hogere TSH- en lagere FT4-waarde dan hun controlepersonen. Dat verschil was er een jaar later nog steeds. Dat was anders bij de personen die later hyperthyreoïdie kregen. In het begin was er geen verschil tussen hun TSH- en FT4-waarden en die van hun controlepersonen. De personen met hypo- en hyperthyreoïdie hadden vaker TPO-antistoffen dan de controlepersonen.

Vergeleken met controlepersonen hadden:
  • rokers minder vaak hypothyreoïdie;
  • vrouwen in de periode na de bevalling vaker hypothyreoïdie;
  • vrouwen tijdens de zwangerschap vaker hyperthyreoïdie.

Conclusie

De gegevens suggereren dat de overgang van een normale schildklierfunctie naar hypotyreoïdie een geleidelijk proces is dat jaren kan duren. Dat in contrast tot hyperthyreoïdie, een proces dat zich meer lijkt te ontwikkelen in een periode van maanden.

Lees ook




donderdag 10 oktober 2013

Aandacht voor individueel TSH-FT4 setpoint is gewenst

Uit onderzoek blijkt dat iedereen een unieke schildklierfunctie heeft. De TSH en FT4 van een individu bestrijken een veel kleiner gebied binnen de referentiewaarden vergeleken met die van een groep. Een testresultaat binnen de referentiegrenzen van een laboratorium is daardoor niet per se normaal voor een individu. Omdat de TSH-waarde sterk reageert op kleine veranderingen van de FT4, kan een afwijkende TSH-waarde erop wijzen dat de FT4-waarde niet goed is voor een individu. Bij de diagnose en behandeling van schildklieraandoeningen is aandacht hiervoor gewenst.

A novel minimal mathematical model of the hypothalamus-pituitary-thyroid axis validated for individualized clinical applications
SL Goede, MK Leow, JW Smit, JW Dietrich

Set-point of the hypothalamic-pituitary-thyroid axis and individual TSH-range
The clinical significance of subclinical thyroid dysfunction
B Biondi en DS Cooper

Narrow individual variations in serum T4 and T3 in normal subjects: A clue to the understanding of subclinical thyroid disease
S Andersen, KM Pedersen, NH Bruun en P Laurberg

Iedereen een eigen setpoint

De ontdekking dat iedereen een eigen TSH-FT4 setpoint heeft, was in 2002 een grote doorbraak in het denken over subklinische schildklieraandoeningen.

Met de term setpoint wordt hier bedoeld dat de hypothalamus, de hypofyse en de schildklier hun hormonen op een niveau houden waarbij iemand zich goed voelt.

Een afwijkende TSH-waarde met een normale FT4-waarde noem je subklinische schildklierziekte. Dat onderscheid tussen subklinische en openlijke schildklierziekte (afwijkend TSH en afwijkend FT4) is willekeurig. Of iemands schildklier niet goed werkt kan je in feite pas goed bepalen als je zijn normale TSH-FT4 setpoint weet binnen de referentiewaarden van het laboratorium.

Verschillen tussen personen in het setpoint van de hypothalamus-hypofyse-schildklieras zijn genetisch bepaald. Dit is mogelijk de reden dat klachten en symptomen verschillen bij personen met dezelfde TSH en FT4. Ook zou dat mogelijk het verschil in biologische activiteit van schildklierhormoon per persoon kunnen verklaren.

Een normale TSH-waarde (zelfs lager dan 2,5 mIU/liter) is niet - zoals eerder gedacht - die gevoelige test om bij iemand een schildklierfunctiestoornis vast te stellen. Belangrijk is om laboratoriumresultaten te beoordelen samen met de klinische situatie, bijvoorbeeld iemands klachten en symptomen, de fysiologische status zoals leeftijd en zwangerschap, en onderliggende gezondheidstoestand (andere aandoeningen en medicijngebruik).

maandag 7 oktober 2013

QoL bij euthyreoot struma en hashimoto na schildklieroperatie

Met vragenlijsten werd de kwaliteit van leven onderzocht bij vrouwen met een goedaardig struma met normale schildklierwaarden na een schildklieroperatie. Conclusie luidde dat zo’n operatie niet bijdroeg aan de kwaliteit van leven.

Abstract

Hashimoto's thyroiditis is associated with decreased quality of life (QoL). Thyroid surgery could hypothetically lead to an increase in QoL.

