dinsdag 7 augustus 2012

Schildklier en zwangerschap in de NIV Richtlijn 2007

In 2007 is de NIV-Richtlijn schildklierfunctiestoornissen (2007) verschenen van de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV). Deze richtlijn besteedt in hoofdstuk V aandacht aan alle aspecten rond de zwangerschap. Dit artikel geeft een samenvatting van de belangrijkste aandachtspunten uit deze richtlijn.

De aanbevelingen - de cursieve tekst - van de werkgroep van internisten zijn letterlijk overgenomen uit de NIV-richtlijn.

Inmiddels is de NIV-Richtlijn schildklierfunctiestoornissen (revisie 2012) verschenen. Op punten is deze nieuwe richtlijn aangepast, zoals de aanpak van subklinische hypothyreoïdie.

Schildklier en zwangerschap

Tijdens de zwangerschap verandert de schildklierfunctie van een gezonde vrouw aanzienlijk. De eerste helft van de zwangerschap is de baby afhankelijk van schildklierhormoon van de moeder. Dit geldt vooral voor de ontwikkeling van de hersenen. Het kindje in wording van een vrouw met hypo- of hyperthyreoïdie heeft schildklierhormoon nodig. Zijn moeder kan daar alleen niet zelf voor zorgen. Een vrouw met hypothyreoïdie moet voldoende T4-hormoon slikken; een vrouw met hyperthyreoïdie moet niet te veel schildklierremmend medicijn slikken.

Aanbeveling
Bij zwangere vrouwen is de TSH-waarde en in mindere mate de FT4-waarde afhankelijk van de zwangerschapsduur. Er is behoefte aan duidelijke referentiewaarden in de zwangerschap.


Hypothyreoïdie en zwangerschap

  • Schildklierwaarden bepalen vanaf het moment dat een vrouw weet dat ze zwanger is om te zien of de dosis T4-hormoon moet worden opgehoogd.
  • De ervaring leert dat de dosis T4-hormoon in de eerste 3 maanden van een zwangerschap met 25 tot 50% moet worden opgehoogd. Hierbij wordt gekeken naar de TSH-waarde.
  • In de zwangerschap wordt gestreefd naar een TSH-waarde rond 1 tot 2 mU/l.
  • Tijdens de zwangerschap is het wenselijk om de TSH en FT4 om de 6 weken te controleren.
  • Als de hypothyreoïdie een gevolg is van de ziekte van Graves, moeten de TSI-antistoffen worden bepaald in het eerste of tweede trimester. Bij aanwezigheid van TSI-antistoffen is een bepaling in het laatste trimester nodig.
  • Bij een goede behandeling van de hypothyreoïdie (goede waarden) kan de verloskundige de zwangerschap begeleiden en de vrouw kan thuis bevallen.
  • Bij het geven van borstvoeding kan de moeder gewoon T4-hormoon slikken.

Aanbevelingen
De werkgroep adviseert verhoging van de dosering levothyroxine met 25-50% in het 1e trimester van de zwangerschap bij vrouwen met hypothyreoïdie (op geleide van de serum TSH-spiegel).
Op grond van theoretische overwegingen wordt het gebruik van T4/T3-combinatietherapie tijdens zwangerschap nadrukkelijk ontraden.


Subklinische hypothyreoïdie en zwangerschap

Er wordt geadviseerd om subklinische hypothyreoïdie te behandelen met T4-hormoon. Dit omdat subklinische hypothyreoïdie in verband wordt gebracht met spontane miskramen, lagere psychomotorische ontwikkelingsscores en lagere IQ- scores op 4- tot 7-jarige leeftijd. Daarnaast is dat ook omdat bij een zwangerschap naar een TSH-waarde rond 1 tot 2 mU/l wordt gestreefd. Er zijn nog geen onderzoeken gedaan die aangeven dat behandeling met T4-hormoon betere psychomotorische ontwikkelingsscores en hogere IQ-scores tot gevolg heeft. Er zijn geen nadelige effecten aan goede behandeling met T4-hormoon tijdens een zwangerschap bekend.

Aanbeveling
De werkgroep adviseert behandeling van zwangeren met subklinische hypothyreoïdie (TSH > 4 mU/l) met levothyroxine.

Subklinische hypothyreoïdie en zwangerschapswens

Omdat geadviseerd wordt subklinische hypothyreoïdie in de zwangerschap te behandelen, is het ook raadzaam om vrouwen met subklinische hypothyreoïdie en ongewenste kinderloosheid te behandelen met T4-hormoon.

Aanbeveling
De werkgroep adviseert behandeling met levothyroxine van vrouwen met subklinische hypothyreoïdie en zwangerschapswens.

Hyperthyreoïdie en zwangerschap

  • Bij een vrouw met (Graves’) hyperthyreoïdie en zwangerschapswens heeft bestrijding van deze hyperthyreoïdie vóór de zwangerschap met radioactief jodium of operatie de voorkeur. Bij oudere vrouwen die op korte termijn zwanger willen raken kan de voorkeur uitgaan naar medicatie.
  • Als vrouwen tijdens hun zwangerschap PTU of strumazol gebruiken, moet de zwangerschap door een internist en een gynaecoloog worden begeleid.
  • Bij het gebruik van thyreostatica in een zwangerschap wordt gestreefd naar een zo laag mogelijke dosis waarbij de FT4 in het hoognormale gebied ligt.
  • Wenselijk is de schildklierfunctie elke 4 weken te controleren.
  • In het eerste of tweede trimester van een zwangerschap dienen bij (voormalige!) Graves’-vrouwen de TSI-antistoffen te worden bepaald. Zijn ze aanwezig, dan moet dit worden herhaald in het derde trimester van de zwangerschap. Bij aanwezigheid van TSI-antistoffen in het derde trimester is er een verhoogd risico voor hyperthyreoïdie van de baby voor en na de geboorte; de gynaecoloog dient hier goed op te letten.

Aanbevelingen
Zwangeren die wegens de ziekte van Graves met thyreostatica worden behandeld, dienen behalve door een internist ook altijd door een gynaecoloog te worden gecontroleerd.
Bij een zwangere vrouw met (Graves’) hyperthyreoïdie is medicamenteuze behandeling van de hyperthyreoïdie aangewezen, waarbij wordt gestreefd naar vrije T4-concentraties in het serum in het hoognormale gebied. Hierbij wordt de voorkeur gegeven aan monotherapie met een schildklierremmer (PTU of strumazol).



Lees ook



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Let op!

Raadpleeg altijd een arts als je twijfelt over je gezondheid. De informatie op dit blog kan niet worden beschouwd als vervanging van een consult of een behandeling.


Translate / Vertaal