zondag 7 oktober 2012

Secundaire hypothyreoïdie en behandeling met schildklierhormoon

Bij secundaire hypothyreoïdie maakt de schildklier te weinig of geen hormoon doordat de schildklier geen seintje krijgt van de hypofyse. De hypofyse maakt bij deze aandoening geen of te weinig TSH. De behandeling van secundaire hyperthyreoïdie bestaat uit schildklierhormoon: T4-hormoon (Thyrax, Euthyrox) plus eventueel T3 (Cytomel).

Nederlandse Hypofyse Stichting

Behandeling primaire hypothyreoïdie

Bij primaire hypothyreoïdie (wanneer de oorzaak in de schildklier zelf ligt) speelt de TSH-waarde een grote rol bij de diagnose en behandeling. Veel patiënten voelen zich het beste bij een TSH-waarde in het laag-normale gebied en een vrije-T4-waarde in het hoog-normale gebied. Een verklaring hiervoor is dat er extra T4 nodig is voor de omzetting in T3, dat anders door de schildklier geproduceerd wordt. Verder bevinden de TSH-waarden van de meeste gezonde mensen zich in het laag-normale gebied.

Behandeling secundaire hypothyreoïdie

Bij de behandeling van secundaire hypothyreoïdie moet je het zonder de TSH-meting doen: de hypofyse maakt immers geen of te weinig schildklierstimulerend hormoon. Adequate behandeling met T4-hormoon is niet eenvoudig omdat de T4 niet kan worden aangepast met behulp van de TSH-waarde. Sommige artsen zijn tevreden met een vrij T4-niveau (FT4) in het midden van de referentiewaarden, maar andere artsen streven naar een FT4 in het bovenste deel van de referentiewaarden.

Onderzoek

Uit onderzoek blijkt dat de behandeling van hypopituïtarisme (uitval van meerdere hypofysehormonen) is verbeterd in de afgelopen twee decennia, door gevoeliger laboratoriumtests en betere hormoonbehandelingen. Maar de kwaliteit van leven blijft verminderd ondanks de hormoontherapie, waaronder T4, hydrocortison, geslachtshormonen en groeihormoon (GH).

Conclusies van een Duits onderzoeksteam

De conclusie van een Duits onderzoeksteam (Marc Slawik et al.) luidt: De behandeling van schildklierhormoontekort bij hypopituïtarisme met 1,6 mcg T4 / kg lichaamsgewicht verbeterde het lichaamsgewicht, de vochthuishouding, en de klinische tekenen en symptomen van te weinig schildklierhormoon. Het resultaat was beter dan bij behandeling met een dosering die werd vastgesteld op basis van FT4-niveaus zoals die voorkomen bij mensen met een goede werking van de schildklier.

Een redelijke benadering van de beste dosis schildklierhormoon lijkt dus een startdosering van T4 (bijv. 1,6 mcg / kg lichaamsgewicht). Deze wordt vervolgens bijgesteld aan de hand van schildklierhormoonbepalingen gericht op:
  • een FT4-niveau dicht bij de bovengrens van de normaalwaarden
  • een FT3-niveau in de bovenste helft van het normale bereik
Het onderzoek: Thyroid hormone replacement for central hypothyroidism: A randomized controlled trial comparing two doses of thyroxine (T4) with a combination of thyroxine (T4) and triiodothyronine (T3)

Conclusies Brits onderzoeksteam

Een Brits onderzoeksteam (Olympia Koulouri et al.) vergeleek de FT4-waarden van patiënten met aangeboren secundaire hypothyreoïdie met patiënten met primaire hypothyreoïdie (schildklieraandoening) die adequaat behandeld worden met T4. Daaruit bleek dat patiënten uit de eerste groep (waartoe ook hypofysepatiënten die schilklierhormoon slikken gerekend kunnen worden) over het algemeen worden onderbehandeld. Ze krijgen dus te weinig schildklierhormoon. Een FT4-waarde van rond de 16 pmol/l (met referentiewaarden tussen 9 en 25 pmol/l) zou een goed richtpunt kunnen zijn.
Het onderzoek: Diagnosis and treatment of hypothyroidism in TSH deficiency compared to primary thyroid disease: pituitary patients are at risk of under-replacement with levothyroxine

Schildkliermedicatie finetunen

Stel je voor: je vraagt je af of het mogelijk zou zijn om gezondheidswinst te behalen, je beter te voelen, door je dosis schildkliermedicatie te finetunen. Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden, want bij hypofysepatiënten is er vaak sprake van (pan)hypopituïtarisme: men heeft uitval van meerdere (of alle) hypofysehormonen. Daardoor is het moeilijk om vast te stellen welke klacht door welk hormoontekort wordt veroorzaakt. Immers, de klachten die hierdoor kunnen ontstaan lijken erg op elkaar. Schildklierpatiënten hebben dat probleem niet: zij hebben vaak te maken met maar één hormoon.



1 opmerking:

Anoniem zei

Zeer interessant voor iemand met secundaire hypothyreoïdie, congenitaal panhypopituïtarisme en symptomen van een te lage substitutie!

Een reactie plaatsen

Let op!

Raadpleeg altijd een arts als je twijfelt over je gezondheid. De informatie op dit blog kan niet worden beschouwd als vervanging van een consult of een behandeling.


Translate / Vertaal