Quality of life after thyroid surgery in women with benign euthyroid goiter: influencing factors including Hashimoto’s thyroiditis
R Promberger, M Hermann, SJ Pallikunnel, R Seemann, M Meusel, J Ott

Methods

In a follow-up analysis of a prospective cohort study that included euthyroid women undergoing thyroid surgery for benign thyroid disease, 248 patients were willing to answer the SF-36 QoL questionnaire.

Results

At follow-up after a median of 26 months, only the SF-36 module of ‘bodily pain’ had increased. Preoperative anti–thyroid peroxidase antibody levels were positively correlated with increasing QoL in the SF-36 modules ‘bodily pain’ and ‘role emotional’. For the presence of histologically confirmed Hashimoto's thyroiditis, a significant positive correlation was found for all modules apart from ‘physical functioning’.

Conclusions

In women with benign euthyroid goiter, thyroid surgery does not lead to an overall improvement in health-related QoL. It should not be recommended for patients with elevated anti–thyroid peroxidase antibody levels. Patients with histologically confirmed Hashimoto's thyroiditis might benefit in terms of QoL.

donderdag 3 oktober 2013

Tips om zo goed mogelijk ingesteld te raken op schildklierhormoon

Goed ingesteld raken op schildklierhormoon is geen sinecure. De optimale waarden en dosis hormoon verschillen per persoon. TSH en FT4 kunnen geïnterpreteerd worden als veiligheidslimiet. De patiënt is een mens met zijn/haar kwaliteit van leven en geen testresultaat. Zowel mensen met hyperklachten als mensen met hypoklachten krijgen te horen: waarden zijn goed dus je kunt geen klachten hebben. Maar zoals gezegd optimale waarden verschillen: de één kan zich prima voelen met een TSH van 2, terwijl de ander pas van de bank komt met een TSH van 0,4, en weer een ander stuitert met die 0,4.

Behandelrichtlijnen

In de NHG-standaard Schildklieraandoeningen 2013 staat:
  • ‘Het doel van de behandeling van hypothyreoïdie is dat de patiënt klachtenvrij is dan wel zich zo optimaal mogelijk voelt en dat het TSH en vrije T4 normaal zijn. Het TSH bevindt zich bij goed ingestelde patiënten veelal in het laag-normale gebied (het vrije T4 is dan meestal hoog-normaal).’ 14) 21)
  • ‘Pas de dosering levothyroxine aan op geleide van de klachten van de patiënt en streef daarbij naar een normaal TSH en vrije T4, met inachtneming dat het TSH en vrije T4 sneller verbeteren dan de klachten.’
  • ‘Een kleine verhoging van de dosering met 12,5 mcg levothyroxine, ook al zijn TSH en vrije T4 al normaal, kan ervoor zorgen dat de patiënt zich beter voelt.’
  • ‘Een combinatiebehandeling van levothyroxine met liothyronine (T3) wordt niet aanbevolen. Er zijn geen voordelen aangetoond van de combinatiebehandeling boven behandeling met alleen levothyroxine en data over de veiligheid op lange termijn ontbreken.’ 26)’

In de NIV-richtlijn Schildklierfunctiestoornissen Revisie 2012 staat:
  • Op pagina 13: ‘Blijf bij primaire hypothyreoïdie de dosering levothyroxine verhogen tot de TSH-concentratie binnen het referentiegebied is gekomen en de patiënt klachtenvrij is. Verhoog de dosering niet verder als de TSH-waarde 0,5 mU/l is.’
  • Op pagina 14: ‘Bij persisterende klachten kan, na uitsluiting van alternatieve oorzaken, de combinatie levothyroxine met liothyronine worden overwogen. Deze behandeling dient als experimenteel te worden beschouwd en bij voorkeur door de internist te worden toegepast. Voor patiënten met hartritmestoornissen is combinatietherapie gecontraïndiceerd. Indien na 3 maanden geen verbetering optreedt dient combinatietherapie te worden gestaakt. Voor een nadere toelichting op het bepalen van de juiste dosering en de te gebruiken preparaten zij verwezen naar Wiersinga et al, 2012.’ (Schildkliertje: zie hieronder bij Combinatie T4+T3).

Aandachtspunten bij de behandeling van schildklieraandoeningen

  • Het belang van goede kennis van de schildklier bij reguliere artsen.
  • Een goede respectvolle wijze van communicatie met de patiënt.
  • Een volledige voorlichting over de kwaal, het verloop van de aandoening, de mogelijkheden van behandeling en de gevolgen van wel/niet behandelen.
  • De aanvulling met schildklierhormoon geeft niet de normale bloeduitslagen weer van gezonde mensen.
  • Het hormooneffect op weefselniveau is moeilijk te meten en in getallen weer te geven.
  • Vaststelling van een optimale hormoonbehandeling is alleen mogelijk binnen bepaalde grenzen. Het is daarom belangrijk te bedenken dat aanvullende hormoontherapie niet altijd leidt tot volledig herstel van de kwaliteit van leven. Erkenning van niet-perfecte medicatie is van groot belang voor begrip van klachten door artsen en patiënten.

Meer onderzoek nodig voor bevestiging of lagere TSH-waarde veilig is

BRON
Uit een Brits onderzoek van Graham Leese en Robert Flynn van de Universiteit van Dundee, Tayside zou blijken dat een TSH tussen 0,04 en 0,4 voor patiënten die levothyroxine slikken veilig is.

Van ongeveer 17.000 patiënten die levothyroxine slikten, werden de gegevens over een periode van 8 jaar onderzocht. Gekeken werd of de TSH-waarde gevolgen had voor de gezondheid op de lange termijn van de patiënten.


Volgens de tabel hebben patiënten met een hoge TSH (> 4,0) of onderdrukte TSH (< 0,03) vaker last van hart- en vaatziekten, hartritmestoornissen en botbreuken dan patiënten met een normale TSH (0,4-4,0). Bij patiënten met een iets lagere TSH (0,04-0,4) was de uitkomst hetzelfde als bij die patiënten met een normale TSH. Zij hadden geen grotere kans om deze problemen te krijgen. Een te hoge TSH is dus niet goed. Maar de TSH mag ook weer niet onderdrukt zijn.



Combinatie T4 + T3

De meeste patiënten slikken alleen levothyroxine. Dat is de standaardbehandeling. Een deel van de patiënten houdt restklachten na het optimaal instellen op levothyroxine. Soms proberen deze patiënten en hun artsen of aanvullend T3-hormoon (liothyronine) verbetering geeft van deze restklachten. T3-hormoon is bekend als Cytomel, Cynomel of Thybon. Tot voor kort was er geen richtlijn voor de behandeling met T4+T3. Gelukkig is die richtlijn er nu wel. (De NIV-Richtlijn verwijst naar deze (experimentele) richtlijn.)

2012 ETA Guidelines: The Use of L-T4 + L-T3 in the Treatment of Hypothyroidism
Wilmar M. Wiersinga, Leonidas Duntas, Valentin Fadeyev, Birte Nygaard, Mark P.J. Vanderpump

Hopelijk behoort het snel tot de verleden tijd dat artsen zich vaak houden aan de bijsluiter van Cytomel aan. Deze bijsluiter is niet geschreven voor de T4+T3-behandeling en bevat onduidelijke aanwijzingen ten aanzien van de dosis. Een startdosering volgens de bijsluiter van 25 mcg is veel te hoog bij een T4+T3-behandeling. Meestal voelen patiënten zich prettiger met een aanvullende lagere dosering T3 van 6,25 mcg of 12,5 mcg, meestal verdeeld over de dag. Deze dosis komt meer overeen met de normale T3-productie van een goed werkende schildklier.

Iedereen een eigen TSH-FT4 setpoint

De ontdekking dat iedereen een eigen TSH-FT4 setpoint heeft, was een grote doorbraak in het denken over subklinische schildklieraandoeningen. Met de term setpoint wordt hier bedoeld dat de hypothalamus, de hypofyse en de schildklier hun hormonen op een niveau houden waarbij iemand zich goed voelt.


Verschillen tussen personen in het setpoint van de hypothalamus-hypofyse-schildklieras zijn genetisch bepaald. Dit is mogelijk de reden dat klachten en symptomen verschillen bij personen met dezelfde TSH, T4 en T3. Ook zou dat mogelijk het verschil in biologische activiteit van schildklierhormoon per persoon kunnen verklaren.Belangrijk is om laboratoriumresultaten te beoordelen samen met de klinische situatie, bijvoorbeeld iemands klachten en symptomen, de fysiologische status zoals leeftijd en zwangerschap, en onderliggende gezondheidstoestand (andere aandoeningen en medicijngebruik).

Wanneer je maar klachten blijft houden, neem dan zelf initiatief. Het gaat om jou! Wat kun je zoal doen?


Let op!

Raadpleeg altijd een arts als je twijfelt over je gezondheid. De informatie op dit blog kan niet worden beschouwd als vervanging van een consult of een behandeling.


Translate / Vertaal